Test GGD schokt homojongeren

Zes procent van de homojongeren in het uitgaanscircuit van Amsterdam is besmet met aids. Veertig procent van hen blijkt wel eens onveilige seks te hebben.

AMSTERDAM, 10 JULI. “In mijn praktijk kom ik niet zo veel onveilige seks tegen”, zegt de 30-jarige R. Hoffman, zittend in homocafé Havanna in Amsterdam. “De meeste homo's weten wat de risico's zijn. Ik kom een enkeling tegen die er om wat voor reden in is geslaagd niet van de risico's op de hoogte te zijn. Ik heb laatst een allochtone jongen ontmoet met wie ik echt alles had kunnen doen als ik had gewild. Dat verbaasde mij zeer. Ik heb me afgevraagd hoe dat kan.”

Vele homoseksuelen mannen in het Amsterdamse uitgaanscircuit tonen zich geschokt over de tussentijdse resultaten van een langlopend onderzoek van de GGD onder vierhonderd anonieme jongeren, goeddeels mannen. Uit het onderzoek blijkt dat 6 procent van de regelmatig uitgaande homo's tot en met dertig jaar is besmet met HIV, dat aids veroorzaakt. 40 procent heeft het afgelopen half jaar zonder condoom anaal seksueel contact gehad. De GGD noemt deze cijfers vooral opmerkelijk omdat de huidige generatie homojongeren is opgegroeid in het aids-tijdperk en het algemeen bekend is hoe het virus wordt overgedragen. Uit het onderzoek blijkt verder dat bijna driekwart het afgelopen half jaar drugs had gebruikt tijdens het seksuele verkeer en dat bijna tweederde wel eens seksueel contact had met een onbekende, meestal op een seksfeest. Jaarlijks wordt naar schatting één procent besmet.

Onderzoekers, voorlichters en hulpverleners wijzen er op dat het gebruik van condooms door homo's de laatste tien jaar fors is gestegen. Er wordt veel veiliger gevrijd. Anderzijds hebben allerlei voorlichtingscampagnes niet kunnen bereiken dat het aantal besmettingen onder homo's in Amsterdam is gedaald. Er zijn sinds 1982 in Nederland bijna vierduizend aidsdiagnoses gesteld, vaak bij homoseksuele mannen. De groei van dat aantal daalt licht. Naar schatting zijn er in Nederland achtduizend geïnfecteerden met HIV.

Er is een scala aan oorzaken voor het feit dat niet iedere homoseksueel een condoom gebruikt. De epidemioloog dr. F. van Griensven die het GGD-onderzoek uitvoerde, legt de schuld vooral bij de voorlichtingscampagnes. Van Griensven: “De campagnes hebben goed gewerkt als het gaat om het geven van informatie en het kweken van solidariteit in de samenleving. Maar het risicogedrag onder jonge homo's is nog steeds erg hoog. De campagnes sluiten dus niet aan bij de realiteit. De boodschap is dat je tot aan je dood een condoom moet gebruiken, maar er zijn talloze situaties waarin het moeilijk is om aan die hoge eis te voldoen. Jonge homo's hebben hun eerste anale contact met een ervaren vriend. Daarbij hebben ze meestal het romantische ideaal dat deze vriend de enige echte is, bij wie ze hun hele leven zullen blijven. In werkelijkheid duren die relaties meestal niet zo lang. Daar hoor je in campagnes weinig over. Er bestaan tussen homoparen ook afspraken dat ze het binnen de eigen relaties gezellig zonder condoom houden, maar daarbuiten veilige seks hebben. Van zulke afspraken zie je in campagnes nooit iets terug.”

Een van de moeilijkheden voor het voeren van een succesvolle campagne is het bereiken van homo's die stapelverliefd zijn, onervaren jongens die zich in hun roes door niets en niemand laten weerhouden om van hun liefde te genieten. M. Verbrugge, secretaris van de HIV-vereniging Nederland: “Voor homo's die het voor het eerst doen is anale seks mateloos spannend. Dan gaat er wel eens wat fout. Vijf minuten krikken is een leven lang pillen slikken.” Verbrugge signaleert tot zijn spijt bij jongere homo's een dalende interesse voor aids. Volgens hem maken velen de vergissing te denken dat aids een ziekte is voor oudere mannen. Bovendien laten nog steeds te weinig mensen die onveilige seks hebben gehad zich testen op de aanwezigheid van het HIV-virus, waardoor de kans op besmetting bij een volgend contact levensgroot aanwezig blijft.

De aidspreventie moet meer in het teken staan van het vergroten van de weerbaarheid van homojongeren, vinden sommigen. Te vaak komt het voor dat een jonge homo bij het seksuele verkeer niet over het gebruik van een condoom durft te beginnen uit angst afgewezen te worden. P. Dankmeijer, beleidsmedewerker aidspreventie van SAD/Schorerstichting: “Anale seks staat niet nummer één op de lijst met geprefereerde technieken. Veel beginners kunnen zich van anale seks geen voorstelling maken. Hoewel het ook onder heteroseksuelen veel voorkomt, wordt er op scholen niets over verteld. Maar de meeste homojongeren proberen het toch een keer uit. Ze zijn daar slecht op voorbereid.”

De ongerustheid over het Amsterdamse risicogedrag moet niet overdreven worden, vindt prof. dr. G.J. Kok, hoogleraar gezondheidsvoorlichting in Maastricht. Kok: “Als je nagaat dat uitgaande homojongeren in Amsterdam de ergste risicogroep vormen, had het percentage van zes procent besmettingen hoger kunnen zijn. Ik vind het aantal van 60 procent dat wél veilig vrijt helemaal niet gek. We wijzen al vijftig jaar op de gevaren van roken. Dat heeft niet het gewenste resultaat. Ondanks waarschuwingen blijven we onder invloed van alcohol rijden en blijven jongeren drugs gebruiken. Mensen hebben vaak geen zin om zich de wet te laten voorschrijven. En het onderwerp gezondheid staat heel ver van jongeren af.”

Dankmeijer: “Jonge homo's in het uitgaanscircuit van Amsterdam gedragen zich twee keer zo veilig als heteroseksuelen. Alleen komen er steeds meer besmette mensen bij. Je hebt dus al snel iemand te pakken die seropositief is. De kans dat je besmet raakt, is ongeveer één op zeven. Een enkel foutje is al snel fataal.”