'Fokker' drukt andere twisten weg

Ze zijn al 23 weken ondergedompeld in 'Fokker' en in de tussentijd beginnen spraakmakende rechtzaken en slepende juridische twisten te dringen.

De drie topadvocaten Schimmelpenninck, Deterink en Leuftink die nu als curator/bestuurder optreden bij Fokker, zijn tevens betrokken bij de afwikkeling van andere grote faillissementen, zoals HCS (automatisering) en Vie d'Or (verzekeringen), bij juridische test cases, zoals de strijd tussen de banken en de obligatiehouders van het oude DAF om de verdeling van de financiële nalatenschap van DAF, en bij talrijke huis-, tuin- en keukenconficten als schadeclaims tegen bestuurders en bedrijven.

Overleg voeren over deze dossiers met de Fokker-curatoren bleek door de heksenketel van het faillissement de laatste maanden soms een illusie. “Je wilt toch wel bepaalde zaken even van man tot man bespreken”, zegt een curator die samen met een van de Fokker-curatoren een spraakmakend faillissement moet afhandelen. “Je wordt gedwongen je weer eens in iets nieuws te verdiepen”, zegt mr. F. Meeter monter. Hij is samen met Deterink curator bij DAF.

Geluk bij een ongeluk is dat de juridische molens in Nederland langzaam malen en dat de termijnen waarbinnen bij de rechtbank of de tegenpartij moet worden gereageerd vaak wel wat opgerekt worden. Anders zou nog opvallen dat het Fokker-debâcle zich ook doet voelen in talrijke andere zaken.

De pleidooien voor de rechtbank in de twist tussen de obligatiehouders van DAF en het bankensyndicaat onder leiding van ABN Amro om de verdeling van 140 miljoen gulden zijn inmiddels naar november verdaagd. De geplande datum voor de rechtszitting was begin juni. De advocaat van de obligatiehouders is mr. R. Schimmelpenninck, een van de Fokker-curatoren. De zaak geldt als een juridische testcase over de rangorde van verschillende schuldeisers bij de verdeling van het geld dat in de boedel zit.

Wie krijgt het eerst zijn geld terug? De banken? Of moeten zij in dit geval de opbrengsten gelijkelijk delen met de obligatiehouders, die 140 miljoen gulden claimen? Dat is een vraag die - dat is nu al duidelijk - ook bij de afwikkeling van de boedel van Fokker een rol van betekenis gaat spelen. Bij Fokker hebben de obligatiehouders zo'n 1,6 miljard gulden te vorderen. Een paar maanden voor de ondergang verkocht Fokker nog een vloot leasevliegtuigen aan grootaandeelhouder DASA. Het geld dat de verkoop opleverde is waarschijnlijk gebruikt om bankschulden af te lossen, zo vermoedt de Vereniging van Effectenbezitters, die zelf een onderzoek wilde starten, maar geen medewerking kreeg van de Amsterdamse rechtbank. De rechtbank geeft eerst de curatoren ruim baan die al hebben aangekondigd deze transactie in elk geval te zullen onderzoeken.

“Bij HCS liggen wij op stoom”, zegt mr. E. Bogaerts, die samen met Schimmelpenninck en de Utrechtse advocaat mr. W. Bekkers curator is bij HCS, een automatiseringsbedrijf dat begin 1992 op de fles ging. Aandeelhouders, obligatiebeleggers en schuldeisers van HCS verloren samen enkele honderden miljoenen guldens door het bankroet. HCS liep aan de grond na twee turbulente overnames van buitenlandse ondernemingen. Twee reddingsacties door financiers mislukten vervolgens. Bij HCS is het - al zeker twee jaar - wachten op het eindoordeel van de curatoren over mogelijk wanbeleid door de bestuurders van HCS, eventueel falend toezicht van de raad van commissarissen en mogelijke fouten van de externe accountant.

