hoofdstad van het nieuwe zuiden; Een grootsteeds dorp

Coca-Cola-uitvinder John Pemberton, negerleider Martin Luther King en 'king of cable' Ted Turner konden in Atlanta hun dromen verwezenlijken. Maar in 'de hoofdstad van het nieuwe zuiden' is de scheiding tussen zwart en blank nog levensgroot. Rondleiding door de ambitieuze stad die deze zomer de Olympische Spelen onthaalt.

Atlanta noemt zich graag de hoofdstad van Amerika's 'nieuwe zuiden', suggererend dat het 'oude' zuiden, dat van vóór de Burgeroorlog, verleden tijd is. Dat is maar ten dele het geval. Atlanta is zeker het meest progressieve deel van Georgia, maar nog steeds het zuiden. In de rijkere buurten is geen zwarte te bekennen, evenmin als in de uitgaanswijken, behalve dan als bedienend personeel in de horecagelegenheden en andere dienstverlenende industrieën.

De stad die adverteert met 'too busy to hate' blijkt behoorlijk te zijn gesegregeerd. “Als ik met een zwarte vriend iets ga drinken”, zegt een bewoonster, “werpen blanke bezoekers na verloop van tijd vuile blikken in onze richting. We kunnen zo niet lang blijven zitten.”

De scheiding tussen blank en zwart is ook op straat te zien. Zwarten lopen op de stoep en blanken rijden in auto's voorbij. Het metrosysteem van Atlanta dat MARTA (Metropolitan Atlanta Rapid Transit Authority) heet, betekent binnenskamers ook wel: Moving Africans Rapidly Through Atlanta. En inderdaad is het merendeel van de passagiers niet-blank. Een frappant voorbeeld van Atlanta's segregatie, nog stammend uit de periode van voor de burgerrechtenbeweging, is de naamsverandering van straten zodra zij van een blanke in een zwarte stadswijk overgaan. Monroe Avenue heet even verderop opeens Boulevard en Moreland Avenue wordt Briarcliff Road.

De zwarte bevolking had in Atlanta wel altijd meer kansen dan in veel andere grote Amerikaanse steden, in het zuiden maar ook elders in de VS. De eerste zwarte universiteit (Atlanta University) in het zuiden werd in Atlanta gevestigd, Coca-Cola-baas Woodruff stond een pro-integratiebeleid voor en burgemeester Ivan Allen streefde in de jaren zestig naar gelijke rechten voor blank en zwart. Atlanta heeft achter elkaar drie zwarte burgemeesters gehad en de commissaris van politie is een zwarte vrouw. Kom daar maar eens om in Los Angeles! Niettemin wonen de welgestelde zwarten ten zuiden van de stad in de wijk Cascades, mijlenver van welgesteld blank in Buckhead maar ook mijlenver van de arme zwarten die in wijken langs de Martin Luther King Drive huizen.

Maar Atlanta lijkt daar niet bij stil te staan. Zeker deze zomer heeft de stad andere zorgen. De stad gaat verder - voortvarend, energiek en onstuimig. Altijd staan er weer nieuwe initiatiefnemers op die in Atlanta voor een goed idee de juiste voedingsbodem vinden. Zo ging het met Coca-Cola-uitvinder John Pemberton, met negerleider Martin Luther King, met 'king of cable' Ted Turner en met olympische fakkeldrager Billy Payne. Telkens waren zij naïef genoeg en Atlanta kleinsteeds genoeg om grote dromen te verwezenlijken.

Atlanta bruist en bubbelt als de Coca-Cola die zij voortbracht; de stad beleeft al jaren een boom en wil dat laten weten ook. Is de Coca-Cola Company, die hier zijn hoofdvestiging heeft, niet van wereldformaat? Is CNN niet de enige echte wereld-tv-zender? Het TBS-concern dat Ted Turner van de grond af opbouwde, getuigt dat niet van het grootste succes? Vliegt Delta Airlines niet over de hele globe? Wie twijfelt er nog aan dat Atlanta een echte metropool is? Dat lijken vooral de inwoners van de stad zelf te zijn. De aantrekkingskracht van de honderdvijftig jaar oude stad is dan ook juist haar dorpse karakter. Een politieagent aan wie wij de weg vragen, slooft zich uit om ons te helpen. Na zijn aanwijzingen loopt hij druk gebarend de weg op om het verkeer tegen te houden, zodat wij verder kunnen.

Niet bekend

Atlanta heeft iets met branden. De meeste Amerikanen kennen de stad van het boek en de gelijknamige film Gone with the Wind (1936; de film is van 1939), een nationaal epos over de Burgeroorlog, waarin Scarlett O'Hara strijdt voor het behoud van een plantagehuis, Tara genaamd. Uiteindelijk gaat Tara in vlammen op.

