Loting (1)

De commissie, waarvan dr. E. Warries in 1976 voorzitter was, heeft de positieve correlatie tussen eindexamencijfers en studierendement niet ontkend. Dit resulteerde in de aanbeveling tot een gewogen loting met de eindexamencijfers als weegfactor (NRC HANDELSBLAD, 4 juli).

Ik herinner mij ook later wetenschappelijk onderzoek, zoals gepubliceerd in 'Universiteit en Hogeschool', waarin de correlatie overtuigend werd aangetoond door het volgen van studieresultaten over een aantal jaren. Studenten met achten en negens op hun eindlijst haalden de studie met percentages boven de negentig procent, terwijl zesjes-leerlingen op tien procent of lager uitkwamen. Uitvalpercentages waren navenant.

Als de Erasmus Universiteit een uitzonderlijk goede leerlinge met voorrang toelaat, is dat dus in lijn met de resultaten van wetenschappelijk onderzoek. De keuze in de wet om een systeem met uitsluitend loting te hanteren is een politieke keuze. Andere vormen van weging, waaronder een mengvorm met gegarandeerde toelating bij uitzonderlijke cijfers, kunnen evengoed recht doen aan de beschikbare wetenschappelijke feiten. Daarom begrijp ik Warries' boze reactie niet.