Belastingdienst

Graag wil ik reageren op het artikel van A. Grotenhuis over de '(Zelf)kritiek van de Belastingdienst' (26 juni). Ik het artikel wordt terecht badinerend gesproken over de onwetendheid bij onze afgevaardigden. Veel ernstiger is echter dat in het jaarverslag van de Belastingdienst vol trots gewag wordt gemaakt van het feit dat het aantal bezwaar- en beroepsschriften fors is teruggelopen. De oorzaak van die terugloop wordt niet vermeld.

Die oorzaak is gelegen in de opdracht die de aanslagregelende ambtenaren hebben gekregen: 75 procent - en in geval van nood nog meer - van de aangiften inkomstenbelasting dient 'selectie conform' geregeld te worden. Wat deze term inhoudt is niemand bij de Belastingdienst bekend. Het enige criterium is dat de regeling van de aangifte geen of nauwelijks tijd mag kosten. Het zal duidelijk zijn dat elke afwijking van de ingediende aangifte extra tijd vergt en dus zoveel mogelijk achterwege zal blijven.

Volgens het artikel daagt de directeur-generaal iedereen uit namen te noemen van ambtenaren die door kritiek in de problemen zijn gekomen. In dit verband wil ik wijzen op de groep inspecteurs, verenigd in de groep-Alsema, die in de tachtiger jaren al gewezen heeft op de gevaren die de reorganisatie van de Belastingdienst met zich mee zou brengen en op de verloedering die daar het gevolg van zou kunnen zijn.

Die kritiek werd toen afgedaan met de opmerking dat “de bevelhebber vanaf de heuvel het slagveld beter kon overzien dan de soldaten in de loopgraven”.

De kritiek thans wordt afgedaan zoals in het sprookje van de kleren van de keizer: wie kritiek heeft is dom, niet geschikt en onbekwaam. Het lokale management zit daardoor thans met heel veel domme, niet geschikte en onbekwame ambtenaren opgescheept, maar de streepjes moeten desondanks gehaald worden.

Klaarblijkelijk is het overzicht vanaf de heuvel volledig geblokkeerd; wellicht verdient het aanbeveling om eens te luisteren naar de geluiden in de loopgraven en niet naar de berichten van de boodschappers.