Landbrug Beringstraat was de overstekende mens niet zo goed gezind

Hoe kwamen de Indianen in Amerika? Ook deze vraag is allang opgelost: tijdens de laatste ijstijd stond de zeespiegel zo laag dat er een 1500 km lange landbug over de Beringstraat droogviel. Alaska was zo direct met het noordoosten van Azië verbonden. Omdat deze landbrug nu weer onder water staat, is moeilijk te onderzoeken hoe hij er tijdens de ijstijd precies heeft uitgezien.

Een gecombineerd Noors/Amerikaans onderzoeksteam heeft vanaf een schip boringen uitgevoerd in de voormalige landbrug, waarmee veel informatie is verkregen (Nature, 4 juli). Zo kan nu de discussie over de vegetatie (toendra of steppe) worden afgesloten. Dat is vooral vanuit paleobiogeografisch en paleoanthropologisch oogpunt van belang, omdat de vegetatie in hoge mate bepaalt welke diersoorten de landbrug kunnen zijn overgestoken. En die fauna bepaalt weer de mogelijke leefbaarheid voor de mens.

Pollen uit nabijgelegen meerafzettingen hadden al eerder aangetoond dat er grassen, zegge, heide en diverse andere toendra-achtige planten hebben gegroeid, maar ook - en vooral - zeer veel alsem (Artemisia). Dat is merkwaardig, want geen enkele hedendaagse toendra levert een grote concentratie van zulke pollen. Alsempollen komen echter wel veel voor in het sediment uit steppegebieden. Daarom meende men dat de landbrug een steppe-achtige grasvlakte was geweest, zeer geschikt voor grazers zoals mammoeten, wilde paarden, bisons en andere hoefdieren. De aanwezigheid van zulke kuddes vormde bovendien een goede verklaring voor de trek van menselijke jagers, achter de kuddes aan, naar Amerika.

Dit beeld is nu onderuitgehaald: de onderzoekers hebben in totaal 20 boorkernen onderzocht, waarin de veenlaagjes een periode omspannen vanaf ergens in het begin van het IJstijdvak tot iets minder dan 11.000 jaar geleden (1.000 jaar voor het einde van de laatste ijstijd). De kernen blijken nauwelijks alsem-pollen te bevatten, maar vertonen een pollenspectrum dat overeenkomt met dat van de toendra's van Arctisch Alaska. De pollen wijzen op veel meer zegge dan gras, met verspreide bosjes van slecht-ontwikkelde wilgen, wat dwergberken en veel bloemen.

Als er inderdaad sprake was van een toendra - en aan die conclusie lijkt niet te ontkomen, ook al vanwege de gevonden resten van bepaalde keversoorten - waar komen dan de gevonden beenderen van de hoefdieren vandaan? Voorlopig lijkt de enige redelijke verklaring dat deze beenderen geen 'inheemse' fauna representeren, maar de resten zijn van verdwaalde individuen die omkwamen in het hun niet welgezinde landschap.

Als er geen grote kuddes rondzwierven, moet ook de trek van de mens uit Azië naar Europa, die ongeveer 14.000 jaar geleden plaatsvond, met andere ogen worden beschouwd. Ze moeten hun eigen vee hebben meegevoerd, in zo geringe aantallen dat er op de toendra genoeg voedsel voor de dieren te vinden was. Wellicht ook zijn ze, zonder vee, langs de kust gereisd en hebben ze hun eiwitten verkregen via visvangst. Het milieu van de landbrug moet hun oversteek echter veel moeilijker hebben gemaakt dan tot voor kort werd aangenomen.

    • A.J. van Loon