De schrijfster van Gone with the Wind, Margaret Mitchell (1900-1949), werd weliswaar wereldberoemd, maar niet rijk. Toen ze zich op een avond naar de bioscoop haastte, kreeg ze een dodelijk auto-ongeluk. Mitchells woonhuis, de plaats waar zij Gone with the Wind schreef, wordt nu als museum ingericht. Vorige maand had het klaar moeten zijn, maar er brak - alweer - brand uit. Het is namelijk al de tweede keer dat het gerestaureerde Margaret Mitchell House is aangestoken door lieden die de schrijfster haar monument kennelijk niet gunnen. De toeristenbussen stoppen nu bij de bakstenen muren met de geblakerde kozijnen.

Mitchell zelf ligt begraven op het Historic Oakland Cemetery, niet ver van het centrum. Voor een beter begrip van de geschiedenis van de stad is een bezoek aan het kerkhof de moeite waard. Met de laatste rustplaatsen van haar inwoners springt de stad zorgvuldiger om dan met haar oude gebouwen. Op het kerkhof liggen zo'n vijfentwintighonderd militairen uit de Burgeroorlog, die maar niet uit het collectief geheugen van het zuiden verdwijnt.

Atlanta zelf telt een half miljoen inwoners, maar is het middelpunt van een metropool van 3,5 miljoen mensen. De stad is ruim opgezet, een auto is onontbeerlijk. Een uitgaanscentrum voor cultureel en ander vertier, zoals Europese steden dat kennen, is er niet. Zoals veel Amerikaanse steden heeft Atlanta wel een zakelijk centrum, downtown. In Woodruff Park, genoemd naar de Coca-Cola-magnaat, lopen overdag vooral klerken rond op weg naar hoge kantoorgebouwen. 's Avonds loop je daar niet, tenzij je een verdwaalde toerist of een zwarte dakloze bent. Een van de beste restaurants van Atlanta, de City Grill, is weliswaar in die buurt gevestigd, maar bezoekers gaan er rechtstreeks uit hun auto naar binnen.

Toch valt er voor de downtown-bezoeker wel iets te beleven, zoals een rondleiding door de CNN-studio's (CNN heeft onlangs gratis een nieuwe voortuin gekregen in de vorm van het Olympisch Centennial Park). Verder is er het Coca-Cola Museum, een interessante reclamezuil van vier verdiepingen, waar je voor viereneenhalve dollar naar binnen mag en onbeperkt alle produkten van het bedrijf uit de hele wereld mag drinken.

Op cultureel gebied heeft Atlanta weinig te bieden. Het Museum of High Art is vooral interessant vanwege het gebouw van Richard Meier, die ook het nieuwe Haagse Stadhuis ontwierp. De stad trok meer internationaal bekende architecten aan. Philip Johnson bouwde er een gebouw voor IBM en John Portman veroorzaakte een revolutie in de hotelbouw met het Hyatt Regency Hotel (1967): een glazen gebouw met ruime entree en liften aan de buitenkant.

Aan het einde van de dag lijkt het zakencentrum uitgestorven; alle werkenden zijn verdwenen naar hun buitenwijken of voorsteden. Naar de chique wijk Buckhead bijvoorbeeld, de goudkust van Atlanta. Daar zijn de beste hotels en modernste winkelcentra te vinden, zoals Lenox Square Mall en het aangrenzende Phipps Plaza. Buckhead biedt ook een enorme keuze aan cafés en restaurants; er zijn bierkroegen en je kunt er lekker eten in de Atlanta Fish Market of de Buckhead Diner. Iedereen gaat wel eens uit in Buckhead, maar wie er ook woont is welgesteld.

Een medewerker van Atlanta's toeristenbureau in het Welcome South Visitor's Center raadt ons af naar Little Five Points te gaan, “tenzij u geïnteresseerd bent in tweedehands kleren”. Little Five Points, op de hoek van Moreland en Euclid Avenue, blijkt een verzameling winkels en cafés te zijn voor wie geïnteresseerd is in hippiekleren en nieuwe trends. De cafés mikken vooral op rokende en drinkende jongeren. Virginia Highlands, een wijk die zijn naam ontleent aan Virginia Avenue en North Highland Avenue, is een woonwijk met op het kruispunt van de twee grote Avenues goede restaurants, zoals Murphy's en Café Diem, en moderne winkels die in de Newyorkse wijk Soho niet zouden misstaan. Evenals in Little Five Points is het verbazingwekkend hoe kleinschalig dit uitgaanscentrum is. De serveerster die ons bedient in Murphy's zien we de volgende avond aan het werk in een restaurant in Buckhead, waar ze de andere helft van de week blijkt te werken.

Toch vraag je je af of de blanke en zwarte inwoners van Atlanta zich wel echt thuis voelen tussen de moderne gebouwen, in de eigentijdse cafés en restaurants, op de eindeloze snelwegen en de kaalgeschoren golfbanen - in een stad zonder kloppend hart. Atlanta is tenslotte de noemer waar pakweg achttien dorpen onder vallen, met in het midden een permanente bouwput.

    • Lucas Ligtenberg