Kruger: alle klappen tussen 'heavy' en 'loose'

Drummer Stefan Kruger houdt van alle muziek, behalve van house. “Daar valt niet echt niets aan te beleven.” Op het aanstaande North Sea Jazz Festival treedt hij op als lid van de groepen SFeQ en New Cool Collective.

SFeQ speelt vrijdag 12 juli om 18u in de Paulus Potterzaal, Congresgebouw, Den Haag. New Cool Collective speelt zaterdag 13 juli om 19u45, eveneens in de Paulus Potterzaal. Tijdens dit concert wordt tevens de eerste cd van NCC gepresenteerd.

“Ik speel graag strak. Elke klap moet gemeend zijn, met zo min mogelijk gereutel en geflutter.” Stefan Kruger, die op het aanstaande North Sea Jazzfestival zowel bij SFeQ als bij New Cool Collective achter het drumstel zit, roffelt op de keukentafel in zijn Amsterdamse woning annex oefenruimte om een 'lekkere' groove aan te geven. Zijn smaak omvat alles van bebop tot jungle.

Kruger (Amsterdam, 1965) komt uit een muzikaal nest. Zijn moeder was pianolerares en zijn vader fanatiek jazzliefhebber, hoewel hij van jazz in zijn pubertijd niets wilde weten. Vanaf zijn veertiende drumde Kruger in popbandjes, totdat hij Art Blakey en Tito Puente ontdekte. “Op schoolfeestjes annexeerde ik de geluidsinstallatie met mijn favoriete jazz- en salsa-cassettes”, vertelt Kruger. “Dat werd me niet in dank afgenomen.”

Tijdens zijn opleiding aan het Haagse conservatorium schoolde hij zich behalve in het jazzdrummen ook in latin-percussie. In 1989, nog voordat hij afstudeerde, werd SFeQ opgericht, onder leiding van altsaxofonist Bart Suèr. Rumble, hun eerste cd, liet een intelligente mix van jazz en funk horen die ook buiten jazzkringen aansloeg. Nadat SFeQ dank zij een werkbeurs drie maanden in New York had mogen studeren, groeide de band bij uit tot een hippe act, die tegenwoordig eerder in de Amsterdamse poptempel Paradiso te horen is dan in het jazz-georiënteerde BIMhuis. “Toch komt de muziek beter tot zijn recht in een kleine ruimte”, vindt Kruger. “In grotere zalen is het publiek minder geconcentreerd.”

De slagwerker verdiept zich momenteel in de bata-drum uit Cuba, waarvan hij drie exemplaren in oplopende grootte in zijn atelier heeft staan. Deze van oorsprong Nigeriaanse, gestemde handtrommels worden gebruikt in Santería-ceremonieën om een hele reeks goden te eren. De manier waarop de zang ondersteund wordt door wisselende, gelaagde ritmes, is volgens Kruger bruikbaar voor optredens. “Bij SFeQ werken we met een bovenkant en een onderkant van een nummer. De onderkant is de beat, gespeeld door basgitaar en drums, de bovenkant is de melodie die aangegeven wordt door sax en gitaar. De bedoeling is dat elk liedje de beat krijgt die er op dat moment het beste bijpast. Dat kan veranderen, afhankelijk van calls en cues van bandleden. De ene keer geeft iemand het teken om heavy te gaan, de andere keer moet alles juist loose. Natuurlijk speelt de stemming van het publiek hierbij een rol. Je moet leren denken als een DJ.” Niet zelden, leert de ervaring, wil dat publiek dansen, al valt dat niet mee op de afwijkende maatsoorten waarin SFeQ grossiert.

De band beschikt bovendien over een eigen dj, DJ Git genaamd, die in de (veelal Engelse) woorden van Kruger, fungeert als de pinchhitter van de band. “Git legt tapijten neer. Hij voegt al improviserend kleur toe aan het groepsgeluid.” En, als de dj grooves laat horen, ziet de drummer kans om daarop te variëren. Kruger: “Als drummer soleren over een beat is veel uitdagender.”

Het jonge jazz-dance gezelschap New Cool Collective, geleid door altsaxofonist Benjamin Herman, heeft geen andere ambitie dan het maken van dansmuziek. Er kwamen inmiddels twee titelloze twelve-inch-platen uit op vinyl, die een zekere populariteit genieten onder club-dj's. “Laatst liep ik de West Pacific binnen (een disco op het Amsterdamse Westergasfabriekterrein, VF)”, zegt Kruger, “en toen stond de hele zaal te swingen op een van onze platen. Een te gekke ervaring voor een jazzmuzikant.”

Kruger omschrijft het merendeel van het repertoire van New Cool Collective als boogaloo: vrolijke souljazz met een pakkende melodie. “Maar we spelen ook mambo's. Die worden dan op easy tune-party's gedraaid. Op 33 toeren, in plaats van op 45, dat wel. Anders gaat het ze te snel.”

Herhaaldelijk roept Kruger uit dat de jaren negentig muzikaal een 'fantastische tijd' zijn. “Alles kan, en alles kan ook door elkaar heen. Trip hop, salsa, jazz en jungle: als het met energie wordt gemaakt, kan het op mijn sympathie rekenen. Alleen house vind ik niet zo interessant. Daaraan valt voor een drummer echt niets te beleven.”