Kwart Nederlanders is bang op straat

DEN HAAG, 10 JULI. Eén op de vier mensen in Nederland is bang op straat. Hoe groter de woonplaats, des te onveiliger mensen zich voelen. Een kwart miljoen mensen durft na 22.00 uur niet meer naar buiten.

Dit blijkt uit de veiligheidsrapportage van het ministerie van Binnenlandse Zaken. De gegevens hebben betrekking op 1994. Vergeleken met een vorig onderzoek uit 1992 is er weinig veranderd.

De criminaliteit steeg licht, maar het aantal roofovervallen is na een piek in 1993 met dertig procent gedaald. Tussen 1992 en 1994 daalde ook het aantal verkeersongelukken. Sinds vorig jaar vallen er wel weer meer doden in het verkeer.

Dat een kwart van de bevolking niet blakend van zelfvertrouwen de straat op gaat heeft vooral te maken met de eigen buurt, aldus de rapportage. In wijken waar veel gewelddadige jongeren rondhangen en waar alcoholisten of drugsverslaafden het beeld bepalen, is het gevoel van onveiligheid groter dan elders.

De 250.000 Nederlanders - 1,5 procent van de bevolking - die 's avonds helemaal niet meer naar buiten durven wonen vaak juist niet in zo'n buurt, aldus het rapport. Het gaat volgens het departement van Binnenlandse Zaken overwegend om gepensioneerden, vrouwen en mensen met weinig opleiding.

Volgens staatssecretaris Kohnstamm hebben zij echter geen reden om bang te zijn. Waarom zij het toch zijn, laat zich slechts raden. “Een bekende criminoloog gaf ooit het advies om een andere krant te gaan lezen”, aldus de rapportage.

De vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag zijn het minst veilig. Het onveiligheidsgevoel is er drie keer zo groot als in middelgrote steden en zes keer groter dan in de provincie. Kohnstamm zei gisteren in een toelichting op het rapport: “Als we dus duizend extra agenten inzetten, moeten er zeshonderd naar de grote steden, driehonderd naar provincieplaatsen en honderd naar het platteland.”

Uit de veiligheidsrapportage blijkt verder dat gemeenten nog steeds veel problemen hebben met de bestrijding van drugsoverlast. Met softdrugs heeft eenderde van de gemeenten problemen, terwijl de helft van die gemeenten nog geen drugsbeleid hebben ontwikkeld. Verder heeft 37 procent van de gemeenten problemen met harddrugs. Slechts de helft van die gemeenten heeft maatregelen getroffen ter bestrijding van de overlast. Binnenlandse Zaken richt nog dit jaar een 'expertisebureau drugs' op. Doel van dit bureau is gemeenten, politie en het openbaar ministerie te adviseren over het lokale beleid voor de bestrijding van drugsoverlast.

Uit het veiligheidsonderzoek blijkt verder dat een gevoel van onveiligheid een betrekkelijk zaak is. Nadat Dordrecht stadswachten had gekregen, voelde tachtig procent van de stadsbevolking zich een stuk veiliger. Maar, zo bleek ook, van deze groep had weer tachtig procent nog nooit een stadswacht op straat gezien.

Kohnstamm zei gisteren dat hij het opmerkelijk vindt dat het aantal zeer jeugdigen dat met de politie in aanraking komt, niet zo omvangrijk is als de media het volgens hem doen voorkomen. De groep wordt namelijk niet groter. Wel daalt de leeftijd - tot de categorie 7-12 jaar - waarop kinderen voor het eerst naar het politiebureau worden meegenomen.