Snelle reactie van justitie is de beste straf; Procureur-generaal Steenhuis over cellentekort

DRIEBERGEN, 10 JULI. Gelukkig, zegt hij, wordt criminaliteit in Nederland gezien als een sociaal probleem en niet als een probleem van de dader. “In een systeem waarbij men alleen probeert iedereen die iets fout doet op te sluiten houdt de behoefte om meer cellen te bouwen nooit op”, aldus D.W. Steenhuis, procureur-generaal in Leeuwarden en Arnhem.

Binnen het college van PG's is hij verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van straffen. “In een land als de Verenigde Staten, waar per honderdduizend inwoners zes of zeven keer zoveel mensen gevangen zitten als hier, kun je geen rationeel debat meer voeren over wat je verder kunt doen om de criminaliteit in te dammen. Eerst was het three strikes and you're out - levenslang na een derde vergrijp, nu spreekt men al van two strikes.”

Al heeft hij hier en daar een kritische aanmerking, de nota van minister Sorgdrager over rechtshandhaving en veiligheid stemt Steenhuis tot tevredenheid. Daarin pleit zij weliswaar voor meer cellen, maar vooral voor een beleid dat erop gericht is de criminaliteitshaarden in de verpauperde binnensteden aan te pakken - preventief. “Ik vind het moedig van de minister dat ze niet de weg van de minste weerstand kiest om eindeloos cellen bij te bouwen”, zegt Steenhuis. “Het is realistisch en evenwichtig. Aan de ene kant moeten er meer cellen komen, aan de andere kant is er behoefte aan een herpositionering van het OM naar de samenleving.”

Die samenleving - de politiek - vraagt ondertussen dat er cellen worden gebouwd omdat veel criminelen vrij rond lopen. Volgens de minister zijn ongeveer 18.000 vonnissen nog niet uitgevoerd.

“Dat is heel slecht. Het openbaar ministerie heeft een inhaalprogramma opgesteld om ervoor te zorgen dat die wachtlijst zo snel mogelijk wordt ingekort. We hebben er dit jaar in één klap een flink aantal cellen bijgekregen. Ik streef ernaar dat er binnen twee jaar geen lopende vonnissen meer zijn. Dat is belangrijk, want als één ding blijkt te helpen bij bestraffen, dan is het de short sharp shock: de snelle reactie van justitie. Het gaat overigens de goede kant op. Vorige maand is er in twee van de vijf ressorten, Arnhem en Leeuwarden, geen enkele verdachte meer naar huis gestuurd.”

Opmerkelijk in de nota van minister Sorgdrager is dat zij requireerrichtlijnen wil gaan opstellen voor officieren. Als er een cellentekort dreigt moet het OM lagere straffen eisen. Gaat dat niet tegen de natuur van het OM in?

“Ja, dat is zo. Ik heb, net als het hele OM, ook wel moeite met dat voorstel. De vrijheid om zelf een straf te eisen zit in de genen van een officier. Die is persoonlijk verantwoordelijk voor wat er tegen de rechter wordt gezegd, dat vind ik ook. Wat daar los van staat is de vraag of een officier niet zou moeten kunnen uitleggen aan zijn PG waarom hij tien jaar in plaats van acht jaar celstraf wil eisen.

Ik heb dat balletje al eens opgeworpen. We weten dat langer straffen niet werkt om recidive te voorkomen. Daarnaast heeft het een positief effect op de celcapaciteit. Die vraag - kan het niet wat minder met het oog op het cellentekort - werpt de minister op. Dat is volstrekt legitiem. In sommige Amerikaanse staten bestaan voor de rechter al richtlijnen die gekoppeld zijn aan de beschikbare celcapaciteit.''

Nederland zou te klein zijn als iemand dat zou voorstellen.

“Ja, dat vind ik ook terecht. Maar het OM moet een discussie durven voeren over de vraag waar de steeds langere duur van celstraffen goed voor is, los van de celcapaciteit. De eerste reacties van officieren zijn overigens niet erg bemoedigend. Je raakt hun diep in hun geweten. Ze zijn bovendien bang dat de rechter vaker over hun eis heen zal gaan, wat hun geloofwaardigheid tegenover de rechter niet bevordert. Wij willen officieren niet hun onafhankelijkheid afnemen, ook niet de voorzitter van het college van PG's (Docters van Leeuwen, red.). Maar je hoort wel steeds te kunnen motiveren waarom je bepaalde dingen doet. Maar de requireerrichtlijnen zijn vooral bedoeld voor de rechtsgelijkheid.”

Zijn de hogere straffen die tegenwoordig worden geëist alleen te verklaren uit de toename van het aantal ernstige misdrijven?

“Nee, ik denk het niet. Er hangt op dit moment iets in de lucht van 'er moet zwaarder gestraft worden'. Ik denk dat het tot het gedachtengoed van een beschaafde natie behoort om je ook in dit soort tijden te realiseren welke irrationele mechanismen een rol spelen. Mensen, media, zwepen elkaar op. Dat moet je relativeren. Je kunt niet eindeloos cellen bouwen, hoezeer ik ook vind dat er nog steeds te weinig zijn.”

