Ministers pareren kritische vragen over drugsbeleid

ROTTERDAM, 9 JULI. “Het lijkt onlogisch. Dat is het ook. Maar het werkt. Daarom doen we het.”

Nuchter pareerde minister Sorgdrager van Justitie gisteren in de Rotterdamse raadszaal een vraag van de Franse parlementariër P. Pradier.

Hoe kon Nederland de verkoop van cannabis in coffeeshops toestaan en intussen de handel en de smokkel vervolgen, wilde de Fransman weten. Sorgdragers antwoord leek een samenvatting van het Nederlands drugsbeleid.

Twee ministers en één staatssecretaris waren gistermiddag uitgerukt om een delegatie van twintig parlementariërs en Europarlementariërs in de Rotterdamse raadszaal te woord te staan. De groep was op initiatief van D66 een dag te gast in Rotterdam om inzicht te krijgen in de praktijk van het Nederlandse drugsbeleid. In het afsluitende 'vragenuurtje' deed minister Borst de volksgezondheid, minister Sorgdrager de repressie en staatssecretaris Kohnstamm de overlast.

Borst herhaalde wat een topambtenaar vorige week op een internationaal drugscongres zei: van harmonisering van het drugsbeleid in Europa kan geen sprake zijn als alleen Nederland zich moest aanpassen. Kohnstamm noemde de 'scheiding der markten' in een hard- en softdrugscircuit via coffeeshops “een succes, of in elk geval geen mislukking”. En voor de 'stepping stone'-theorie - cannabisgebruik leidt tot gebruik van zwaardere drugs - was nooit wetenschappelijk bewijs geleverd, wist hij.

“Druggebruik is ook in de Bondsrepubliek niet strafbaar. Maar je moet de aanschaf voor jongeren niet te eenvoudig maken”, vond de Duitse SDP'er H. Singer. “Nederland heeft een zeer fragiele balans tussen legaal en illegaal”, stelde de Italiaanse Europarlementariër E. Caccevale. “Maar welke richting gaat u op?” “Op dit moment in geen speciale richting”, antwoordde Sorgdrager.

Harde kritiek bleef uit, of het moest de wat vileine vraag van de Zweed J. Alhmark zijn waarom het aantal coffeeshops werd teruggedrongen als ze zo'n succes waren. Borst: “Er is een ideaal aantal coffeeshops per aantal inwoners. Als het er meer zijn, gaan ondernemers hun omzet verhogen door alcohol of harddrugs te verkopen.”

Er volgden nog vragen over coffeeshops, methadonverstrekking en het testen van xtc-pillen op houseparty's. Aan het eind van het debatje was duidelijk dat de echte vijanden van het Nederlandse drugsbeleid gisteren niet in Rotterdam waren. Europarlementariër Wiebenga verweet het kabinet zelfs dat het binnen Europa veel te defensief opereerde. “Met alleen uitleggen waarom je iets doet, kom je er niet.” De Belg De Coene sloot zich daarbij aan: hij wilde weten waarom zijn pogingen om het drugsbeleid van het Europarlement in Nederlandse richting om te buigen, steeds op oppositie van het Nederlandse CDA stuitten. “En jullie doen niks”, verweet hij de bewindslieden.