Aantal uitkeringen daalt voor het eerst

DEN HAAG, 10 JULI. Voor het eerst in decennia daalt dit jaar en volgend jaar het aantal uitkeringen. Dit schrijven topambtenaren van diverse ministeries in een vertrouwelijke notitie die is opgesteld ten behoeve van de begrotingsvoorbereiding.

In 1994 nam het totaal aantal uitkeringen (gemeten in jaren) nog toe met 28.000. Vorig jaar kwamen er 7.000 uitkeringen bij en dit jaar wordt een geringe daling van 1.000 voorzien. Volgend jaar neemt het aantal uitkeringen verder af met tien- of achttienduizend, afhankelijk van de gekozen rekenvariant. In de meest pessimistische variant wordt uitgegaan van 5 miljard gulden lastenstijging om tekorten van sociale fondsen aan te zuiveren en trekt de contractloonstijging als gevolg daarvan aan van 1,75 procent dit jaar tot 3 procent in 1997. De vakbonden zullen de lastenstijging volgens het Centraal Planbureau afwentelen op de werkgevers in de vorm van hogere looneisen. Meer loonstijging leidt vervolgens tot minder banengroei. In de optimistische variant blijft een lastenstijging achterwege en nemen de CAO-lonen met slechts 2,25 procent toe.

De topambtenaren schrijven de daling van het aantal uitkeringen toe aan een “arbeidsrijke groei”. Als gevolg van de economische groei neemt volgend jaar het aantal banen naar verwachting met 103.000 of 113.000 toe. Gemeten in arbeidsjaren (twee halve banen tellen daarbij voor één hele) stijgt de werkgelegenheid met 82.000 of 91.000, afhankelijk van de gekozen variant. Dat is 20.000 tot 30.000 volledige banen meer dan voor dit jaar wordt verwacht.

Het aantal werkloosheidsuitkeringen daalt dit jaar naar verwachting met 20.000. Ook volgend jaar is sprake van een afname. Bij de arbeidsongeschiktheid doet zich een kentering in negatieve zin voor. Het aantal WAO'ers neemt in 1977 met 10.000 af, na eerdere dalingen met 36.000 en 18.000 uitkeringsjaren in respectievelijk 1995 en 1996.

Als gevolg van de lastenverzwaring in de pessimistische variant gaat vrijwel iedereen er volgend jaar in koopkracht op achteruit. Alleenstaanden met een minimumloon boeten zelfs 3 procent aan koopkracht in, die met een modaal inkomen (50.000 gulden bruto per jaar) gaan er 2,8 procent op achteruit. De koopkracht van ambtenaren blijft ongeveer 2 procent achter bij die van werknemers in de marktsector.