Hof: gebruik van kernwapens is strijdig met recht

DEN HAAG, 9 JULI. De dreiging en het gebruik van nucleaire wapens is strijdig met het internationale recht. Dat vindt het Internationale Gerechtshof in Den Haag, dat door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties om een niet-bindende uitspraak over het gebruik van kernwapens was gevraagd.

Het Hof in Den Haag deed gisteren uitspraak onder grote belangstelling van internationale media, vooral uit Japan.

Het Hof ging bovendien verder dan waar de Algemene Vergadering om had gevraagd met de uitspraak dat alle landen die in het bezit zijn van kernwapens verplicht zijn via onderhandeling te streven naar ontwapening. De uitspraak was meer dan waar het 'World Court Project' op had gehoopt.

In dit gelegenheidscomité dat vier jaar geleden een campagne begon om het 'Wereldhof' met behulp van de VN tot een uitspraak te laten komen, zijn drie internationale vredesorganisaties vertegenwoordigd. Het internationale vredesbureau (IPB), de juristen tegen kernwapens (IALANA) en de artsen voor de preventie van nucleaire oorlog (IPPNW) zijn niet-gouvernementele organisaties die daarom niet door het Internationale Hof kunnen worden gehoord. Staten en VN-organisaties krijgen wel gehoor bij het Hof, dat een onderdeel van het VN-systeem is.

De Wereldgezondheidsorganisatie van de VN, de WHO, had in mei 1993 om een uitspraak gevraagd over de vraag of het gebruik van kernwapens in een gewapend conflict gezien de effecten op de volksgezondheid en het milieu strijdig is met het internationale recht. Het Hof kwam gisterochtend niet tot beantwoording van die vraag, omdat het de WHO niet ontvankelijk acht. De VN-organisatie moet zich niet met politieke zaken als nucleaire oorlogsvoering bemoeien, oordeelde het Hof.

Dat argument kon niet opgaan voor de vergelijkbare vraag die de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties het Internationale Gerechtshof in de vorm van een resolutie in december 1994 had voorgelegd. De Algemene Vergadering stelde de vraag bovendien scherper: “Is de dreiging of het gebruik van atoomwapens onder alle omstandigheden toegestaan binnen het internationale recht?”

Het Hof beantwoordde de vraag ontkennend, maar moest daarbij wel een horde nemen bij het vellen van een oordeel over het gebruik van kernwapens in acute noodsituaties. De stemmen staakten op zeven tegen zeven. Om zoiets te voorkomen bestaat het Internationale Gerechtshof uit vijftien rechters, maar vier dagen geleden overleed de rechter uit Venezuela, waardoor de stem van de president, de Algerijn Mohammed Bedjaoui, doorslaggevend werd.

Hij, en daarmee het Hof, kwam tot de conclusie dat “normaal gesproken” het gebruik en de dreiging van atoomwapens in strijd is met alle internationale wetgeving op het gebied van gewapende conflicten en met name gezien tegen het licht van de rechten van de mens, maar dat geen uitspraak gedaan kan worden of het gewettigd is in het extreme geval van zelfverdediging omdat het voortbestaan van de staat op het spel staat.

Volgens de Nederlander Phon van den Biesen, secretaris van de IALANA, is het kleine voorbehoud van het Hof een smetje op een overigens eclatante overwinning. Temeer omdat drie van de zeven tegenstemmers dat deden omdat ze de term 'normaal gesproken' niet ver genoeg vonden gaan, maar elke dreiging of elk gebruik van kernwapens illegaal willen verklaren.

“Omdat het Hof geen onderscheid heeft gemaakt tussen het dreigen met kernwapens en het gebruik van kernwapens is met deze uitspraak het hebben van kernwapens verboden”, aldus Van den Biesen.

De Brit Rob Green, die het World Court Project in Groot-Brittannië heeft geleid, voorspelt dat met de uitspraak ook een algeheel verbod op het houden van kernproeven dichterbij is gekomen. Green was ooit piloot bij de Royal Air Force. “Ik vloog rond met kernwapens en nu blijkt dat ik ze nooit had kunnen gebruiken.”

Rond het Vredespaleis in Den Haag hadden zich vooral veel Japanse journalisten geposteerd. Het voorlezen van de uitspraak door president Bedjaoui werd in Japan rechtstreeks uitgezonden.

Japan is het enige land dat ooit met de gevolgen van een nucleaire oorlog is geconfronteerd. De regering van het land is altijd tegen het vragen van advies geweest over het gebruik van kernwapens. De Japanse rechter Shigeru Oda was de enige van de veertien die het eigen Hof niet-ontvankelijk achtte om de vraag te beantwoorden die de Algemene Vergadering had voorgelegd.

Volgens Mariko Iida, die in het World Court Project de slachtoffers van de atoomaanvallen vertegenwoordigde, wil juist het Japanse volk een uitspraak van het Internationale Gerechtshof horen over “het wapen van de duivel”. Iida overleefde de aanval op Nagasaki 51 jaar geleden, omdat het puin van haar huis waaronder ze terecht was gekomen haar bescherming bood.

Voorzitter Peter Weiss van IALANA, een voor de Duitsers naar Amerika gevluchte Oostenrijkse advocaat, noemde de gebundelde overwegingen van de veertien rechters die met de uitspraak vergezeld ging al meteen een standaardwerk in het internationale recht. Vooral de 88 pagina's tellende motivatie van rechter Christopher Gregory Weeramantry uit Sri Lanka zal volgens Weiss in leerboeken “all over the world” terechtkomen.

Weeramantry haalt met instemming van het World Court Project Bertrand Russel en Albert Einstein aan, die in 1955, toen de waterstofbom een acuut gevaar vormde, in hun 'Manifesto' de mensheid opriepen niets anders dan hun menselijkheid voor ogen te houden op straffe van de universele dood.

    • Robert Giebels