Studiehuis (2)

In W&O van 20 juni kreeg mevrouw Visser 't Hooft, lid van de Stuurgroep Tweede Fase (bovenbouw Havo/VWO) de gelegenheid te reageren op eerder in deze krant geuite kritiek op het Studiehuis, 'een nieuw schoolconcept' voor de bovenbouw Havo/VWO dat door de Stuurgroep is ontworpen.

Dat het Studiehuis de verschillen tussen de sociale klassen zou verscherpen, ontkent Visser 't Hooft: 'het Studiehuis gaat standenonderwijs juist tegen' vanwege de betere begeleiding van de leerling. Maar de mate waarin binnen een school aan individuele begeleiding wordt gedaan heeft niets, maar dan ook niets, te maken heeft met het verschijnsel 'standenonderwijs'.

Er is sprake van een vergaande sociale (en daarmee samenhangende etnische) segregatie in ons onderwijs. De status van een school wordt bepaald door de buurt waar de school staat en de hoogte van de ouderbijdragen. De verschillen tussen rijke en arme scholen zullen steeds groter worden. Met de introductie van de mores van het bedrijfsleven en het marktsysteem komen ook de sponsors de school binnen en scholen met een koopkrachtig publiek krijgen uiteraard de gulste sponsors. Rijkere scholen kunnen betere docenten aantrekken, kunnen kleinere klassen vormen en zullen daarom kwalitatief beter zijn dan arme scholen waar, zoals elk arbeidsintensief bedrijf waar het financieel niet zo goed gaat, de directie het eerst gaat bezuinigen op de personeelskosten. Visser 't Hooft weet heel goed dat de nieuwe lumpsum-financiering van scholen de standsverschillen nog verder in de hand zal werken. Wie net doet alsof het Studiehuis daar iets tegen kan doen, is misleidend bezig.

Visser 't Hooft negeert het voor iedereen waarneembare feit van het failliet van de brede en derhalve (te) grote scholengemeenschap. Er is een tweedeling ontstaan in het voortgezet onderwijs tussen enerzijds brede scholengemeenschappen met VBO (voorbereidend beroepsonderwijs) Mavo, Havo en VWO, bevolkt door leerlingen uit de lagere inkomensgroepen en allochtonen en anderzijds scholen met alleen AVO/VWO met overwegend middle class-kinderen en weinig of geen allochtonen. Hoe naïef (of wellicht hypocriet?) moet je zijn om, als Visser 't Hooft, te beweren dat dit proces kan worden voorkomen 'door een betere begeleiding van de leerling'? Wij voorzien dat categoriale gymnasia en 'rijke' algemeen bijzondere AVO/VWO-scholen in ons land de functie gaan krijgen die in Engeland en de Verenigde Staten particuliere scholen hebben. Belangrijke factoren in die ontwikkeling zullen zijn snobisme, verhuld racisme en het simpele gelijk van ouders die terecht veronderstellen dat die elite-scholen betere resultaten behalen. Als Visser 't Hooft werkelijk standenonderwijs wil voorkomen dan zou ze met ons voor een systeem moeten zijn waarin alle scholen dezelfde financiële en facilitaire mogelijkheden hebben.

Visser 't Hooft consorten gaan volledig voorbij aan het gegeven, gebaseerd op veel onderzoek hier en in het buitenland, dat de beste onderwijsresultaten komen van overzichtelijke, niet te grote scholen met kleinere klassen waarin klassikaal lesgeven niet als achterhaald wordt gezien, met leraren met een niet te grote betrekkingsomvang en een salaris dat weer in overeenstemming is met de hoogte van de vooropleiding en de grote verantwoordelijkheid van het ambt. Pas dan is er echt tijd voor individuele begeleiding en een goede pedagogische en didactische aanpak.