Recessie of niet, Waigel komt met uitgavendaling

BONN, 9 JULI. Hij wordt buiten zijn eigen land gewaardeerd, maar in Duitsland zelf vaak bespot en gekritiseerd. Maar, ere wie ere toekomt, en recessie of niet, de CSU'er en oer-Beier Theo Waigel, de Duitse minister van Financiën, heeft gisteren, natuurlijk met rugdekking van kanselier Helmut Kohl, voor de derde achtereenvolgende keer een ontwerp-begroting met een reële, ja zelfs nominale, uitgavendaling gepresenteerd.

Bij geraamde belastingtegenvallers van 30,1 miljard D-mark en extra uitgaven voor de sociale zekerheid van 15,1 miljard wil hij in 1997 zijn financieringstekort op 56,5 miljard houden (voor dit jaar begroot: 60 miljard, feitelijk al zo'n 20 miljard meer) en niet meer dan 440,2 miljard uitgeven, 2,5 procent minder dan voor dit jaar in zijn boeken stond (451,3 miljard).

Indien de conjunctuur inderdaad eind dit jaar weer gaat aantrekken - de eerste voortekenen daarvan zijn al een beetje zichtbaar, indien niet nog meer gaten worden geschoten in het ruim twee maanden geleden gelanceerde spaarpakket van 50 miljard voor 1997 (circa 20 miljard is al 'weg') én indien de deelstaten en gemeenten hun door de SPD geïnitieerde blokkadepolitiek in de Bondsraad laten varen en hun uitgaven overeenkomstig terugschroeven, dan zou Waigel een ongehoord succes boeken.

Hij zou dan immers de beslissing over Duitslands toelating tot de Europese muntunie, die voorjaar 1998 valt op basis van de gerealiseerde begrotingscijfers over 1997, toch nog met een redelijk gerust hart kunnen afwachten. Het aantal 'indiens' is wel groot, de toestand is moeilijk. Hard bezuinigen is nu eigenlijk slecht voor de conjunctuur en de werkgelegenheid (het aantal werklozen is officieel 4 miljoen, feitelijk eerder 6 miljoen), maar het duo Kohl/Waigel en Wolfgang Schäuble, fractieleider van de CDU/CSU in de Bondsdag, hebben nu gekozen voor een budgettair erop of eronder.

Want zonder twijfel wordt de begroting 1997 naar haar doelstellingen en consequenties de belangrijkste uit de geschiedenis van de Bondsrepubliek. Ze beslist, voor zover ze verwerkelijkt wordt, niet alleen over de toegang van Duitsland tot de Europese muntunie maar eigenlijk ook over die unie zelf. En daarmee, indirect, ook over de vraag of de verenigde maar onzekere Duitse kolos in Europa na 45 jaar “Westelijke” integratiepolitiek straks volgens de voorwaarden van het Verdrag van Maastricht zijn positie, zijn politieke humeur alsook het Europese fiber van de generatie van Kohl (geboren in 1930), kan behouden. De slag om de stemming van de Duitse bevolking is al verhevigd. Het Bundespresseamt, de Duitse RVD, werft in grote advertenties en met brochures in miljoenenoplaag ten gunste van de muntunie en het opgeven van D-mark.

Pag.12: Waigel geeft harde klappen

Het scenario is, met het Maastrichtse verdrag, in 1991 geschreven. Wat Kohl, net als voorafgaande kanseliers, toen wilde, namelijk een Europese politieke unie die Duitsland “onomkeerbaar” zou inbedden, werd voorlopig versmald tot een monetaire operatie. Een operatie die Duitslands vele buren wensten om aan de dominantie van D-mark te ontkomen, of die tenminste in een muntunie op te bergen. Zodoende werd werd het vraagstuk of er - naar het beroemde woord van Thomas Mann - een Europees Duitsland dan wel toch een min of meer aan zichzelf overgelaten Duitsland in Europa ontstaat, met verplichtigen en ambities jegens Oost-Europa, eigenlijk nog maar ten dele afgehandeld. Sindsdien ziet de ene Europeaan het glas half leeg en de ander het glas half vol. En praten politici in EU-staten bezorgd over wat er wel of niet zou kunnen of moeten gebeuren met het land van de D-mark.

