Meer taakstraffen jeugd

DEN HAAG, 10 JULI. Het aantal jongeren dat voor een delict wordt gestraft met een taakstraf is de laatste jaren sterk gestegen. In 1994 werden 4.000 taakstraffen opgelegd aan jongeren. In 1983, het jaar dat de taakstraf werd ingevoerd, waren dat er 304. De meeste taakstraffen worden uitgedeeld voor diefstal in groepsverband. In vergelijking met tien jaar geleden gebruiken de daders vaker geweld.

Dit concludeert het rapport 'Taakstraffen voor minderjarigen' van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum. De meeste taakgestraften zijn jongens van gemiddeld vijftien jaar met een “licht justitieel verleden”. Zij wonen bij hun ouders en volgen voorbereidend beroepsonderwijs. Het aandeel van meisjes en jongeren van niet-Nederlandse oorsprong stijgt. Van de 200 onderzochte taakstraffen in 1994 werd 87 procent afgemaakt.

De toepassing van taakstraffen op minderjarigen begon in 1983 als experiment en is vorig jaar opgenomen in het jeugdstrafrecht. Onder minderjarigen worden taakstraffen nu vaker toegepast dan traditionele straffen als boetes en plaatsing in een jeugdinrichting. Een taakstraf kan bestaan uit werken (gemiddeld 57 uur, voornamelijk huishoudelijk werk in verzorgingstehuizen), leren (bijvoorbeeld de cursus 'Slachtoffer in Beeld') of een combinatie. Bij het vinden van projectplaatsen ondervinden de Bureaus Taakstraffen Minderjarigen steeds meer concurrentie van banenpoolers en de reclassering voor volwassenen.