Italië kan alleen door een wonder nog aan EMU-criteria voldoen

ROME, 11 JULI. Na een paar maanden warmdraaien is nu ook in Italië de discussie losgebarsten over wat een aanvaardbare prijs is voor toetreding tot het monetair verenigde Europa. Het eerste gevecht gaat om de vraag: wie is de echte Robin Hood? Premier Romano Prodi, anderhalve maand geleden aan de macht gekomen, eist deze rol op voor zichzelf.

Aan het slot van de G7-top eind vorige maand in Lyon vergeleek Prodi zich met de Britse volksheld, omdat hij in zijn financiële saneringsplannen de laagste inkomsten zoveel mogelijk wil ontzien.

Dat was een geprikkelde reactie op de verwoestende uithaal een paar dagen daarvoor van de Italiaanse Eurocommissaris Mario Monti, een gezaghebbend econoom. Monti zei dat het kabinet zijn huiswerk moet overdoen. De huidige begrotingsvoorstellen betekenen volgens hem dat Italië definitief afziet van deelname van begin af aan aan de Economische en Monetaire Unie.

Prodi geeft een dubbel antwoord. Hij zegt dat Italië nog wel een kansje heeft, als straks maar naar de tendens van 1998 wordt gekeken. En hij houdt zijn critici voor dat meer bezuinigen onhaalbaar is. Los van de rentelasten haalt het kabinet al meer op dan dat het uitgeeft. Met een kapotgesaneerde economie deelnemen aan de EMU heeft geen zin, zegt Prodi. De financiële driejarenplanning van het kabinet voorziet in een begrotingstekort van 4,4 procent voor 1997. Pas voor het jaar daarna zou het begrotingstekort dalen naar de drie procent die als norm voor toetreding tot de EMU wordt gesteld. Als die drie procent al in het peiljaar van 1997 zou moeten worden gehaald, zou zestig miljard gulden extra moeten worden bezuinigd.

“De effecten daarvan zouden negatief zijn voor de economische groei,” beaamde de gouverneur van de Italiaanse centrale bank, Antonio Fazio, maandag. Een harder economisch beleid zou de positieve effecten van een groeiend vertrouwen in de Italiaanse economie teniet doen, waarschuwde hij. Fazio wil prioriteit geven aan bestrijding van de inflatie. Als die zich op een laag niveau stabiliseert, kan de rente omlaag en dalen meteen de uitgaven voor aflossing van de overheidsschuld, rond de 120 procent van het bnp.

Maar Italiës invloedrijkste captain of industry, Gianni Agnelli, honorair president van Fiat, heeft vorige week de kant van Monti gekozen. Alleen door een wonder kan Italië nog deelnemen aan de EMU, zei Agnelli, een wonder dat zou moeten bestaan uit hogere groeicijfers dan verwacht en meer loonmatiging dan voorzien. Als Italië niet van begin af aan meedoet “bestaat het risico dat het land zijn belangstelling kwijtraakt en eraan went om erbuiten te leven, met nieuwe competitieve devaluaties.” Agnelli suggereert dat de prijs voor directe deelname aan de EMU moet worden betaald, hoe hoog hij ook is.

Een probleem voor premier Prodi is dat hij zich tegenover Agnelli en Monti met enig succes kan voordoen als Robin Hood die de armen beschermt, maar ook vanaf de linkerflank wordt aangevallen. De Democratische Partij van Links, de grootste partij in de regerende centrum-linkse coalitie, is tegenstribbelend akkoord gegaan met de financiële plannen. En de communistische hardliners, wier stemmen het kabinet in de Kamer van Afgevaardigden nodig heeft, schilderen Prodi af als de Sheriff van Nottingham, de gehate tegenspeler van Robin Hood die de arme bevolking wilde uitpersen. De communisten hebben eergisteren in vier kamercommissies het financiële driejarenplan van het kabinet geblokkeerd door mee te stemmen met de rechtse oppositie. Hun belangrijkste bezwaar geldt het voornemen om bij de cao's die binnenkort opnieuw moeten worden gesloten en die zeven miljoen werknemers raken, uit te gaan van de geplande inflatie. Die staat voor 1997 op 2,5 procent. In juni bedroeg de inflatie op jaarbasis nog 3,9 procent. Andere cao's die volgend jaar nog doorlopen, voorzien in een prijsstijging van drie procent.

De communisten, die 35 van de 630 kamerzetels hebben, willen dat ook in de nieuwe cao's wordt uitgegaan van een prijsstijging van drie procent. Bovendien eisen zij afspraken over prijscompensatie als de werkelijke inflatie hoger is.

“Wij willen over dit probleem met het kabinet praten,” zei Armando Cossuta, de president van Communistische Heroprichting, gisteren. “Wij willen dat het kabinet vijf jaar blijft zitten, maar het moet wel een adequaat beleid hebben. Daarvoor zijn een veel grotere aandacht voor werkgelegenheid en garanties voor de koopkracht van werknemers nodig.”

Prodi heeft een week de tijd om dit geschil uit te praten. Volgende week komt het driejarenplan in de voltallige Kamer van Afgevaardigden aan de orde. Het is de eerste echte test voor zijn kabinet, een pokerspel met drie spelers: Prodi en andere centrum-linkse politici in de Italiaanse Volkspartij, de voormalige christen-democratische partij; de linkse PDS, de dominerende partij in de coalitie die vindt dat het kabinet een linkser gezicht moet krijgen; en de communisten, die het kabinet bij zijn aantreden externe steun hebben beloofd.

Op de financiële markten veroorzaakte de opstelling van de communisten in de kamercommissies een lichte prijsdaling voor de lire, aandelen en obligaties. De meeste waarnemers vermoeden dat de communisten aan het bluffen zijn, dat zij nooit het eerste kabinet met een linkse signatuur sinds 1945 zo snel zullen laten vallen.

    • Marc Leijendekker