Scholiere moet toch loten voor studie

ROTTERDAM, 9 JULI. De 17-jarige scholiere Meike Vernooy uit Maassluis moet toch meeloten om te worden toegelaten tot de studie geneeskunde. Hiermee komt de Erasmus Universiteit in Rotterdam terug op een besluit van twee weken geleden. De universiteit wilde het meisje buiten de wettelijk voorgeschreven loting om een studieplaats geven wegens haar ervaring en haar uitzonderlijke examenresultaten.

De Rotterdamse Universiteit trekt haar aanbod in omdat minister Ritzen (Onderwijs) de universiteit ter verantwoording heeft geroepen. Plaatsing zonder loting is in strijd met de Wet op het Hoger Onderwijs, aldus de minister. Dat is nooit de bedoeling geweest van de universiteit, verklaart een woordvoerder. “Wij dachten dat de wet een mogelijkheid bood, maar dat blijkt zelfs voor zo'n uitermate geschikte student niet het geval.”

In het geval van Vernooy zag de universiteit aanleiding de loting te omzeilen, omdat de gymnasiaste al tijdens haar schooltijd “uitstekend” wetenschappelijk onderzoek had verricht aan de Rotterdamse medische faculteit en haar eindexamendiploma behaalde met een 9,6 gemiddeld voor negen vakken. Het college van bestuur verklaarde zich bereid de kosten voor Vernooys studieloopbaan voor eigen rekening te nemen, de studiebeurs incluis.

Nu het aanbod is teruggedraaid wil de universiteit de 17-jarige het komende jaar een zinvol wachtjaar aanbieden, aldus de woorvoerder. “We willen haar hoe dan ook behouden voor de medische faculteit”. Te denken valt aan opnieuw een stagejaar “maar dat willen we eerst met de betrokkene zelf bespreken”.

Het besluit van de Rotterdamse universiteit betekent voor Vernooy dat ze volgende week gewoon moet meeloten. Haar lotnummer is 5175. In september kunnen slechts 1.750 eerstejaars beginnen aan hun studie medicijnen, van wie 239 worden geplaatst in Rotterdam.

Niettemin is de woorvoerder van de Rotterdamse Universiteit blij dat “een maatschappelijke discussie is aangezwengeld over “het gedateerde systeem van loting”. “De minister heeft een commissie aan het werk gezet om dat systeem door te lichten. In de jaren negentig slaan we individuele prestaties veel hoger aan dan in de jaren zeventig, toen we het systeem invoerden. Ik zou zeggen: geef iedere universiteit een tiental wild cards die ze zelf mogen uitdelen. Wat je nu ziet is dat elk jaar vijf tot tien plaatsen openvallen omdat ingelote studenten alsnog afzien van een studie medicijnen.”