Moeizame periode China en VS lijkt nu voorbij

PEKING, 10 JULI. Tijdens het vierdaagse bezoek van Anthony Lake, de nationale-veiligheidsadviseur van de Verenigde Staten, aan China lijkt tot grote opluchting van beide landen een einde te zijn gekomen aan een lange periode van moeizame betrekkingen tussen Washington en Peking.

Lake en zijn Chinese gesprekspartners hebben de wederzijdse verwachting uitgesproken dat wanneer president Clinton wordt herkozen, binnen afzienbare tijd, “maar niet dit jaar”, een ontmoeting zal plaatshebben tussen de staatshoofden van beide landen. Dat meldden functionarissen van beide landen.

Lake, die zijn bezoek vandaag afsluit, zei na afloop van gesprekken met China's politieke en militaire top dat enkele dagen van “zeer directe” gesprekken de basis hebben gelegd voor overeenstemming aangaande langlopende politieke en economische kwesties.

Ook het Chinese commentaar op het bezoek was, in vergelijking met de felle Chinese retoriek die de betrekkingen tussen de VS en China de afgelopen maanden zo gekleurd heeft, buitengewoon positief.

“De politiek van toenemende wederzijdse betrokkenheid is zeer produktief geweest”, aldus Chi Haotian, de Chinese minister van Defensie, na een ontmoeting met Lake.

Aan het bezoek van de Amerikaanse veiligheidsadviseur, de belangrijkste regeringsfunctionaris die China heeft aangedaan sinds 1994, wordt zowel door de Verenigde Staten als China grote waarde gehecht omdat de betrekkingen tussen beide landen in het afgelopen jaar tot een historisch dieptepunt waren gedaald.

Aan een oplossing voor de nog resterende onenigheid aangaande de kwesties van Taiwan, de mensenrechten, de bescherming van intellectueel eigendom en de ondertekening van het kernstopverdrag, kan volgens Lake nu met goede moed worden gewerkt aangezien China bereid is gevolg te geven aan verdergaand overleg.

Lake hechtte er waarde aan te zeggen dat zijn bezoek aan China was bedoeld als een gelegenheid om toezeggingen te doen over “zeer algemene zaken”. “Tijdens besprekingen wordt soms onderhandeld over specifieke onderwerpen, maar dat is niet wat we hier hebben gedaan”, zei hij ten overstaan van buitenlandse journalisten. “Als alle onderwerpen die aan de orde zijn gekomen nader worden beschouwd, dan blijkt dat het om een overeenkomst gaat die in het belang is van beide landen. [...] Overeenkomsten die grote landen met elkaar sluiten zullen nooit een capitulatie zijn.”

Volgens Lake zijn de gesprekken die hij heeft gehad met de Chinese president, Jiang Zemin, en premier Li Peng daarom zo van belang omdat tijdens een soortgelijke ontmoeting met Liu Huaqing, de vice-minister van Buitenlandse Zaken, in maart in de VS, zou zijn gebleken dat Peking en Washington beter wisten om te gaan met de onenigheid die onder andere heeft bestaan over de bescherming van Amerikaans intellectueel eigendom en de verkoop van Chinese nucleaire onderdelen aan Pakistan.

Verkoeling relaties over kwestie-Taiwan

Vooral de daaropvolgende toezegging van China zich afzijdig te houden van nucleaire transacties werd door Lake onderstreept.

Amerikaanse diplomaten in Peking hebben gezegd dat Lake met zijn Chinese gesprekspartners overeen is gekomen te streven naar geregeld overleg tussen Washington en Peking “om gezonde betrekkingen tot in de 21ste eeuw te garanderen.”

De Chinees-Amerikaanse betrekkingen raakten vorige zomer bekoeld toen de Taiwanese president, Lee Teng-hui, een informeel bezoek bracht aan de Verenigde Staten. China, dat Taiwan beschouwt als een afvallige provincie en dat betrekkingen tussen Taiwan en landen waarmee Peking diplomatieke banden heeft verbiedt, betichtte de VS van het schenden van het één-China-beleid. De betrekkingen raakten vervolgens verder bekoeld toen het Chinese Volksbevrijdingsleger, voorafgaand aan de eerste vrije presidentsverkiezingen in Taiwan, op 23 maart, militaire oefeningen hield in de Straat van Taiwan. De VS stuurden daarop twee vliegdekschepen naar het gebied, wat tot meer protesten uit Peking leidde. Tot zover onze correspondent

Een in de VS gevestigde internationale mensenrechtengroep heeft gisteren opgeroepen tot internationale druk op China om zijn mensenrechtenbeleid te verbeteren. Volgens Human Rights/Asia zijn internationale ondernemingen nu even kwetsbaar als binnenlandse dissidenten. Volgens het rapport is de toestand van de mensenrechten in China vorig jaar ernstig verslechterd omdat vermindering van internationale (Amerikaanse) druk Peking de mogelijkheid had gegeven om oppositie harder te onderdrukken. De binnenlandse dissidentenbeweging is zo goed als vermorzeld en een harde campagne is aan de gang tegen ongeoorloofde godsdienstuitingen. En terwijl China economisch krachtiger wordt, gebruikt de regering haar groeiende invloed niet om de mensenrechten te verbeteren maar om door middel van intimidatie en dreigementen op handelsgebied pressie inzake de mensenrechten af te wenden, aldus de groep. (Reuter)

    • Floris-Jan van Luyn