Verstilde schoonheid in stal en zolder

Tentoonstelling: Poëziezomer Watou '96. Wereld je bent een geduldig woord. T/m 8 sept van 14u tot 19u. Watou, Zuidwest-Vlaanderen. Inl Gwy Mandelinck: 0032/57388093.

WATOU, 9 JULI.Waar in het glooiende landschap van Zuidwest-Vlaanderen de Nederlandse wereld en de Nederlandse taal ophouden en wegtuimelen in Frankrijk biedt het gedicht 'Drie studentjes' van Piet Paaltjens een laatste houvast: “Daar waren eens drie studentjes, / Drie vrienden in lust en nood; / Ze sprongen zo moedig de wereld in, / En de wereld - trapte ze dood.”

De regels staan geschreven op twee grote witte borden, geplaatst in een golvend tarweveld waarin de wind grillige patronen weeft. Voordat de bezoeker van Poëziezomer Watou '96 de regels ontwaart, rustte zijn blik op een beeld van de kunstenaar Roel d'Haese (1921-1996). Het is Le footballeur, een geestige en ook ontroerende sculptuur van een klein mannetje dat met overgave en standvastigheid een onzichtbare voetbal de wijde wereld in trapt. De voet waarmee hij schopt, wijst regelrecht naar de dichtregels in het veld. En voordat de bezoeker op deze plaats is aangekomen, waar het venster openstaat naar buiten en de fanatieke voetballer zojuist zijn schot loste - een moment dat een eeuwigheid duurt -, heeft hij de zolder van de hoeve Het Blauwhuys moeten beklimmen, een van de vier plaatsen waar de Poëziezomer '96 zich afspeelt.

Watou, ten zuiden van Kortijk, pal onder de loopgravenlinie van de Eerste Wereldoorlog, is in de zeventien jaar van zijn bestaan uitgegroeid tot een onmisbare wijkplaats voor beeldende kunst en poëzie. Elke keer is het idee hetzelfde, maar de uitwerking anders. Regisseur van deze theatrale ontmoeting tussen woord en beeld, de dichter Gwy Mandelinck, dwingt gedurende de zomermaanden het landschap in deze uithoek naar zijn hand. Hij drapeert gedichten in kamers van verlaten huizen, op zolders, in schuren, in het landschap, in een kelder en in stallen, ooit bewoond door vee; de poëzie vindt haar visuele verrijking in installaties van beeldende kunstenaars. Het verband tussen dichtregels en kunstwerk is nooit anekdotisch-illustratief, evenmin gewild contrasterend. Er is de toeschouwer in die ene ruimte, en hij of zij leest het gedicht, beschouwt het kunstwerk, ondergaat de ruimte - en moet zich niet haasten tot oordelen. Maar beleven wat zich aandient.

Een enkele keer overheerst het verzet; vorig jaar toen Jan Fabre het dorp en de hoeven met zijn verbeelding aankleedde niet, dit jaar wel. Zo kan ik ternauwernood uit de voeten met het werk van Aernout Mik (1962). Een foto van dode honden drijvend in een teil gevuld met koffie, geplaatst in een desolate Amerikaanse hotelkamer, komt misschien aanvankelijk als een vuistslag aan, maar een uitdagende of ontroerende kracht kon ik er niet aan toekennen.

De schoonheid van Watou is gelegen in een subtiele vorm van verstilling en verrassing, hoe overweldigend betekenisvol de boerderijen en het landschap ook mogen zijn. De kunst zelf moet zich schuilhouden, en de bezoeker ineens tot geestdrift brengen. Die sensatie van ontdekking is mooi verwoord in het gedicht 'Uitvergrote leegte' van Eddy van Vliet. Hij beschrijft een kamer die, aanvankelijk leeg, geleidelijk van herinneringen vervuld raakt. De dichter zoekt beschutting in een hoek, daar waar 'de herinnering het minst schaden kan'. Dan beschrijft hij de overzijde: “Een wand met schilderijen. / Het spiegeleffect te laat ontdekt. / Verplichting te zien hoe vanuit naaldhak / zij zich met tastzin en geur opdringt aan de ruimte.” De bezoeker draait zich om, en staat oog in oog met een ovaalvormige spiegel.

Liefdesgedicht en gedicht over het maken van poëzie in een. De vergulde spiegel in regency-stijl is van de Belgische kunstenaar Marcel Broodthaers (1924-1976). Zijn werk vormt het hart van Watou '96, verspreid over twee locaties, het Douviehuis en het Wethuis. Volgend jaar zal de Dokumenta in Kassel aandacht aan hem besteden, Watou heeft alvast een voorsprong genomen. Zijn surrealistische en taalkundige avonturen zorgen bij de bezoekers voor een speels plezier in het lezen van woorden, het zien van taal. Er is een poëziekamer, uitkijkend op de Markt ofwel het Hugo Clausplein van Watou, waar zijn typografische onderzoekingen de wanden sieren. Op een tafel liggen zijn gedichten; op de wand lezen we zijn verzuchting over de melancholie: “Melancholie, wrange vesting der adelaars.”

Het is Gwy Mandelinck die deze werelden, van typografie en gedicht, van rijm en bandeloze fantasie, tot samenhang brengt. Het indrukwekkende gedicht 'Wereld je bent een geduldig woord' van Rutger Kopland is aangebracht op de aangestampte grond van een stal. Tegen de witte, bakstenen muur hangt een kunstwerk van Broodthaers, 289 Coquilles d'oeufs uit 1966. De lege kippeneieren zijn in een regelmatig patroon aangebracht op rood fluweel. Het duizelt je voor ogen, want de blik zoekt een perspectivisch houvast dat hij niet krijgt. We zwerven met onze ogen over de schalen, tot die vanzelf beginnen te dansen. Rust vinden we bij de woorden van Kopland: “(-) wereld zeg ik waarom deze eenzaamheid / maar de vraag is het antwoord, ik / moet dit opgeven en opnieuw beginnen.”

Voor Gwy Mandelinck is Watou zijn persoonlijke opstandigheid tegen de 'denderende leegte, de verstikkende stilte' van dit Vlaams-Franse grensgebied. Het is opmerkelijk hoeveel landschap, hoeveel natuurkracht er in het Nederlandse vers schuilt. T. van Deel dichtte 'Achter de waterval': “Wie zijn hand door de waterval steekt, / voelt hoe hij wordt afgehakt (-).” De Vlaamse kunstenaar Carlo Mistiaen (1965) maakte hierbij een feestelijke installatie waarbij witte draden het neersuizende water symboliseren.

Aardse krachten zijn onontkoombaar aanwezig in het werk van Hugo Claus; het woeste, barokke beeld Jason van D'Haese staat opgesteld in een bakstenen veestal, er branden kaarsen, poëzie nadert hier religie. Dichtregels over afscheid van Anton Korteweg zwieren op zwarte borden langs de oever: “Eén blijft er staan, / verwijdert zich.” In de avond gaan de laatste bezoekers weg uit Watou, het land leeg achterlatend: de onweerstaanbaar mooie regels en beelden in zijn herinnering meenemend.

    • Kester Freriks