Rotbaantje (1)

Onder de kop 'Liever het huishouden dan een rotbaantje' schreef Jutta Chorus op 28 juni een artikel, waarin zij stelt dat een kostwinner op jaarbasis twee- tot drieduizend gulden meer belasting moet gaan betalen, als zijn vrouw gaat werken.

Voorts haalt zij M. Dauvellier van de Vrouwen Alliantie aan, die berekend zou hebben dat een doorsneegezin er door het verlies van het kostwinnersvoordeel per maand 175 gulden op achteruit zou gaan.

Beide stellingen vertekenen de werkelijke situatie.

Een vrouw die (in loondienst) gaat werken en een belastbaar inkomen heeft lager dan het belastingvrije bedrag van 7.003 gulden moet daarover 37,5 procent belasting betalen en houdt dus 62,5 cent over van iedere gulden. (Voor de man verandert er niets; hij behoudt de 'dubbele belastingvrije som'). De bewering dat 'de vrouw des huizes acht uur moet werken om netto één uurloon over te houden' raakt kant noch wal. (In uren omgerekend zou men van acht uurlonen er circa vijf overhouden). De auteur vergeet namelijk de positieve inbreng (verdienste) van de vrouw in het verhaal te betrekken en praat alleen over de negatieve gevolgen (meer belasting) voor de man. Deze gelden overigens pas bij een belastbaar inkomen van de vrouw boven de 7.003 gulden. Dan krijgen beiden een belastingvrij bedrag van 7.003 gulden.

Als de man een belastbaar inkomen heeft tot ongeveer 53.000 gulden is het een kwestie van 'vestzak-broekzak': wat de man meer aan belasting moet betalen, betaalt de vrouw minder. Die achteruitgang van 175 gulden per maand van meneer Dauvellier slaat op het inkomen van de man; de vrouw brengt dit geld weer even hard binnen. Het blijft dus altijd een lucratieve zaak voor het gezin als de partner ook gaat werken.

    • W. Verhoeven