Waigel heeft er iets moois van gemaakt. Harde tot zeer harde klappen heeft hij de afgelopen weken voorbereid, terwijl de media daarvan in feite niet zo veel meer hebben opgemerkt dan dat er een veldslagje over een verhoudingsgewijs geringe korting op het defensiebudget gaande was. De minister van verkeer, Wissmann (CDU), krijgt in 1997 bijvoorbeeld “maar” 45 miljard en daarmee 9,9 procent minder. Rexrodt (FDP, economische zaken) moet het met 17,03 miljard of 8,4 procent minder doen. Binnenlandse zaken, Justitie, Vrouwen- en jeugdzaken en zelfs “toekomstminister” Rüttgers (CDU, onderwijs, research en technologie) en Rühe (CDU, defensie) krijgen kortingen van resp. 0,7, 2,3, 6,4, 2,5 en 1,3 procent opgelegd. Alleen in het gereedmaken van Berlijn als politieke hoofdstad wordt zwaar geïnvesteerd. Zó zwaar zelfs dat bouwminister Klaus Töpfer (CDU) met een uitgavenstijging van 6,2 procent (tot 10,45 miljard) als een soort spekkoper tussen zijn collega's opduikt.

Fantasterij, onzin, riep de oppositionele SPD gisteren direct, Waigel raamt de belastingontvangsten voor 1997 minstens 30 miljard mark te hoog en de sociale-zekerheidsuitgaven zeker negen miljard te laag. “Nog nooit is er zó in een ontwerp-begroting aan trucage, verhulling en leugen en bedrog gedaan”, zei SPD-fractieleider Rudolf Scharping vanmorgen.

Vast staat dat de SPD, die in de Bondsraad een meerderheid heeft, zelf in de komende tijd voor belangrijke hindernissen voor Waigels plannen kan zorgen. Namelijk als zij het geplande spaarpakket van 50 miljard voor 1997, de helft daarvan voor rekening van de deelstaten en gemeenten, daar verder op de korrel neemt. Zeg door het voorgenomen uitstel van de verhoging van kinderbijslag (3 miljard per jaar) en besparingen op de sociale zekerheid en de geplande kortingen op het ziektegeld (2 miljard) af te wijzen. Er zijn sowieso nu al de nodige gaten gevallen in dat spaarpakket. Voorbeelden: dat het niet gelukt is om het overheidspersoneel op een 0-lijn te houden kost 4 miljard. En het binnen de regeringscoalitie nader uitgevochten compromis om de verhoging van de AOW-leeftijd voor vrouwen uit te stellen van 1997 tot het jaar 2.000 kost nog meer.

Kohl voelt zich sterk en is er gerust op dat eigen belangen van de deelstaten na de zomer de SPD-blokkadestrategie gaan doorkruisen zodat het grootste deel van zijn spaarpakket straks toch kracht van wet krijgt. Hij ontving vorige week zo'n 150 buitenlandse journalisten voor een buitengewoon ontspannen gesprek waarover - helaas - niet mocht worden geschreven. Nu de Aleppo Times en de Bombay Cronicle dat toch allang hebben gedaan hierbij ook iets uit dat gesprek, dat de kanselier soms met loodzware ironie vulde. Op 16 september, als de Duitse toeristen weer terug zijn in dit zo beklagenswaardige (elende) land, dan is het zover, geen twijfel, dan wordt het spaarpakket vastgesteld, zei hij bijvoorbeeld. En: vroeger wilde iedereen me weg hebben, nu wil bijna iedereen dat ik blijf. Misschien zou zelfs de helft van de SPD-fractie in de Bondsdag daar in een geheime stemming vóór zijn. De dag na dat groepsgesprek in de kanselarij zou, vrijdag, in de Bondsraad worden beslist over een (kleine) verruiming van de winkelsluitingstijdenwet. De SPD had bij monde van partijvoorzitter Oskar Lafontaine, premier van Saarland, al weken aangekondigd dat zij die verruiming in de Bondsraad zou torpederen. Let op, zei de kanselier de buitenlandse pers vorige donderdag: “Morgen aanvaardt de Bondsraad dat wetsvoorstel”. Hetgeen geschiedde.

    • J.M. Bik