Kunstsmering voor de mond

Literatuur: W.A. van der Reijden. Development of new polymer-based saliva substitutes for treatment of oral dryness. Academisch proefschrift. ACTA, Vrije Universiteit. April, 1996.

Het belang van speeksel wordt pas duidelijk als je deze mysterieuze mondvloeistof mist. Dan besef je hoe akelig het is steeds maar een droge mond te hebben en mentaal voortdurend bezig te zijn met dorst, dorstgevoelens en pijn, en om problemen te hebben met vanzelfsprekende activiteiten als kauwen, slikken en zelfs spreken.

Het drogemondsyndroom, xerostomie in vaktermen, kan veroorzaakt worden door voortdurende mondademhaling, maar ook door een functiestoornis van de grote speekselklieren. Gezonde personen produceren gemiddeld 500-600 ml speeksel per dag. Bedraagt de speekselproductie minder dan 3 ml per uur, dan ontstaan er klachten. Wanneer dit fenomeen langer aanhoudt, en de hoeveelheid geproduceerd speeksel over verloop van tijd minder wordt dan 20 ml per dag, is er sprake van xerostomie.

Het verschijnsel kan, afhankelijk van de oorzaak, zowel acuut als chronisch zijn. Veel genoemde oorzaken zijn verlaging van het algemeen welzijn door koorts of langdurige diarree, aandoeningen van het zenuwstelsel en de speekselklieren, of bestraling van het hoofd-halsgebied wegens de aanwezigheid van tumoren. Tegenwoordig hoort men ook vooral ouderen klagen over xerostomie, dat dan waarschijnlijk veroorzaakt wordt door het langdurig gebruik van geneesmiddelen als antidepressiva en tranquilizers. Bij vijf procent van de xerostomie-patiënten is de droge mond het gevolg van de ziekte van Sjögren, een berucht syndroom waarbij naast een droge mond bindweefselstoornissen optreden, reumatoïde arthritis en zwellingen van de speeksel- en traanklieren.

Vooral de laatste tien jaar is meer bekend geworden over de wonderbaarlijke werking van speeksel. Een vloeistof die niet alleen afkomstig is uit de speekselklieren, maar ook vermengd is met vloeistoffen die vanuit de bloedbaan in de mond komen via de kleine spleetjes tussen het tandvlees en de tanden. De functie van speeksel is zo complex, dat hier volstaan wordt met de opmerking dat de vloeistof onder meer de mondweefsels beschermt tegen kwalijke invloeden van buitenaf, de 'waterhuishouding' reguleert en een belangrijke rol speelt bij de spijsvertering en de smaakgewaarwording. Duidelijk is dat gebrek aan speeksel, naast de al eerder genoemde verschijnselen, de kans op gebitsziekten als tandbederf en tandvlees- en kaakbotziekten zeer sterk doet toenemen.

Drogemondfenomeen

In het algemeen zal men voor de behandeling van het drogemondfenomeen eerst trachten de oorzaak van de verlaagde speekselafgifte proberen weg te nemen. Indien dit niet mogelijk blijkt zal men zwaarder geschut in stelling brengen, bijvoorbeeld door te proberen de speekselklieren te stimuleren door kauw- of mechanische stimulatie, of door smaakprikkels, al dan niet in combinatie met farmacologische preparaten. Levert deze stimulatie ook niet het gewenste effect, dan zal men de patiënt adviseren dagelijks mondspoelmiddelen te gebruiken of een speekselsubstituut, een soort kunstspeeksel dat men met behulp van een spuitbusje in de mond kan brengen.

In Nederland hebben vooral Groningse onderzoekers in het verleden veel ervaring opgedaan met vervangingsvloeistoffen van speeksel. Maar nog steeds is het ideale preparaat niet ontwikkeld. De reden is dat speeksel een complexe vloeistof is met een sterk wisselende samenstelling wat betreft zuurgraad, electrolyten (zoals natrium, kalium, calcium en fosfaten in ion-vorm) en eiwitten, vooral in de vorm van mucinen die bekend zijn om hun honderden korte ketens. De huidige speekselsubstituten blijken nog te weinig langdurig de mond te kunnen bevochtigen en, om in motortermen te spreken, de mond onvoldoende gesmeerd te houden. Verder zijn met de thans aanwezige preparaten het gebit en het mondslijmvlies te weinig beschermd doordat bij sommige preparaten welig tierende bacteriekolonies in de mond van gebruikers blijken te ontstaan. Vandaar dat de speurtocht naar kunstspeeksel voortdurend doorgaat.

Speekselsubstituut

In Amsterdam is onlangs de medisch-bioloog Van der Reijden gepromoveerd die een nieuw type speekselsubstituut heeft ontwikkeld en de werking ervan heeft onderzocht. Hij richtte zijn aandacht vooral op de fysisch-chemische eigenschappen van speeksel, met name eigenschappen die de viscositeit en de elasticiteit ervan bepalen. Na uitgebreid chemisch onderzoek bleek hij in staat twee nieuwe types kunstspeeksel te testen. Het eerste type had als basis xanthan gum, een stof die met name gunstige elastische eigenschappen bezit. Het tweede substituut bevatte ondermeer polyacrylzuur, een stof die vooral de eigenschap heeft zich te binden aan de speekselmucinen waardoor de tijd dat het substituut in de mond blijft langer zou worden.

In een onderzoek bij een groep van 43 Sjögren-patiënten werd de effectiviteit van deze substituten vergeleken met al bestaand kunstspeeksel, dat als basis varkensmaagmucine bevat, en een placebo. De resultaten bleken weliswaar hoopvol, maar ook dit onderzoek leverde het ideale speekselsubstituut niet op. Wel werd duidelijk dat bij patiënten met geringe of zwaardere vormen van xerostomie verschillende soorten kunstspeeksel dienen te worden gebruikt. Voorts bleek dat alledrie de speekselsubstituten de voorkeur kregen boven de placebo. De nieuwe speekselsubstituten kunnen de akelige drogemondklachten van de Sjögren-patiënten dus inderdaad verlichten.