Rekenkamer VS bevestigt de twijfel aan 'slimme' wapens

WASHINGTON, 10 JULI. De geavanceerde wapensystemen waar het Amerikaanse leger tijdens de Golfoorlog tegen Irak in 1991 veel gebruik van maakte, waren aanzienlijk minder effectief dan het Pentagon indertijd beweerde. Dat bevestigt de Amerikaanse rekenkamer na het grondigste onderzoek dat hier tot nog toe aan is gewijd.

Eerder waren al vraagtekens geplaatst bij de effectiviteit van dergelijke 'slimme wapens'. De rekenkamer trekt nu in twijfel of het Amerikaanse leger er wel goed aan doet zich - voor tientallen miljarden dollars - steeds afhankelijker te maken van dergelijke hoog-technologische wapens.

The New York Times heeft de hand gelegd op een samenvatting van de resultaten van het onderzoek, waar in 1992 door het Congres om was gevraagd, en publiceerde daar gisteren over. De in 1991 veel geprezen precisie van de nieuwe wapens - het Stealth-gevechtsvliegtuig, de Tomahawk-raket en de laser-gestuurde 'intelligente bommen' - is volgens het rapport “overdreven, misleidend en niet te rijmen met de beste beschikbare gegevens - of niet na te gaan”. Het dure, 'slimme' wapentuig zou niet beter hebben gepresteerd dan de ouderwetse en goedkopere 'domme' wapens.

Tijdens de Golfoorlog gaf het Pentagon videobeelden vrij die lieten zien hoe nauwkeurig de Amerikanen met het computergestuurde wapens doel troffen. Onder andere werd getoond hoe een 'slimme bom' door een luchtkoker een gebouw in Bagdad binnendrong om het van binnenuit tot ontploffing te brengen. In veel gevallen bleek het echter aanzienlijk minder gladjes te verlopen.

De 'slimme bommen' vormden slechts 8 procent van het totale gewicht aan bommen dat de Amerikanen boven Irak hebben uitgeworpen, maar zij waren goed voor 84 procent van de munitiekosten. Het huidige programma van het Pentagon voor de bouw van nieuwe, intelligente bommen zou 58 miljard dollar kosten.

De luchtmacht stelde tijdens de operatie Desert Storm dat de bombardementen van de kostbare Stealth-vliegtuigen in 80 procent van de gevallen doel hadden getroffen. Nu blijkt 40 procent dichter bij de werkelijkheid te liggen.

De rechtmatigheid van het enthousiasme over de effectiviteit van de wapens werd al direct na de oorlog betwist. President Bush noemde in 1991 het systeem van de Patriot-raketten, die inkomende raketten moeten neerhalen, vrijwel perfect, omdat het in Israel en Saoedi-Arabië 41 van de 42 inkomende Iraakse Scud-raketten had uitgeschakeld. In 1992 kwam de rekenkamer al tot de slotsom dat slechts 9 procent van de inkomende Scuds was vernietigd. In Israel is wel een succespercentage van 0 genoemd.

Het Pentagon bestrijdt de conclusies van de rekenkamer niet, maar gelooft dat verbetering van de “intelligente wapens” de problemen kan verhelpen.