Minimaal 3,75 miljard; Duitsland moet aardgas vergoeden

DEN HAAG, 11 JULI. Nederland krijgt minimaal 3,75 miljard gulden van Duitsland voor te veel geleverd aardgas. Dit hebben arbiters als tussenvonnis uitgesproken in een al sinds 1991 lopende arbitragezaak over oliewinning uit een omstreden grensgebied in de Eemsmonding.

Minister Wijers (Economische Zaken) noemde de uitspraak vanochtend in een toelichting “zeker niet negatief”. “Je moet wel een luxepaard zijn om te spreken van een tegenvaller als je 3,75 miljard gulden binnenkrijgt”, aldus Wijers vanochtend. De arbitragezaak werd in 1991 aangespannen door de NAM (Nederlandse aardoliemaatschappij), die op grond van reserve-ramingen 20 miljard kubieke meter aardgas te veel had geleverd aan de Duitse partner Brigitta, waarin Shell en Esso elk voor de helft deelnemen. De Nederlandse en de Duitse overheid hebben deze reserve-ramingen destijds goedgekeurd.

Brigitta heeft de vordering wegens te veel geleverd gas altijd betwist. Het International Court of Arbitration in Parijs benoemde in 1991 mede op voordracht van de strijdende partijen drie arbiters. Zij hebben eind juni een tussenvonnis gewezen, dat op 8 juli aan partijen is uitgereikt. De Duitse oliewinner Brigitta erkent het vonnis.

Wijers onderstreept dat het hier gaat om een “tussenvonnis”. Brigitta moet een bedrag van 2,3 miljard D-mark plus rente aan de NAM betalen, wat neerkomt op 3,75 miljard gulden. Dit bedrag moet cash en niet in natura (aardgas) worden betaald. Brigitta moet zelf zorgen dat ze de inmiddels afgedragen gasbaten van de Duitse overheid terugkrijgt. Verder stellen de arbiters voor dat de strijdende partijen op basis van het tussenvonnis tot een minnelijke schikking komen. Lukt dat niet dan wordt de arbitragezaak voortgezet. Een voorlopige zitting is al gepland in december.

Minister Wijers herinnerde er vanochtend aan dat zijn voorganger Andriessen de maximale claim op Brigitta heeft getaxeerd op 9,4 miljard gulden plus rente. Aangezien een hoge rente is afgesproken (het promessedisconto van de Deutsche Bundesbank, vermeerderd met 2 procent per jaar over de periode sinds 2 mei 1991), zou dat neerkomen op zo'n vijftien miljard gulden. “Het gaat om grote bedragen”, aldus Wijers. Daarom zal de afhandeling geen kwestie zijn van “split the difference”. Hij verwacht dat de Duitsers uiteindelijk een bedrag tussen de 3,75 en de 15 miljard gulden zullen betalen.