Vindt u de twaalfhonderd extra cellen die het kabinet voorstelt te weinig?

“Ja. Maar wij zijn altijd bereid om genoegen te nemen wat haalbaar is. Dit is kennelijk haalbaar. Maar dat betekent niet dat wij onze doelstellingen bijstellen. Ik had liever gehad dat er in één keer drieduizend extra cellen waren bijgekomen. Dan waren we voor langere tijd van het cellentekort afgeweest en had het OM bij wijze van spreken vijf jaar zijn mond kunnen houden. Ik voorspel dat het probleem na het jaar 2000 nog wel enige tijd zal blijven bestaan.”

Minister Sorgdrager verwacht dat capaciteitstekort op te vangen door het aantal taakstraffen bijna te laten verdubbelen. Vindt u dat realistisch?

“Daar ben ik niet zo optimistisch over. De eerste resultaten zijn niet bemoedigend. Onder de mensen die een vrijheidsstraf krijgen zijn er niet veel die zonder problemen een taakstraf zouden kunnen uitvoeren. Het mislukkingspercentage zou sterk toenemen. Niemand heeft er belang bij dat zo'n straf mislukt, want dan heb je dubbel werk en dubbele kosten. Driekwart van de mensen die voor de rechter komen krijgt geen vrijheidsstraf. Dat zijn mensen die al door de zeef van het OM zijn gekomen via sepots of transacties. Wat je dan voor de rechter overhoudt aan mensen die wel een gevangenisstraf krijgen, daar is natuurlijk wel wat mee aan de hand. Dan kun je niet meer zeggen: daar gooien we even een taakstrafje tegenaan. Dat zijn mensen die al zo vaak gerecidiveerd hebben, zoals verslaafden. Die hebben veel meer moeite hun afspraken na te komen. Dat leidt tot mislukking.”

“Daarbij komt dat een heleboel taakstraffen nu nog uit de categorie sociale-zekerheidsfraude komen. Binnenkort wordt de Wet adminstratieve boetes en transacties van kracht, waarmee het potentieel verder uitgedund zal worden. Het neemt niet weg dat je pas iemand moet opsluiten als het echt niet anders kan.”

Het kabinet wil dat er justitiebureaus in bepaalde stadswijken komen, als middel om criminaliteit te helpen voorkomen.

“Op zichzelf is zichtbaarheid van justitie in de wijk een goede zaak. In Manhattan in New York bestaat een community court, waar een rechter snelle taakstraffen kan opleggen. In hetzelfde gebouw zitten alle hulpverleningsinstanties, van de woningbouwvereniging tot en met de instanties voor drugs- en alcoholverslaafden. De rechter stuurt ze na zijn uitspraak meteen door naar boven, naar de hulpverlener die ze nodig hebben. Maar uit een evaluatie blijkt dat mensen snel in hun oude gedrag vervallen en dat de effecten ervan niet zichtbaar zijn. Dit soort problemen kom je natuurlijk ook straks bij zo'n bureau in Nederland tegen. Maar ik vind het een verfrissende gedachte, het proberen waard. Ik ben niet zo optimistisch over de mogelijkheiden om via dit soort ontwikkelingen het vertrouwen van de burger in justitie te herstellen.”

Zo te horen staat u niet te trappelen om het eerste justitiebureau te openen.

“Kijk, je wint het vertrouwen van de burger niet als het er ís, maar als het functioneert. Veel van dat soort initiatieven worden met extra geld uit de grond gestampt, zoals projecten voor drugsgebruikers, maar het is veel moeilijker om ze gaande te houden. Daar is onze samenleving niet goed in. Na een tijdje verliest men de belangstelling. Maar ik vind dit initiatief belangrijk genoeg om ervoor te zorgen dat het niet inzakt.”

Als ik u goed beluister verwacht u niet zo gek veel van de alternatieven die het kabinet voorstelt voor het bouwen van cellen.

“Dat is niet waar.Er zijn tal van mogelijkheden om te voorkomen dat mensen in aanraking komen met het openbaar ministerie. Dat is een verantwoordelijkheid die bij het bestuur ligt, bij particulieren, bij bedrijven. Ik heb vanmiddag bij de Verkeersdienst van de politie zitten praten over de handhaving van de maxiumsnelheden. Als je de snelheidscontroles zo opvoert dat iedereen die te hard rijdt wordt gepakt, neemt het aantal overtredingen af.

Dat is niet op alle terreinen zo gemakkelijk als in het verkeer, maar het kan wel. Als het bestuur maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat er minder delicten worden gepleegd, zal het OM als betrouwbaar sluitstuk optreden. Er kan nog veel worden gedaan aan het voorkomen van fraude, inbraken, winkeldiefstallen, maar ook aan de ghettovorming die bijdraagt tot rechteloosheid. Als je het de mensen moeilijk maakt houdt er weer een stelletje mee op. Maar dat is niet de verantwoordelijkheid van justitie alleen.''

    • Rob Schoof