Langs de kastelen van Madame de Sévigné

“Ik zeg altijd dat, als ik maar tweehonderd jaar kon leven, ik de meest volmaakte mens ter wereld zou worden”, schreef Madame de Sévigné op 27 juni 1679 aan haar neef. Dit jaar is het driehonderd jaar geleden dat de schrijfster op Château Grignan in de Provence overleed.

Met haar levensdrift, humor, filosofie en liefde overstijgt ze de eeuwen; ze is nu de populairste auteur in Frankrijk. In elke boekhandel liggen haar gebundelde brieven. Van Parijs tot Grignan en van Bretagne tot Bourgondië worden Sévigné-lezingen en concerten gegeven.

Mme de Sévigné werd als Marie de Rabutin Chantal in 1626 te Parijs geboren. Op haar zevende jaar had ze haar ouders verloren, maar ze werd liefdevol opgevoed door haar oom en tante. Op haar achttiende trouwde Marie met markies Henri de Sévigné, een telg uit een Bretons adellijk geslacht. Hij bezat een kasteel in Rochers en een in Buron. Aanvankelijk leidde het paar een uitbundig bestaan in Parijs, waar de jonge markiezin schitterde in de salons. Maar het huwelijk verslechterde snel. Nadat Mme de Sévigné het leven had geschonken aan dochter Françoise en zoon Charles, keerde de markies haar de rug toe. Nu er een erfopvolger was voor het Huis de Sévigné, stalde hij zijn vrouw en kinderen in Château Les Rochers in Bretagne om zich in Parijs met beruchte courtisanes als Ninon de Leclos te amuseren. In 1651 kreeg hij een fatale verhouding met 'la belle Lolo', die er behagen in schepte hem aan te zetten tot een duel met zijn medeminnaar. Daarbij raakte de markies van Sévigné zo ernstig gewond, dat hij twee dagen later overleed. De dood van haar man bevrijdde zijn weduwe uit de provincie. Mme de Sévigné maakte als 25-jarige haar rentree in Parijs en besloot nooit te hertrouwen. Haar grote passie was de literatuur. Ze adoreerde Corneille, discussieerde over Descartes, bezocht alle voorstellingen van Molière, raakte in de ban van Pascal en Boileau. Haar vriendschap met Madame de la Fayette zette haar aan tot briefwisselingen op literair niveau: “Lezen leert je, naar mij dunkt, ook schrijven”, schreef ze in 1689 aan haar dochter Françoise. Maar het lag niet in haar bedoeling ooit iets te publiceren.

Françoise groeide op tot 'de mooiste vrouw van Frankrijk' zoals men haar aan het hof noemde. Haar favoriete dichter La Fontaine droeg een fabel aan haar op: “Sévigné, jij die bevallig/ Voor de Gratiën, lieftallig,/ Als model stond, zo volmaakt,/ Uit een godendroom ontwaakt.” In 1668 trouwde Françoise met Charles de Grignan, die werd aangesteld tot luitenant-generaal in de Provence. Dat betekende voor de jonge Mme de Grignan dat ze haar moeder vaarwel moest zeggen om haar man te volgen naar Château Grignan in de Drôme. Aan deze omstandigheden hebben we de omvangrijke correspondentie van Mme de Sévigné aan haar dochter te danken. Ze zonden elkaar ten minste twee keer per week een brief, waarin ze alle mogelijke gebeurtenissen beschreven, elkaar overstelpten met woorden van genegenheid, meningsverschillen uitvochten en uiting gaven aan vreugde of ongerustheid. Mme de Sévigné ontwikkelde een adembenemende stijl die zo persoonlijk is, dat je over de eeuwen heen vriendschap voor haar voelt. Ze gaat in haar brieven geen onderwerp uit de weg: ze beschrijft luchtig de nieuwste haarmode of verstrekt een geneeskrachtig recept voor addersoep. Een andere keer gaat ze met levenswijsheid in op politiek, oorlog, religie of dood. Maar steeds overheerst haar optimisme. “Je vraagt me, lieve kind, of ik nog steeds van het leven houd”, schreef ze als 46-jarige. “Ik moet je bekennen dat ik op deze aarde veel smartelijks ervaar, maar ik heb een nog grotere afkeer van de dood. Ik voel me vaak zo ongelukkig bij het idee dat alles daarmee moet aflopen, en als ik de jaren kon laten teruglopen zou ik niets liever willen.”

