Consumenten met een machtige vuist

NEW YORK, 11 JULI. “Het besluit van Heineken om zich uit Birma terug te trekken is zo goed als zeker een reactie op de recente publieke verontwaardiging”, zegt Simon Billenness, analist bij de Franklin Research & Management Corporation in Boston. “Maar ze kunnen dat natuurlijk niet zomaar toegeven.” Franklin kondigde vorige week aan dat het in het najaar in de Verenigde Staten acties zouden beginnen tegen Heineken.

Hij wijst erop dat na het terugtrekken van enkele grote bedrijven in Canada en de Verenigde Staten nu ook Europese bedrijven nattigheid voelen. In Noord-Amerika waren het PetroCanada, Levi Strauss, Liz Claiborne, Eddie Bauer, Amoco en Columbia Sportsware die Birma de rug toekeerden. “Dat Carlsberg en Heinkeken nu zijn gevolgd is een triomf voor de Birma-activisten in Europa.”

Franklin trekt geld aan van particulieren en belegt dat in bedrijven die zich sociaal verantwoordelijk gedragen. Het fonds met een omvang van 400 miljoen dollar heeft op een personeelsbestand van veertig man twee fulltime-activisten in dienst. Franklin investeert ook in bedrijven om spreektijd te kunnen vragen op de jaarvergadering.

Volgens Billenness zijn consumentenboycots in de VS in het algemeen zeer succesvol. “Dit land consumeert een kwart van de totale wereldconsumptie”, zegt hij. “Geen bedrijf kan zich een slechte naam in de VS permitteren. Daarom kiest Heineken ook eieren voor zijn geld. De VS is niet de grootste markt voor Heineken, maar ze hebben hier wel een grotere winstmarge op elk biertje dan elders.” Pepsico had ook plannen om in Birma te investeren, maar heeft nu Pepsi-Cola in licentie gegeven aan een Birmaanse partner. Volgens Billenness is het al een goed teken dat ze iets hebben gedaan, al gaan de acties tegen Pepsico door. Volgens Charles Ingene, hoogleraar marketing aan de Universiteit van Washington in Seattle, is er geen eenduidig antwoord te geven op de vraag hoe effectief boycots zijn. “De religieuze groepen die in de jaren zestig winkels blokkeerden omdat die het blad Playboy verkochten, waren zeer succesvol”, zegt Ingene. “Die winkels gooiden het blad er meteen uit. In het geval van Nike gaan protesten jarenlang door en lijkt het ze niet te raken.” Nike wordt ervan beschuldigd schoenen te laten maken door twaalfjarige Indonesische meisjes, die onder erbarmelijke omstandigheden zeventig uur in de week moeten werken.

Ingene laat enkele kwesties de revue passeren en ziet uiteenlopende soorten boycots. “Voor Nike is het een afweging van economische schade en economische winst”, zegt Ingene. “Kennelijk pakt het voor Nike nog altijd ruimschoots voordelig genoeg uit om te produceren in Azië.” Ingene wijst op de boycotacties tegen bont, die werden gevoerd door mensen die niet de consumenten waren. Hij schrijft de acties een twijfelachtig succes toe. Ingene: “Het gaat er altijd om dat je economisch een vuist kunt maken tegen het produkt of het bedrijf. De actievoerders tegen bont waren niet de kopers ervan.”

Nike en Reebok maken zich volgens Billenness van Franklin Research beide schuldig aan exploitatie van de Derde Wereld. Alleen Reebok heeft zich van de protesten wel iets aangetrokken. “Nike neemt zijn verantwoordelijkheid niet ernstig”, zegt hij, “en doet eigenlijk helemaal niets.”

Franklin Research is overigens nog lang niet klaar in Birma. Het zal blijven ageren tegen Pepsico en heeft verder een aantal oliemaatschappijen op het oog. Texaco, Arco maar ook het Franse Total en de Britse premier staan op de lijst.