Europolitici moeten eens leren luisteren

De reacties op het onderzoek van de Universiteit van Amsterdam en deze krant naar de Europese gezindheid van Nederlanders (NRC HANDELSBLAD, 18, 19 en 25 juni) laten zien dat de europolitici nauwelijks begrijpen hoe gewone Nederlanders tegen Europa aankijken.

Overtuigd van hun Europese gelijk vinden zij eigenlijk dat de Nederlanders zich eens wat beter moeten informeren en dat er in enquêtes niet zo tendentieus gevraagd moet worden. Blijkbaar denken onze vergadertijgers in Straatsburg dat het voor iedere gewone Nederlander volstrekt duidelijk is dat het overhevelen van een bepaalde bevoegdheid naar Europa betekent dat Nederland die bevoegdheid kwijt is. Voor mensen die zich niet met politiek, en zeker niet met Europese politiek, bezighouden, is dat niet zo vanzelfsprekend.

Wat de Nederlandse burger wèl door heeft, is dat 'Europa' geld kost. Erg veel geld zelfs. Niet alleen is Nederland netto-betaler aan de Europese Unie (EU), maar ook de harmonisatie van belastingen en tarieven binnen de EU kost Nederlanders geld. Van dit laatste is de heffing van 17,5 procent BTW op telefoonrekeningen per 1 januari 1996 een voorbeeld. En zoals Nederlanders door de eeuwen heen hebben gedaan vragen ze zich ook nu af: wat levert het allemaal op? Wanneer deze vraag niet uitsluitend in financiële zin wordt opgevat, is zij de moeite van het stellen waard. Bij het zoeken naar een antwoord blijkt dan dat op zijn minst redelijke twijfel op zijn plaats is.

De idee van Europese samenwerking is voortgekomen uit het samengaan van economische en politieke motieven. Bij de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal werd al duidelijk hoe. Door (vooral) Frankrijk en Duitsland economisch van elkaar afhankelijk te maken werd gehoopt te voorkomen dat deze twee landen Europa nog eens zouden meeslepen in een afschuwelijke oorlog.

In die zin kan niet ontkend worden dat het Europese project tot nu toe een succes is. Frankrijk en Duitsland maken inmiddels samen de dienst uit in Europa, en de enige echte Europeaan in hart en nieren, de Duitse bondskanselier Kohl, wil niets liever dan Duitsland sterk verankeren in Europa, omdat hij de geschiedenis van zijn land maar al te goed kent.

Maar het is ook juist deze positie van de grote partners die velen in ons kleine land zorgen baart. En ook dat is terecht. Want telkens weer blijkt dat de grote lidstaten in de allereerste plaats hun eigen nationale, politieke en economische belangen dienen. Het hoeft daarom ook geen verbazing te wekken dat de Nederlandse, naar federalisering strevende, voorstellen die ter voorbereiding van het Verdrag van Maastricht werden ontwikkeld, door de andere lidstaten van tafel werden geveegd. Ook hoeft de falende Europese politiek, intern en extern, geen verbazing te wekken. Voorbeelden te over: het Europese optreden in voormalig Joegoslavië; het gebrek aan overleg over de Franse atoomproeven; de Britse obstructie in het BSE-debacle.

Een ander objectief argument tegen een verdere Europese integratie, is het gebrek aan democratische controle. Hoewel het Europees parlement sinds het Verdrag van Maastricht wel iets meer bevoegdheden heeft gekregen, is het een tandeloos parlement. Maar ook het Nederlandse parlement heeft weinig tot geen invloed op de Europese besluitvorming. Vaak komt informatie uit Brussel veel te laat bij de Kamer binnen, zodat er niet meer tijdig over gedebatteerd kan worden. Controle achteraf is in feite helemaal onmogelijk, want de Europese besluitvorming is het resultaat van onderhandelingen tussen de Europese ministers.

De kracht van Europa ligt in zijn economische samenwerking. Daarvoor is geen ver doorgevoerde politieke samenwerking nodig, althans niet zoals die in de hoofden van veel Nederlandse pro-Europese politici leeft. Er moet een minimale politieke bereidheid zijn en een minimaal vertrouwen om economische samenwerking mogelijk te maken.

Gezien de politieke en economische belangen die er op het spel staan, blijkt die politieke bereidheid tot samenwerken al meer dan 40 jaar aanwezig. Maar een (semi-)federaal Europa is daarvoor overbodig. De Verenigde Staten van Europa zijn een fictie en dat moet zo blijven.