Kohl vraagt Jeltsin om kunst

MOSKOU, 10 JULI. De Duitse bondskanselier H. Kohl gaat persoonlijk een beroep doen op president B. Jeltsin van Rusland om de kunst terug te krijgen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitsland is buitgemaakt.

Het Russische parlement (Doema) besliste afgelopen vrijdag dat de kunst die tijdens en na de oorlog is meegenomen in principe eigendom is van de Russische Federatie. Het parlement keurde het definitieve wetsontwerp unaniem goed. Moskou beschouwt de buit als legale compensatie voor de geleden schade en de vernietiging van grote hoeveelheden eigen kunstwerken door de nazi's. Daarbij beroept de Russische regering zich op een, nooit officieel vastgelegde, mondelinge overeenkomst die aan het eind van de Tweede Wereldoorlog zou zijn gesloten tussen de geallieerde strijdkrachten.

President Jeltsin en de Federatieraad (de Eerste Kamer van het parlement) moeten het wetsontwerp nog goedkeuren. Maar het Russische persbureau Itar/Tass voorspelt dat het wetsontwerp zal worden aangenomen. De toekomstige wet is strijdig met internationaal gemaakte afspraken, zoals het uit 1990 daterende vriendschapsverdrag met Duitsland over restitutie van oorlogskunst. De Russische onderminister van Cultuur, E. Svydkoj, zei in een reactie bevreesd te zijn voor een verslechtering van de internationale betrekkingen als het wetsontwerp wet wordt. Zowel de Duitsers als de Russen gedragen zich in de onderhandelingen 'heel stijfkoppig', aldus Svydkoj.

Een regeringswoordvoerder in Bonn zei dat de Duitse regering “met bezorgdheid en spijt” kennis heeft genomen van het besluit van de Doema. Kohl en Jeltsin zijn het al eens dat er een voor beide partijen bevredigende oplossing moet worden gevonden.

Uitsluitend wat de illegaal ingevoerde cultuurgoederen betreft - dus cultuurgoederen die vanuit de door de nazi's bezette landen eerst naar Duitsland zijn gebracht en vandaar door het Rode Leger naar de Sovjet-Unie zijn getransporteerd - wil Rusland nog spreken over teruggave. Daarvoor stelde de Doema een specifieke, niet nader omschreven procedure op. Het is onduidelijk of onder deze regeling de door Nederland opgeëiste Koenigs-collectie uit het Poesjkin-museum in Moskou valt. Den Haag stelt dat deze Nederlandse verzameling tekeningen destijds onrechtmatig aan de nazi's is verkocht. In Rusland gaan de laatste jaren stemmen op die het tegendeel beweren: de Rotterdamse havenbaron D.G. van Beuningen verkocht 526 tekeningen uit de Koenigs-collectie vrijwillig en met grote winst aan de nazi's.