Fleurine: een sprietige, blonde jazz-mama

Fleurine Verloop zingt teksten bij instrumentale jazz van Thelonious Monk, Thad Jones en Joshua Redman. Zaterdag treedt zij op op North Sea Jazz. “Het niveau van Billie Holliday en Ella Fitzgerald bereik je toch niet.”

Fleurine Plus Five speelt op zaterdag 13 juli om 22u op het Dakterras, Congresgebouw, Den Haag. CD Fleurine: Meant to be!

Een wensdroom, waarin ik mezelf zag zingen, begeleid door een Amerikaanse bezetting in New York. “Twee jaar geleden had ik een droom. Nou, die droom is uitgekomen.” Fleurine Verloop, artiestennaam Fleurine, zegt het zonder te hoeven lachen om het cliché. Haar debuutcd, die net verschenen is, noemde ze Meant to be! Het geluk dat haar ten deel viel, was voorbestemd. Niet dat ze in iets hogers gelooft, “het kon gewoon niet anders”. Dat wil zeggen: gegeven haar onstuitbare dadendrang en overtuigingskracht.

Fleurine (Utrecht, 1968) zingt eigen liedteksten bij oorspronkelijk instrumentale stukken van onder anderen Thad Jones, Joshua Redman en Thelonious Monk - een kunst die ook wel vocalese wordt genoemd. Ze heeft een niet al te gepolijste, vibratoloze alt die met kennelijk gemak de lastigste intervallen overbrugt. Haar stem aarzelt niet, ook niet in enkele solo scatpassages. Haar behandeling van de Engelse en, in twee stukken, Portugese taal is opvallend professioneel. Op een Nederlands accent - dodelijk bij dit soort jazz - valt ze geen moment te betrappen.

“Ik had geen zin om voor de zoveelste keer dezelfde standards te zingen. Het niveau van Billie Holliday en Ella Fitzgerald bereik je toch niet”, zegt Verloop. “Voor eigen liedjes vond ik het alleen nog te vroeg. Daarom heb ik mijn lievelingsmuziek bij elkaar gezocht en er zelf teksten bij geschreven.”

Eind 1993, vlak voor haar besluit om haar Hilversumse conservatoriumopleiding af te breken, vloog ze naar New York met de bedoeling er zoveel mogelijk op te treden in clubs als Visiones, Blue Note en elk ander podium dat een zangeres duldde. “Niemand kende me. Heerlijk is dat, volkomen anoniem, helemaal vrij.”

Toevallig vond er op Manhattan ook een jazzcongres plaats, waar onder andere auteursrechtelijke kwesties werden besproken. