Uitbreiding scheidt Rabo van haar oorsprong

UTRECHT, 9 JULI. Vroeger, toen de Rabobank nog een pur sang spaar- en kredietbank was, was de wereld nog overzichtelijk. Er waren coöperatieve banken en speculatieve banken. De tweede groep hield kantoor dichtbij het financiële centrum in Amsterdam, maar coöperaties, zoals de Rabobank in Utrecht, hielden zich daar verre van.

Het traditionele onderscheid is de afgelopen tien jaar vervaagd. De Rabobank is met een eigen dealing room een grote partij op de Nederlandse financiële markten geworden en wil, vooruitlopend op de monetaire eenwording, ook in de verenigde Europese markten een bank van betekenis zijn.

Kapitaal is geen probleem. De Rabobank (bijna 18 miljard eigen kapitaal) is een van de rijkste banken ter wereld. De bank is een van de vier laatste banken die van de kritische Amerikaanse rekenmeesters het allerhoogste rapportcijfer hebben voor soliditeit: een zogeheten triple A rating.

Nu ING en ABN Amro zichzelf vorig jaar dankzij hun overnamestrijd om (afdelingen) van de Britse bank Barings definitief internationaal op de kaart hebben gezet, moet de Rabobank mee bergopwaarts. De afgelopen weken laat de Rabo een ongekende acceleratie zien. Eerst de aankondiging dat zij in twee stappen de Rotterdamse vermogensbeheerder Robeco overneemt. Dat kost 1 miljard gulden, maar de Rabobank heeft ook nog 1 miljard extra toegezegd voor overnames om op het gebied van vermogensbeheer in Europa of Amerika te expanderen. Daarop volgde de overname van het participatiefonds Gilde, dat kapitaal steekt in veelbelovende bedrijven en managers financiert die zelf hun bedrijf willen kopen. De Rabobank legt de komende jaren 1,5 miljard op tafel voor de grote internationale doorbraak van Gilde.

En gisteren meldde de bank een investeringsimpuls voor haar dochterbedrijf Rabobank International. De Rabobank mikt op verdubbeling van de omvang en de netto winst en trekt hiervoor 3,5 miljard gulden uit.

Om niet confuus te raken van deze bedragen: dit nieuwe geld voor Rabobank International bestaat voor een belangrijk deel uit de verwachte winst die, naar goed coöperatief gebruik, wordt teruggeploegd in het bedrijf. De Rabobank heeft geen aandeelhouders die tevreden gesteld moeten worden met almaar stijgende dividenden (die uit de winst betaald worden). Als coöperatie moet de bank haar leden diensten aanbieden tegen de scherpst mogelijke tarieven. Tegelijk moet zij wel voldoende winst maken, want dat is de enige manier om het benodigde kapitaal te laten meegroeien met het zakenvolume en om de triple A rating niet op het spel te zetten.

Twintig jaar geleden opende de Rabobank haar eerste buitenlandse kantoor (in New York), nu zijn het er tachtig, en alleen voor de kernactiviteit agribusiness zouden er nog wel twintig tot dertig bij kunnen, zei hoofddirecteur drs. D. van Slingelandt gisteren.

Door haar expansie raakt Rabobank International steeds verder verwijderd van de coöperatieve wortels. De klantenkring van de grote agrarische coöperaties is nog goed voor zo'n 10 procent van het zakenvolume van Rabobank International. Een echt winstgevend buitenlands bedrijf is alleen op te bouwen met internationale, nietNederlandse klanten, zo heeft de Rabo ondervonden. Die nieuwe klanten zijn geen lid van de coöperatie. Hetzelfde geldt voor de klanten op de financiële markten en bij de plaatsing van effecten van bedrijven en (semi-)overheden bij beleggers.

De Rabobank is in Nederland een grote partij in de uitgifte van obligaties, effecten met een vaste rente. Bij de uitgifte van aandelen van bedrijven claimt de Rabobank een positie als nummer twee, achter marktleider ABN Amro.

Tussen de Angelsaksische financiële wereld, waarin de Rabobank wil penetreren om in een verenigde Europese monetaire markt geen tweederangs partij te worden, en het coöperatieve gedachtengoed gaapt nog een flinke kloof.

Een grote overname in Amerika ketste vorige maand af op de vraag hoeveel de bank zijn handelaren moet betalen. “Zij zijn loyaal aan hun financiële bonus, niet aan hun bank”, zei een Rabo-directeur gisteren. Sommige effectenbanken spenderen meer dan de helft van hun inkomsten aan bonussen voor het personeel, zo heeft de Rabobank gemerkt bij haar zoektocht naar overnamekandidaten. Maar toch lijken zulke effectenmakelaars, gek genoeg, ook op een Hollandse coöperatie. Een coöperatie wordt gerund ten bate van zijn leden, een effectenbank ten bate van zijn werknemers.