In de benadering van haar dochter vinden we de tijdloze sporen van aantrekken en afstoten, een herkenbaar spel voor moeders en dochters. Dankzij Mme de Sévigné beschikken we bovendien over een correspondente die met feilloos journalistiek gevoel beelden schetst van het 17de-eeuwse Franse politieke leven. Vooral in relatie tot de geschiedenis van onze Republiek in de Gouden eeuw levert dat boeiende verslagen op. “Mijn hoofd is wat in de war”, berichtte Mme de Sévigné haar dochter in juni 1672, “..mijn zoon is ook in het koninklijk leger en er zijn daar zoveel gelegenheden om om te komen.” Het 120.000 man tellende leger van Lodewijk XIV was op dat moment bezig ons land het Rampjaar te bezorgen.

Interessant zijn haar vriendschappen met de vele Franse nazaten van Willem van Oranje, zoals zijn kleinzoon, de befaamde maarschalk Turenne. Toen Turenne in 1675 door een verdwaalde kanonskogel dodelijk was getroffen schreef Mme de Sévigné fatalistisch: “Ik denk dat dat kanon al eeuwig geladen stond en ik denk dat alles Turenne naar deze plek heeft gebracht.”

Wie Frankrijk dit jaar bezoekt, zal overal fanatieke lezers tegenkomen die met een speciale uitgave in de hand een pelgrimstocht afleggen over Les routes de Mme de Sévigné. De tocht langs de vele kastelen eindigt hoog op de rotsen in Château Grignan. Daar kan men de kamer bezoeken waarin Mme de Sévigné sliep. In het dorp prijkt haar standbeeld boven een fontein en wat verderop in de bergen vinden we de grot waarin ze koelte zocht om te schrijven. In de Eglise Saint-Sauveur werd de 70-jarige Mme de Sévigné in 1696 diep betreurd ter aarde besteld. Op het koor herinnert een kleine gedenkplaat aan de plaats waar haar tombe was. Haar stoffelijk overschot ligt er niet meer. Tijdens de Franse revolutie stortte een uitzinnige menigte zich op de adellijke graven en liet niets heel.

De meeste brieven van Mme de Sévigné overleefden de eeuwen als door een wonder. Na de dood van Françoise de Grignan gooide haar dochter Pauline alle brieven van haar moeder weg. Die van haar grootmoeder, die door verschillende bewonderaars waren gekopieerd, durfde ze niet te vernietigen, maar ze zette er wel de schaar in. In 1743 verscheen met haar toestemming een officiële, gecensureerde uitgave van de brieven van Mme de Sévigné. De rest leek verloren. Totdat een professor in 1873 een bundel papieren ontdekte bij een antiquair in Dijon.

De bundel bevatte honderden afschriften van de correspondentie van Mme de Sévigné aan haar dochter. De Sévigné beleefde een literaire wedergeboorte. Sindsdien werden haar brieven keer op keer herdrukt. Auteurs als Claudel, Proust en Gide lieten zich door haar inspireren. “Niets is zo dwaas als ons heil in de onzekerheid te zoeken”, schreef Mme de Sévigné, “Maar niets is ook zo natuurlijk. En het dwaze leven dat ik leid is toch, wat op deze wereld nog het makkelijkst te begrijpen valt.”

De citaten-vertaling is van Ben Rekers uit: Madame de Sévigné. Brieven. Amsterdam, 1991.

Dit boek is uitverkocht.

    • Thera Coppens