Woon-werkverkeer

Volgens NRC HANDELSBLAD van 26 juni zou per personenauto in 1994 16.600 km/jaar gereden zijn, waarvan 25 procent voor woon-werkverkeer. Neemt men een werkweek van vijf dagen, en 50 werkweken per jaar aan, dan resulteert voor de woon-werkafstand een gemiddelde van 16.600/(4.250.2) = 8,3 km, een afstand ruim binnen lokaal gemiddelde en in een halfuur te fietsen en dat is nog gezonder ook.

Maar de vraag rijst waarvandaan die bijna eindeloze ochtend- en avondfiles? Is dat voornamelijk zakelijk en vrachtverkeer?

Laat men die 25 procent buiten beschouwing, en veronderstelt men een gelijk autogebruik voor werk- en vakantieweken dan resulteert een gemiddelde van 63,8 km/werkdag ofwel een gemiddelde van circa 32 km woon-werkafstand.

De laatste berekening lijkt de werkelijkheid dichter te benaderen. Echter, zonder nadere uitsplitsing van de frequentieverdeling van woon-werkafstanden, beschikbaarheid van openbaar vervoer kan uit dit fraai opgemaakte schema vrijwel niets geconcludeerd worden.

Een ander gegeven is misschien relevanter. Deze krant van 5 januari 1996 (Cultureel Supplement) vermeldde dat sinds 1993 de Waalbrug bij Zaltbommel 365 maal zoveel verkeer te verwerken heeft gekregen, hetgeen een groei van gemiddeld 10 procent jaarlijks impliceert, dat is ruim dubbel de gemiddelde economische groei. En het lijkt plausibel dat transportbehoeften minstens kwadratisch toenemen met economische groei.

    • Evert Farenhorst