Nieuwe schilderijen van Rob van Koningsbruggen in Heerlen; Schuiven met roomse kleurcirkels

Tentoonstelling: Rob van Koningsbruggen, schilderijen 1986-1996. Stadsgalerij Heerlen, Raadhuisplein 19, Heerlen. Di t/m vr 11-17u, za en zo 14-17u. Catalogus ƒ 12,50. T/m 11 aug.

Sommige schilderijen, vaak de betere, zijn op een afstand van vijftien à twintig meter al aantrekkelijk. Ze nodigen uit om er op af te lopen, op verschillende afstanden te bekijken en er langs te bewegen. Dergelijke doeken horen niet in een krap kabinetje maar royaal op zaal te hangen.

Het voordeel van zo'n dynamische kijkwijze is dat allerlei bijzaken meestal wegvallen of onbeduidend worden. Bijschrift, titel, diepere bedoeling, iconografie of literaire inhoud tellen even niet meer mee; het schilderij is zuiver beeldend.

De schilderijen van Rob van Koningsbruggen (Den Haag, 1948) lijken geschapen om onbevangen te bekijken. De Stadsgalerij Heerlen, waar er nu zestien uit de afgelopen tien jaar zijn samengebracht, leent zich daartoe uitstekend. De kleuren van het werk zijn helder, de vormen geometrisch en eenvoudig en titels dragen ze niet. Ze lijken in een kwartiertje gemaakt te zijn en zien er eigenwijs en nonchalant geschilderd uit. Van Koningsbruggen zegt er zelf over: “Tsja, gewoon schilderkunst. Dat is het wel zo'n beetje.”

Eens in de acht, tien jaar is het weer tijd voor een Van Koningsbruggen-overzicht. In 1979 gebeurde dat voor het eerst in Het Stedelijk in Amsterdam met de periode 1971-1978. In 1987 toonde Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam de periode 1979-1987 en nu dus de nieuwe oogst in de Stadsgalerij Heerlen.

Al snel na zijn debuut in 1970 bij galerie Novelles Images in Den Haag, en tijdens zijn post-academietijd bij Ateliers 63, veroverde Van Koningsbruggen een eigen plek in de Nederlandse kunstwereld. Van Koningsbruggen maakte aanvankelijk pentekeningen met Oost-Indische inkt waarin het vooral om het procesmatige ging. Hij begon als een Schoonhoven-epigoon. Zo kon men duidelijk zien dat zijn pen na eindeloos lijnen trekken aan vervanging toe was of dat zijn potlood stomp was geworden.

Voor Van Koningsbruggen heeft het leegtrekken van kwast en pen iets met het verdwijnen van de 'directe' natuur te maken, zo zei hij eens in een interview in een catalogus waarin ook een stuk linnen was opgenomen met een echte penseelstreek. “Je houdt je toch altijd bezig met dingen die om je heen gebeuren, anders ben je nergens mee bezig.”

Ook tekende hij 'strafregels'; woorden en lijntjes netjes geordend in rijtjes. 'De weg was recht, de weg was krom'. En hij maakte eens een tekening met een verhalende tekst waarin hij zijn leraar Jan Dibbets met Berend Botje vergeleek.

Van Koningsbruggen verwierf in de jaren zeventig faam als de uitvinder van het 'schuifschilderij'. Het principe is eenvoudig. Een schuifschilderij bestaat uit minstens twee doeken. Beide zijn egaal in de olieverf gezet terwijl ze nog nat zijn, bijvoorbeeld tot de helft op elkaar gelegd en dan weggeschoven zodat de kleuren zich voor de helft met elkaar vermengen. Begin jaren tachtig ontstaan er schilderijen waarbij de vermengingen op het doek door een kwast zijn aangebracht in zandlopervormen en kleurencirkels. De kleuren die hij gebruikt zijn altijd eenvoudig te benoemen. Rood, bruin, paars en zo zijn er nog een stuk of zes. In zijn vroegere werk zijn ze vrij streng geordend, hebben ze excentrische middelpunten en zijn de partjes losjes maar tot een scherpe lijn ingeschilderd. In zijn latere werk echter zijn de cirkels bijna tot ruimtelijke bollen geworden waarin de kleuren volkomen chaotisch door en over elkaar lopen. Zonnige, heldere, verzadigde kleuren zo dekkend uit de tube zorgen voor een bijna mediterrane sfeer. Van Koningsbruggen lijkt een ontwikkeling van koel, calvinistisch naar rijk 'rooms' door te maken. Sommige latere doeken lijken wel uitvergrotingen van details uit de expressionistische periode van die Brücke en de Fauvisten. Maar misschien om te laten zien dat het hem niet om zo maar een mooi schilderij te doen is, is Van Koningsbruggen, gelijktijdig en naast zijn cirkel- en boldoeken, weer aan het bekende strenge en fundamentele schuiven geslagen.

Over een jaar of tien, bij de volgende Van Koningsbruggen-tentoonstelling zul je zien dat Berend Botje weer terug is in zijn oeuvre.