Brouwer speelde verstoppertje in Rangoon

RANGOON, 11 JULI. De Singaporese general-manager Teo Kim Chwee van Myanmar Breweries Limited, de naam waaronder Heineken in Birma opereert, weigerde vandaag elk commentaar op de beweegredenen voor en de omstandigheden van de terugtrekking van Heineken. “Voor informatie moet u in Amsterdam zijn”, zegt hij.

Op de hoek van de Kaba Aye Pagoda Road in de hoofdstad Rangoon staat het administratieve hoofdkantoor van de brouwerij. Achter de poort staan vijf Tigerbestelbusjes in Le Mans-start opgesteld. Binnen lopen de secretaresses zenuwachtig heen en weer. Ze weten niet beter dan dat de vijf Nederlanders die voor Heineken in Birma werkten “op verlof” zijn. “Hun huizen hebben ze aangehouden, hun bezittingen achtergelaten”, zegt een van hen, “dus ze zullen wel terugkomen.” Van een terugtrekking van Heineken heeft het personeel officieel niets vernomen.

Heineken speelde de laatste dagen verstoppertje in Birma. Het was een verkeerd moment om naar Birma te komen, zei Joris Craandijk, de commercieel-directeur van Heineken in de hoofdstad Rangoon, vorige week zaterdag over de telefoon. De andere Nederlanders (vier technici en hun gezinnen), werkzaam bij de in aanbouw zijnde brouwerij, waren net weg “op vakantie” naar eigen land, “wegens de Birmese moesson”. Craandijk zou zelf ook spoedig vertrekken. Hij stelde een informele ontmoeting voor, maandag, in hotel Savoy. Op de afgesproken tijd reed Craandijk voor in zijn four-wheel-drive. We verplaatsten ons naar zijn huis, een prachtig gerenoveerde villa uit de koloniale tijd in de Golden Valley-township, voor een zwoele zit op de patio onder het genot van een blikje Tiger-bier.

Craandijks gezin wal al naar Nederland en hij had zelf zijn koffers gepakt voor de volgende dag. Wat? Waren er acties tegen Heineken op til in de Verenigde Staten en stond de vestiging in Birma ter discussie? Nee daar had Craandijk helemaal niets van gehoord. “Zo gaat dat, Birma is ver weg voor Amsterdam, iedereen heeft zijn eigen verantwoordelijkheid.” Heineken, of beter gezegd: Asia Pacific Breweries, de joint-venture van Heineken met een Singaporese bierbrouwer, had in Birma prima werkomstandigheden aangetroffen en kon zijn eigen beleid voeren, zei Craandijk, dus er was niets aan de hand met het investeringsplan.

Craandijk pochtte over de goede lonen die Heineken betaalde. “Het is algemeen bekend dat wij overal ver boven het lokale gemiddelde betalen”, zie hij. Nee, een bezoek aan de bouwplaats om dat ter plekke na te gaan of een formeel onderhoud met Teo Kim Chwee, kon hij niet regelen, daar ging 'Amsterdam' over.

Op zondag, voorafgaande aan de ontmoeting met Joris Craandijk was ik alvast een kijkje gaan nemen bij de bouw van de brouwerij nabij het plaatsje Hlegu, even ten noorden van Rangoon. De arbeiders vertelden over hun lonen en hun werkomstandigheden, die bij lange na niet zo hoog respectievelijk goed waren als Craandijk had gesuggereerd. 'Amsterdam' gaf, op dinsdag, geen toestemming voor een officiële inspectie in Hlegu. Craandijk daarover, vlak voor zijn vertrek: “Wat vervelend. Ik zal morgenochtend als ik in Nederland ben de zaak meteen aan de orde stellen. We zullen contact met u opnemen.” Maar Craandijk liet niets meer van zich horen. Dezelfde dag ging ik, voor de tweede maal, naar de brouwerij in aanbouw. Nog steeds volop bouwactiviteiten, nog steeds mopperende arbeiders. Geen enkel signaal van terugtrekking van Heineken. 24 Uur later maakt Heineken bekend dat het Birmese avontuur ten einde is.