Film Independence Day is monstersucces; New York vernietigd, maar Elvis komt terug

WASHINGTON, 11 JULI. Na een maandenlange publiciteitscampagne zijn het in Amerika al bijna vertrouwde beelden: een zwart, vele vierkante kilometers groot ruimteschip dat dreigend boven Manhattan hangt, het Empire State Building dat in één klap in lichterlaaie staat en het Witte Huis dat in een kolkende vuurzee uiteenspat. Deze voorproefjes uit de speelfilm Independence Day smaakten kennelijk naar meer, want het Amerikaanse publiek stroomt in recordaantallen toe.

De film, die in de eerste week van roulatie al meer dan 100 miljoen dollar opbracht, is een cocktail van patriottisme, science fiction, slapstick, oorlogsromantiek en mierzoete sentimentaliteit. Grote sterren spelen er niet in mee, de publiekstrekkers zijn de computersimulaties van flitsende oorlogsvoering in de ruimte en de allesverschroeiende pyrotechnische hoogstandjes - begeleid door tromgeroffel, klaroenstoten en vele lage tonen voor aanrollend gevaar.

Er is een gruwelijke vijand, een volk van monsterlijke buitenaardse wezens dat de hele menselijke beschaving wil uitroeien en daarmee ook een heel eind vordert. Er zijn futuristische ruimteschepen waartegen zelfs de modernste kernwapens niets kunnen uitrichten. Er zijn de paniekscènes die bij rampenfilms horen, van gillende mensen op straat die hun brandende steden ontvluchten. En er zijn de helden die, hoe kan het ook anders, zorgen voor een happy end: een joviale zwarte gevechtspiloot, een dromerige joodse computerhobbyist en zijn dominante vader met jiddische tongval, een jonge daadkrachtige president en een eeuwig dronken alleenstaande vader van drie kinderen met een hart van goud. Het spant erom, Los Angeles, New York en een goed deel van de rest van de wereld worden met de grond gelijkgemaakt. Maar dankzij onze Amerikaanse helden wordt de menselijke beschaving toch nog gered en kan iedereen elkaar aan het slot opgelucht in de armen vallen - alsof alles goed afgelopen.

Doordat het absurde van de situatie er zo dik boven op ligt, krijgt de film geen moment de angstwekkende geloofwaardigheid van bijvoorbeeld Orson Welles' hoorspelversie van War of the Worlds, die in 1938 duizenden luisteraars in oprechte paniek bracht. Maar toch verliest de film zijn spanning niet, ondanks de vele lichte momenten. Terwijl mensen over de hele wereld in doodsangst verkeren voor de dreiging van de ruimtemonsters, geeft een stel Californische freaks een feestje op het dak van een wolkenkrabber om de wezens welkom te heten op aarde. “Oh Gòòòd”, gilt een vrouw in extase, “ik hoop dat ze Elvis terugbrengen.”

Het succes van de film kan nauwelijks aan zijn originaliteit worden toegeschreven. Het verhaal, de special effects, de humor, het is allemaal wel eens eerder vertoond, zij het niet in deze combinatie. De woeste vluchten door de ruimte, gezien vanuit het perpectief van de piloot, de scènes van nerveuze militaire commandanten achter radar- en computerschermen, de slijmerige monsters met hun tentakels: nog maar weinigen zullen het voor het eerst zien. Er wordt rijkelijk geciteerd uit Star Wars, Dr. Strangelove, The Right Stuff, Close Encounters of the Third Kind en ongetwijfeld nog vele andere films.

Maar wie van vuurwerk houdt, bekommert zich er niet om dat het net zo is als vorig jaar. En het Amerikaanse filmpubliek is verzot op vuurwerk, zoals ook de recente successen van Twister en Mission: Impossible aangeven. En Hollywood weet hoe het een hype moet creëren: al in december werden de hoogtepunten vertoond, en vorige week werd de première met veel tamtam twee dagen vervroegd, van Independence Day naar 2 juli: daarmee was het weekeinde van de nationale feestdag, wanneer het filmbezoek traditiegetrouw zijn jaarlijkse hoogtepunt beleeft, handig verlengd tot bijna een week. Er werden continu, 24 uur per etmaal, voorstellingen gehouden om iedereen “de mogelijkheid te bieden” de film zo snel mogelijk te zien, wat weer tot extra publiciteit leidde, wat weer tot grotere rijen leidde met mensen die vele uren van de voren in slaapzakken voor de bioscoop postten. Kortom, een echte Amerikaanse triomf, niet alleen in de ruimte tegen 'those alien ass-holes', maar vooral ook op de vrije markt.

    • Juurd Eijsvoogel