Aanzwengelen

Met de discussie over de moraal staat het er in Nederland goed voor. Sinds mr. A.A.M. van Agt een jaar of twintig geleden zijn ethisch reveil afkondigde is er geen partij of kerk die niet doende is, de volgende fase in de gedachtenwisseling aan te zwengelen (term die verder alleen op oude auto's van toepassing is).

Gezinswaarden moeten worden hersteld, het roken en dronken autorijden tegengegaan, geen vrijheid zonder verantwoordelijkheid, tolerantie mag niet ontaarden in onverschilligheid, zonder solidariteit geen samenleving. Het zijn stuk voor stuk belangrijke beginselen en regels waarvan de herleving niet vaak genoeg kan worden bevorderd.

In dezelfde periode heeft het land eerst het hoofd moeten bieden aan de kleine criminaliteit. Dat is maar half gelukt, zoals we aan de waarschuwende affiches van de politie en de tarieven van de verzekering kunnen zien. Na de kleine criminaliteit is de grote gekomen en vervolgens de georganiseerde. Sinds het rapport van de commissie-Van Traa zijn we daarvan beter dan ooit op de hoogte. Er wordt veel aan gedaan. Het personeelstekort bij de politie blijft, terwijl de aannemers de vraag naar cellen niet kunnen bijbenen en de videowinkels zich in de stormloop op camera's verheugen.

In ongeveer dezelfde periode is het publiek verbaasd en onthutst geraakt door een reeks schandalen die zich terzijde van de kleine, de grote en de georganiseerde criminaliteit had ontwikkeld. Hooggeplaatsen, bestuurders, burgemeesters zijn gezwicht, om het moralistisch te zeggen, voor hun begeerte naar meer slijk der aarde of hebben andere verlokkingen niet kunnen weerstaan. Het werd ontdekt. Onderzoek, ontslag, veroordeling tot taakstraf, vangnet, eventueel met handdruk.

Inluiding van het eerste ethisch reveil, voortgezette aanzwengeling van de daaruit geboren discussie, toenemende misdaad en corruptie, duurzaam groeiend tekort aan agenten en cellen, dit alles binnen een kwart eeuw: ligt het niet voor de hand dat men verband tussen die verschijnselen zoekt? De eerste gevolgtrekking is dan vanzelfsprekend dat men de behoefte aan herleving van de ethiek, de moraal, verklaart uit de kennelijke gebreken in het gedrag van steeds meer mensen.

Maar het kan ook anders, hoewel niet andersom. Eerst waren er de schadelijke gebreken in het publieke gedrag, daarna zijn de discussies gekomen. Na zekere tijd is gebleken dat het voornamelijk bij discussies zou blijven, waarmee degenen die zich niet aan de regels van de wet en de publieke moraal willen houden, impliciet te kennen is gegeven dat ze praktisch de vrije jachtacte hadden gekregen. Anders gezegd: men kan in de wetenschappelijke stichtingen van de politieke partijen, in de kerken en op congressen aanzwengelen wat men wil, maar de praktijk bewijst dat wie een minder brave levenswandel heeft gekozen, dat aan zijn laars kan lappen.

“Er wordt immers wat afgeouwehoerd in dit land!” Ik citeer J.L. Heldring uit zijn column van 28 juni. Men kan dat niet blijven doen, evenmin als steeds meer cellen bouwen. Misschien wel om beide trends af te remmen heeft minister Sorgdrager voor een andere aanpak gekozen. “De bouw van meer cellen is geen adequaat antwoord op de stijgende criminaliteit en de verharding van de samenleving”, heeft ze in een rapport geschreven. “Zonder preventieve maatregelen zal repressie slechts tot nog meer repressie leiden.” Tot de voorgestelde maatregelen horen dan meer agenten op straat en terug in de wijkbureaus, tegengaan van de verloedering en het instellen van justitiebureaus. Daar zullen slachtoffers van schermutselingen in de buurten terecht kunnen voor hulp en beslechting van geschillen.

Op de dag dat dit nieuws bekend werd, werd in een bescheiden berichtje melding gemaakt van het plan, gegroeid in Terneuzen, het Rotterdamse Spangen en het Spijkerkwartier in Arnhem, om een 'landelijk netwerk' op te zetten voor mensen en organisaties in buurten die veel last hebben van alles wat met drugs samenhangt, prostitutie en criminaliteit.

Niet het rapport van mevrouw Sorgdrager maar een ander, van het ministerie van Binnenlandse Zaken, meldt dat “de gemiddelde leeftijd van criminele jongeren daalt”. Het is “niet alarmerend”, maar het is in de cijfers te zien. Er zal nog nader op gestudeerd worden. Vanzelfsprekend. Je moet er niet aan denken dat er nog eens een berichtje in de krant zal komen waarin gemeld wordt dat er een cellentekort voor tienjarigen dreigt.

Het is bij elkaar een groot probleem en het heeft één duurzame kant. Dat is de incongruentie tussen de talrijke pogingen tot herstel van de publieke moraal, de maatregelen van de overheid en de praktijk van enerzijds de misdaad en anderzijds degenen die er tenslotte zelf iets aan gaan doen. De minister heeft gelijk. Van gevangenisstraf knapt niemand op en er is een grens aan de cellenbouw. Misschien zullen de nieuwe voorstellen, eenmaal tot maatregel geworden, weer een beetje helpen: meer agenten op straat en in de wijkbureaus, meer taakstraffen, en buurtjustitiebureaus tegen allerlei ongeregeldheden. Maar helpt het ook tegen wat ze “de verharding van de samenleving” heeft genoemd? Wat bedoelt ze daarmee?

Van een minister van Justitie hoeft niet te worden gevergd dat ze zich in een uitgebreide en gefundeerde cultuurkritiek begeeft. Het valt goed te begrijpen dat ze het bij zo'n aanduiding laat en zich verder bij haar leest houdt. Iedereen weet wat ze bedoelt. De 'verharding' bestaat uit dat niet te beschrijven van alles en nog wat, waartoe horen de vuiligheidjes op de voetbalvelden, gebarentaal in het verkeer, kooivechten in Emmen, platheden op de televisie, fiets terugjatten, ellebogenwerk en slidings in het openbare leven, de daklozen en de bedelaars, besmuikte bevordering van prostitutie op advertentiepagina's van dagbladen, en, vrees ik, de talrijke onbarmhartigheden die tot de zeden en gewoonten van de vrije markt horen. Het is een kleine opsomming; empirie zonder moralistische bedoelingen. Dit en veel meer zit tot diep in de nerven, niet alleen in Nederland. Het is een internationaal complex van verharding. Kunnen discussies over de moraal ertoe bijdragen dat daar iets aan verbetert? Wie weet, als ze consequenter en eerlijker worden gevoerd.