Uitvaartbedrijf vecht om erfenis van oprichter

DEN DOLDER, 10 JULI. De Salle à Manger in Den Dolder is weer één en al rust. Alleen een triomfantelijk pamflet op de voordeur meldt dat het restaurant sinds vorige week heropend is. Kort daarvoor was de Salle à Manger nog het toneel van een hoog opgelopen machtsstrijd, waarbij het bedrijf door de directeur van de moedermaatschappij werd overvallen.

Inzet is de erfenis van wijlen G.W.E. van Veenendaal, oprichter van het uitvaartbedrijf Memento Mori. In veertig jaar vergaarde Van Veenendaal een fortuin met de verkoop van uitvaartpolissen en de exploitatie van drie crematoria en tientallen rouwcentra en begrafenisbedrijven, waar nu zo'n driehonderd mensen werken. Als hobby bezat de uitvaartondernemer ook twee restaurants, Salle à Manger in Den Dolder en Duinrand in het Brabantse Drunen.

Na de dood van Van Veenendaal in maart vorig jaar werden de bezittingen ondergebracht in de stichting Aandelenbezit GWE Beheer, die wordt bestuurd door vrienden van de ondernemer. Diens weduwe, A. van Veenendaal-Bot, en kok Wulf Engel eisen echter hun aandeel van de erfenis op.

In 1989 had Van Veenendaal mede om fiscale redenen zijn vermogen met zijn vrouw op huwelijkse voorwaarden verdeeld, zodat zij op papier de helft van het bezit op haar naam kreeg. Bij de executie van het testament was het uitvaartbedrijf echter aanzienlijk in waarde gestegen. Niettemin kreeg de weduwe slechts de oorspronkelijk berekende drie miljoen gulden. De stichting GWE-beheer incasseerde vijftien miljoen gulden. Volgens het stichtingsbestuur kan de weduwe alleen rekenen op de waarde van het bezit zoals dat in 1989 gold.

De advocaat van weduwe Van Veenendaal-Bot, J. Herweijer, spreekt van een “buitengewoon onplezierige aangelegenheid. Zij is meer dan veertig jaar met Van Veenendaal gehuwd geweest en zij heeft nu te maken met stichtingsbestuursleden die niks met de familie uit hebben te staan en niet betrokken waren bij de afspraken die indertijd zijn gemaakt”.

Kok Wulf Engel is eveneens verwikkeld in een juridische strijd. Het is een nasleep van de culinaire voorliefde van de begrafenisondernemer. In 1992 had Van Veenendaal de aandelen van het restaurant Salle à Manger in Den Dolder opgekocht, opdat Engel daar ongestoord kon werken. De kok had naam gemaakt bij het naburige restaurant De Hoefslag en was een protégé van Van Veenendaal.

De begrafenisondernemer kocht voor 2,5 miljoen gulden het restaurant De Duinrand in Drunen en verbouwde het voor zo'n 7,5 miljoen gulden. Engel kreeg het consigne hier een toprestaurant met Michelinster van te maken. Na de dood van Van Veenendaal zou Engel beide restaurants erven tegen de nominale waarde (enkele tienduizenden guldens). Voorts had Van Veenendaal in een ander document vastgelegd dat GWE-beheer de exploitatieverliezen van de restaurants tot 1998 zou vergoeden.

De beheerders van de nalatenschap vrezen repercussies voor het florerende begrafenisbedrijf. Tal van processen volgden. Het bestuur verwijt Engel dat hij alle schulden die op restaurants rusten, kwijtgescholden wil hebben. “Het kan niet zo zijn dat Engel veertien miljoen gulden in de schoot geworpen krijgt”, zegt W. Lie, de advocaat van het stichtingsbestuur.

Eind juni kwam de climax. Engel werd ontslagen, GWE-directeur J. van Halteren verscheen in de Salle à Manger, verdeelde het vlees in de koelkast onder de medewerkers, waarna deze naar huis werden gestuurd en er nieuwe sloten werden aangebracht.

Vorige week besliste de rechtbank in kort geding dat GWE te hard van stapel was gelopen. Het ontslag van Engel werd ongedaan gemaakt en het begrafenisconcern moet tot 1 november de rekeningen van de twee restaurants betalen. Tot dan krijgen beide partijen de tijd om via bemiddeling een oplossing te vinden. Het stichtingsbestuur gaat in hoger beroep.

    • Bert Determeijer