In Srebrenica ging veiligheid van VN boven het mandaat

ROTTERDAM, 10 JULI. Uit een vertrouwelijke briefwisseling van de VN-commandanten Janvier en Smith waaruit het weekblad Vrij Nederland deze week fragmenten publiceert, blijkt opnieuw hoe terughoudend de militaire leiding van de VN-troepen in Bosnië (waaronder Dutchbat), vorig jaar stond tegenover het gebruik van geweld. De veiligheid van de eigen manschappen ging boven alles, zo blijkt uit de brieven, zelfs boven het uitvoeren van het VN-mandaat.

De VN-troepen mochten krachtens resolutie 836 geweld gebruiken bij het beschermen van 'veilige gebieden'. Er mochten zelfs bommenwerpers worden ingezet. Maar door het oprukken van het Bosnisch-Servische leger in mei 1995 was de situatie voor de UNPROFOR-troepen, waaronder Dutchbat viel, zo benard geworden dat de commandant van de VN-troepen in Bosnië, generaal Rupert Smith, zijn ondercommandanten schreef: “Vandaag, op 29 mei, is mij te verstaan gegeven dat de uitvoering van het mandaat ondergeschikt is aan de veiligheid van VN-medewerkers. Het doel is geen levens te verliezen bij de verdediging van stellingen en niet onnodig bloot te staan aan gijzelingen. Stellingen die geïsoleerd liggen in gebieden, gecontroleerd door het Bosnisch-Servische leger, mogen worden verlaten als ze bedreigd worden en niet te verdedigen zijn.”

Generaal Bernard Janvier, commandant van alle VN-troepen in Bosnië en Kroatië, schrijft op 2 juni 1995 aan Smith: “Het besluit van de secretaris-generaal inzake het gebruik van luchtsteun dient als volgt te worden uitgelegd. We dienen af te zien van elke actie die zou kunnen ontaarden in confrontatie, verder oplopen van de spanning en het mogelijk gebruik van luchtaanvallen.” Janvier schreef dit op het moment dat er nog VN-militairen werden gegijzeld door de Serviërs. Maar als later in juni de gijzelaars zijn vrijgelaten, benadrukt hij op 27 juni in een brief aan Smith dat met geweld verdedigen van enclaves uit den boze is. Op 11 juli, morgen een jaar geleden, viel de door Dutchbat verdedigde enclave Srebrenica, nadat ondanks herhaalde verzoeken luchtsteun uitbleef. Bij terugkomst kregen de Nederlandse VN-militairen kritiek dat zij de enclave niet voldoende hadden verdedigd, en zij niet hadden voorkomen dat duizenden moslims omgebracht zouden zijn door het Bosnisch-Servische leger.