Bogaerts en Bekkers verwachten deze zomer tot een eindoordeel te komen. De bezittingen van HCS zijn te gelde gemaakt. De laatste werkmaatschappij werd vorig jaar zelfs tegen een hogere dan verwachte opbrengst verkocht. Alleen het vraagstuk van eventuele aansprakelijkheid van bestuurders, commissarissen en de externe accountant sleept zich nog voort. Eerst leek er medio vorig jaar uitsluitsel te komen, toen eind van het jaar, en dat werd in de loop van het eerste halfjaar, althans voor de zomer. Dat is nu in de zomer geworden.

De ondergang van Fokker heeft de zaak niet bespoedigd. De dossiers die Schimmelpenninck voor zijn rekening zou nemen, liepen noodgedwongen wat vertraging op, maar die uitloop was gegeven de tijd die de hele procedure al vergt niet dramatisch. “Beter zorgvuldig dan razendsnel”, vindt Bogaerts. De curatoren leggen hun conclusies ook vooraf voor aan de betrokken drie rechters-commissaris, die formeel hun activiteiten controleren. Dit overleg vooraf is overigens niet verplicht.

Niet alleen de curatoren beraden zich, ook gedupeerde financiers van HCS zinnen nog altijd op schadeclaims, vooral tegen de accountant (KPMG), die naar zij aannemen tegen dergelijke claims wel verzekerd is. “Het laatste woord daarover is nog niet gesproken”, zei eigenaar E. Albeda Jelgersma van detailhandelsbedrijf Unigro, een van de gedupeerde HCS-financiers, onlangs in het blad FamilieBedrijf.

“Het is volstrekt begrijpelijk dat het tijd kost”, zegt mr. A. Fransen van de Putte, die de belangen van ex-HCS-topman H. van den Boogaard behartigt. “Ik wil de curatoren alle tijd laten. Het zeer ingewikkeld. Ik vind het wel moedig wat zij doen, omdat er veel curatoren zijn die direct roepen dat zij aansprakelijkheidsclaims gaan indienen.”

Door een speling van het lot is advocaat Bogaerts door verschillende juridische procedures verbonden met elk van de drie Fokker-curatoren. Met Schimmelpenninck 'doet' hij HCS. Met mr. A. Deterink is Bogaerts curator van de verzekeringsmaatschappij Vie d'Or, die vorig jaar failliet werd verklaard en inmiddels inzet is van een spervuur van juridische procedures. “Juridisch gezien oneindig veel complexer dan HCS”, zegt Bogaerts.

Gelukkig dat Deterink de laatste weken weer wat meer tijd kan vrijmaken voor Vie d'Or, want er is werk aan de winkel. Het onderzoek (een zogeheten enqûete) dat het Amsterdamse gerechtshof had gelast naar de oorzaken van het bankroet van Vie d'Or is gestuit op weerstand van de Verzekeringskamer, die als tijdelijk bewindvoerder bij Vie d'Or ook onderwerp van de enqûete moet zijn. De Verzekeringskamer is daartegen in cassatie gegaan bij de Hoge Raad, die de zaak snel in behandeling zal nemen. Wellicht dat er zelfs dit jaar al uitspraak wordt gedaan.

Met de derde Fokker-curator, mr. A. Leuftink, deelt Bogaerts een schadeclaimzaak tegen de voormalige bestuurstop van het handelshuis Borsumij Wehry, dat vorig jaar is overgenomen door sectorgenoot Hagemeyer. Bogaerts is curator van het kleine computerbedrijfje Manudax, een dochter van Borsumij, dat in de zomer van 1994 bankroet ging. Bogaerts eist een schadebedrag van zo'n 10 miljoen gulden, terwijl Leuftink een groep schuldeisers vertegenwoordigt die zelf ook actie wilde ondernemen. Zij moesten inbinden omdat de curator in faillissementen het alleenrecht heeft om op te treden voor de boedel.

    • Menno Tamminga