Gevangen misvormingen

Tentoonstelling: Ossip. T/m 8 sept. Haags Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, den Haag. Di t/m zo 11-17u.

'Es geht nicht mehr zu fühlen was könte ich nog leben auser tränen das ...' Deze stamelingen staan geschreven rond een foto van een misvormde vrouw. Zij is wanstaltig dik, buik en dijen zijn opgezwollen tot één grote ballon. Haar onvolgroeide benen, krom en dun, zitten weggestopt onder de vormeloze massa vlees. Maar de handen van deze vrouw zijn verbazingwekkend fijn gevormd, en ook haar armen en schouders zijn rank. Ze draagt een dunne armband om haar pols en aan een middenvinger een smalle gouden ring. Deze armen en handen maken haar lot nog wreder. Ze laten zien wat had kunnen, had móeten, zijn. Bovenop de foto, die is uitvergroot tot 161 x 122 centimeter, is een wit nachthemd geplakt. Het bedekt het gezicht en een deel van de tors. Het verwijst naar onschuld, en symboliseert tegelijk het isolement van de vrouw.

Ossip (Den Haag, 1952) is gefascineerd door lichamelijke afwijkingen. Zijn tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum heeft veel weg van een negentiende-eeuws rariteitenkabinet. Zijn bronnenmateriaal is een verzameling krantenfoto's. Een portret toont een extreem naar onderen weglopend profiel, een ander portret laat een wanstaltige knobbelneus zien. Met kleine ingrepen - wat vernis, of enkele getekende lijnen -, accentueert of bedekt Ossip delen van de afbeelding.

Maar hier is meer aan de hand dan die fascinatie voor vreemde misvormingen. Een naakte jonge vrouw is op de rug gefotografeerd. Zij heeft juist geen enkele afwijking, maar is van een klassieke schoonheid. Haar lichaam met de prachtige ronde heupen is het evenbeeld van een brons van Maillol. Ossip spande dunne draden van haar hoofd naar beneden, en bevestigde ze aan een waaiervormige houten constructie. Zo is de vrouw van achteren omgeven door een webachtige transparante sluier. Een andere foto toont de vrouw van voren. Nu lopen de draden van haar lippen naar beneden, in dezelfde halfronde vorm - zij is letterlijk de mond gesnoerd. Haar ogen drukken angst en kwetsbaarheid uit. Zij is, zo duid ik dit beeld, een gevangene van haar jeugd en van haar schoonheid.

Alle mensen op de foto's van Ossip zijn gevangenen. Een klein meisje in een wijd jurkje bekijkt zichzelf, op haar tenen staand, behaagzuchtig in een spiegel. De foto is bedekt met een traliewerk, een craquelé van dunne horizontale en verticale lijnen dat het beeld van prilheid en verwachting doorkruist. Het meisje is zich er nog niet van bewust. De vrouw op een zeventiende-eeuws schilderij is dat wél; zij kent de beperkingen van haar bestaan. Ze draagt een smetteloos kapje op haar hoofd en een sneeuwwitte kraag op een donkere mantel. Het is een compositie vol rust en evenwicht. Ossip trok compositielijnen door en onthulde de geometrie van het schilderij. Parallellogrammen, nauwkeurig berekende afstanden, en dunne latjes die de hoofdlijnen markeren 'voltooien' het beeld. Harmonie en proportie worden plotseling benauwend. De wereld van deze vrouw is streng en rechtlijnig, er is geen ontsnappen mogelijk. Behalve misschien door zich terug te trekken in een eigen wereld, wat zij, getuige de ingekeerde uitdrukking op haar gezicht, ook doet.

De fotobeelden van Ossip ogen bijzonder ouderwets. Eerst schreef ik dit toe aam de sepia-kleur van de foto's en aan de collagetechniek die herinnert aan de Dada-kunst van het begin van deze eeuw. Maar dat is niet het enige; het komt ook door de deernis die uit zijn werk spreekt. Al kijkend ontstaat er een gevoel van lotsverbondenheid met de mensen op de foto's. Ten slotte zijn wij allemaal gevangenen van onze beperkingen, behept met onvervulbare dromen en verlangens.

    • Janneke Wesseling