Hoera op de achterbank

Holle Bolle Gijs 2. Uitg. Querido, 119 blz., Vanaf 10 jaar, Prijs ƒ 19,90.

'Wam tjakke dak/woem tjakke doem/wam tjakke dak/snuutje ka boem'; Wim Hofmans ritmisch voorthamerende vers 'vehikkele' is een van de bijdragen die Holle Bolle Gijs 2 van uitgeverij Querido de moeite waard maakt. De verzamelbundel doet, net als het eerste deel dat een jaar geleden verscheen, denken aan een vakantieboek, al ontbreken puzzels, rebussen en kleurplaten. Op de slappe, kleurige kaft staat een tekening van Gerda Dendooven: een gulzig mannetje gooit stukken tekst in zijn wijdopen mond en gebruikt daarvoor, bij wijze van bestek, een potlood en een penseel. Hij is duidelijk nog lang niet voldaan, terwijl het kinderboekenfonds van Querido in 1996 al vijfentwintig jaar bestaat. Holle Bolle Gijs 2 is dus ook een feestelijke jubileumbundel.

Bijna vijftig Nederlandstalige auteurs en illustratoren werkten eraan mee die lang niet allemaal vast bij Querido horen. Of het boek daardoor, zoals het omslag vermeldt, 'tof, geinig, spannend, avontuurlijk' en 'angstaanjagend' is geworden, is de vraag. Maar gevarieerd is de bundel zeker. Humor en ernst, poëzie en proza, realisme en absurdisme wisselen elkaar af.

Holle Bolle Gijs 2 biedt dus een vrolijk weerzien, of een goede eerste ontmoeting, met de meest uiteenlopende schrijvers en dichters. Peter van Gestel schreef een verrassende brief namens een oom aan zijn lastige nichtje, Martha Heesen een lief verhaal over een kind dat zich in de bontjassen van haar gestorven oma hult. Ook veel Vlaamse auteurs kregen een plaats, zoals Henri van Daele, Ed Franck en Jaak Dreesen. Dat is toe te juichen, want de Vlaamse en Nederlandse jeugdliteratuur zijn in zekere zin nog steeds twee aparte gebieden. Achterin Holle Bolle Gijs 2 staat van alle auteurs en illustratoren een kort biografietje en worden een paar titels genoemd, zodat wie een ontdekking doet verder kan lezen.

Het boek begint in een echte hoerastemming met een lied van Joke van Leeuwen, over Beps die 'wat sleums en wat slaps' heeft in haar te krappe prachtjas. De muziek van Caroline Deutekom staat erbij zodat je het echt kan zingen (bijvoorbeeld in de auto onderweg naar de vakantiebestemming). Daarna volgen enkele bijdragen die allesbehalve luchtig zijn, want ze gaan over oorlog. Sjoerd Kuypers gedicht '5 mei' heeft een wat al te opdringerige moraal, al is het vers wel knap opgebouwd. Hij koppelt geweld in videospelletjes aan de gruwelen van de hongerwinter ('Waar is de Power Knop/van de tv?/Die is er niet, nee,/in Wereldoorlog Twee!')

Net als de verhalen verschillen de illustraties in Holle Bolle Gijs 2 sterk, al zijn ze allemaal zwart-wit. Mance Post maakte een linoleumsnede van een groep pronte varkentjes, Jaap de Vries een nieuwe strip met zijn kriebelige, langgerekte poppetjes. Ook Jan Juttes raadselachtige droomhuis, met in een van de bovenste kamers een glimlachende schilder uit wiens neus een ander schildertje steekt, is het bestuderen waard. Maar het schilderij van Harrie Geelen is zoals wel meer tekeningen onduidelijk afgedrukt en nauwelijks te begrijpen, terwijl het hoort bij een gedicht van Imme Dros dat juist heel helder is: 'Ik ben op Kees en eerst was ik op Piet/Piet is op mij, maar ja, ik ben op Kees/daar gaat het om en ik heb veel verdriet/want Kees is niet op mij, Kees is op Trees.'