OESO zwaait Tsjechië veel lof toe

PARIJS, 9 JULI. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is zeer optimistisch over de vooruitzichten voor de economie van Tsjechië. De club van rijke industrielanden zwaait Tsjechië in haar vandaag gepubliceerde landenrapport lof toe over de overschakeling van de geleide economie naar een vrije economie, die ruim vijf jaar geleden werd ingezet.

Tsjechië werd vorig jaar het eerste OESO-lid uit het voormalige communistische Oostblok.

“Het goed ontworpen en uitgevoerde hervormingsbeleid en de bereidheid deze met overtuiging te volgen, vormden het belangrijkste succes van de transitie tot nu toe”, staat in het rapport. In dit verband noemt de OESO de stabiliteit van de wisselkoers van de Tsjechische kroon, alsmede het bewaren van de sociale vrede door het instellen van een vangnet. Dat droeg ertoe bij dat het ambitieuze hervormingsprogramma door de bevolking werd gedragen.

De kosten van het vangnet bleven beperkt, door de geringe werkloosheid van 3,1 procent dit jaar en de strenge voorwaarden.

De OESO prijst de regering voor het stringente begrotingsbeleid. Door de lage staatsschuld was de uitgangspositie gunstig.

Gezien de vorderingen, vooral op het vlak van de wetgeving en op de meeste terreinen van het economische beleid, is volgens de OESO de transitie is voltooid. Problemen op het gebied van privatisering, marktregulering en sociaal beleid wijken niet veel af die van andere OESO-lidstaten.

De economie zelf bevindt zich nog wel steeds in de overgangsfase. “De inspanningen om de resterende aspecten van de overgang af te ronden mogen niet verslappen”, schrijft de OESO. Zij noemt in dit verband vooral de belangrijke rol die de staat in de economie speelt, in het bijzonder in de banksector. Verder moet ook de bestrijding van de inflatie de hoogste prioriteit krijgen.

Een belangrijke vraag voor de in Parijs gevestigde instelling is of de Tsjechen nu klaar zijn om de levensstandaard en inkomensniveaus van andere OESO-lidstaten te bereiken. Volgens de jongste gegevens kan dit inderdaad het geval zijn. De OESO-economen wijzen op de groei van de economie die toeneemt van 4,8 procent in 1995 via 5,6 procent in 1996 tot 5,8 procent in 1997. Bovendien ontwikkelt ook de arbeidsproduktiviteit zich gunstig. Die verbeterde vorig jaar met 2,8 procent, zal dit jaar met 3,9 procent aantrekken en volgend jaar met 4,3 procent.

De inflatie was vorig jaar met 7,2 procent nog tamelijk hoog. Dit jaar wordt dat 8,4 procent en volgend jaar is de inflatie 8,1 procent. Weliswaar behoort de geldontwaarding van Tsjechië tot de laagste in Centraal- en Oost-Europa, maar ze bedraagt nog wel twee keer zo veel als het gemiddelde in de OESO. Het inkomen per hoofd ligt op ongeveer de helft van dat in de andere OESO-landen. (ANP)