Kunstmatig hoge prijzen; Makers van cd's in VS gedagvaard

ROTTERDAM, 10 JULI. Polygram Group Distributers, dochteronderneming van Philips, is samen met vijf andere grote fabrikanten van compact discs (cd's) in de Verenigde Staten door consumenten gedagvaard omdat de fabrikanten met onderlinge afspraken de prijzen van cd's kunstmatig hoog zouden houden.

Dit heeft het Amerikaansae persbureau AP gemeld. In Nederland voert de Economische Controle Dienst (ECD) op het ogenblik onderzoek uit naar vermeende prijsafspraken in de branche van compact discs. Het onderzoek is in mei gestart na klachten dat de Nederlandse platenmaatschappijen door onderlinge afspraken de consumentenprijzen onnodig hoog houden. Tot een rechtszaak is het hier evenwel niet gekomen.

Een Amerikaans advocatenkantoor heeft eerder deze week in Knoxville, Tennessee, namens twee consumenten een rechtzaak aanhangig gemaakt tegen zes cd-fabrikanten. Het advocatenkantoor heeft reeds zijn eerste overwinning geboekt. Het heeft namelijk voor deze rechtzaak de zogenaamde class-action status verkregen, waardoor de mogelijkheid nu open staat voor andere consumenten zich bij de actie aan te sluiten.

De advocaten stellen dat de fabrikanten de consumentenprijzen van cd's kunstmatig hoog houden, terwijl de produktiekosten dankzij allerlei technische verbeteringen zijn gedaald van 3 dollar per cd in 1983 tot minden dan 1 dollar vandaag.

Naast Polygram zijn gedagvaard: EMI Music Distribution, onderdeel van het Britse Thorn/EMI; Sony Music Entertainment, dochter van het Japanse Sony Corp; Warner Elektra Atlantic Corp, onderdeel van het Amerikaanse concern Time Warner; UNI Distribution Corp, onderdeel van MCA Music Entertainment; en Bertelsmann Music Group, dochteronderneming van het Duitse Bertelsmann Inc.

De zes fabrikanten beheersen 85 procent van de Amerikaanse markt voor cd's, waar jaarlijks een kleine 10 miljard dollar in omgaat. De fabrikanten leveren niet direct aan de consument, maar de fabrikanten zouden de Amerikaanse winkeliers wèl de verkoopprijzen voorschrijven en zouden als zodanig via onderlinge afspraken de consumentenprijzen van cd's onnodig hoog houden.

De aanval van de advocaten richt zich met name op de zogenoemde Minimum Advertised Price. De prijs waarvoor de fabrikanten hun cd's aan de winkeliers verkopen hebben de fabrikanten gefixeerd op min of meer één en hetzelfde bedrag (11,80 dollar). De winkeladviesprijs die ze de detaillisten voorschrijven is ook voor alle fabrikanten vrijwel identiek (16,98 dollar). Volgens de aanklagers houden de fabrikanten de winkeliers in het gareel door hen bepaalde services te onthouden als de winkeliers beneden de verkoopadviesprijs verkopen. Deze praktijk beperkt onderlinge competitie en valt nadelig uit voor de consument, aldus de advocaten.

Een zelfde soort rechtszaak tegen enkele van dezelfde bedrijven, maar dan met als inzet de consumentenprijs van cassettebeandjes en langspeelplaten, resulteerde in 1982 in een schikking waarbij de fabrikanten 26 miljoen dollar uitkeerden.

De vermeende prijsafspraken in de VS doen sterk denken aan de Nederlandse situatie, zoals in april door het bedrijf Disk House uit Epe naar buiten is gebracht. Nederlandse platenmaatschappijen zouden Disk House geen compact discs (cd's) willen leveren omdat Disk House de cd's aan de consument doorverkoopt voor prijzen die consequent onder de verkoopadviesprijs liggen die de platenmaatschappijen hanteren. De ECD heeft mede naar aanleiding van klachten van Disk House in mei een onderzoek geopend naar een eventueel kartel in de cd-branche.