Kuhn (2)

In de wetenschapsbijlage van 27 juni maakt Rein Gerritsen gewag van een verwijt aan het adres van de onlangs overleden wetenschapshistoricus Thomas Kuhn. Hij zou wel erg veel van zijn ideeën ontleend hebben aan het werk van de Poolse geleerde Fleck, zonder dat in zijn boeken naar behoren te vermelden.

Ik kan niet goed beoordelen of dat verwijt op zijn plaats is. Wel wil ik erop wijzen dat overeenkomsten, ook frappante overeenkomsten, tussen het werk van twee auteurs nog niet betekenen dat er sprake is van overname. Of het nu Darwin, Marx of Freud is, de ideeën die ten grondslag liggen aan hun wereldschokkende boeken, waren al naar voren gebracht door anderen. Natuurlijk niet in precies dezelfde bewoordingen en met dezelfde onverbiddelijkheid, maar toch. Goethe zei het al: 'Alles Gescheite ist schon gedacht worden.'

J. J. Fahrenfort, lector aan de Universiteit van Amsterdam, schreef in 1938 over de evolutiegedachte in de ethnologie. Hij merkt op dat een generatie eerder vrijwel alle ethnologisch onderzoek evolutionistisch getint was, maar dat in zijn dagen het sociaal evolutionisme als een overwonnen standpunt geldt. Deels zou dat liggen aan het gemak waarmee de evolutionisten evolutiereeksen hadden gefantaseerd. Maar voor een ander deel zou die ontwikkeling op zichzelf nog niet zoveel zeggen over de waarde of onwaarde van de evolutiegedachte. In dit verband wijst Fahrenfort op drie stadia die iedere theorie ('paradigma' zouden wij nu zeggen) zou doormaken: 'Het eerste stadium is dat van weerstand en ongelovige twijfel, dan dat van algemene geestdriftige bijval, alsof de steen der wijzen is gevonden, en vervolgens een langzamerhand opkomen van bedenkingen, van de ontdekking van contradicties erin, tot er ruimte is voor een nieuwe theorie.'

Kuhns standpunt in een notedop! Fahrenfort verwijst op zijn beurt naar een zekere Otto Stoll. Deze publiceerde in 1904 een lijvig boek dat handelt over de rol van suggestie en imitatie op allerlei terreinen des levens. Geen meesterwerk. Het onderwerp in kwestie - die drie stadia - is daarin niet meer dan een toegift waaraan de auteur slechts enkele pagina's besteedt. We mogen wel aannemen dat Thomas Kuhn het werk van althans deze voorlopers niet onder ogen heeft gehad.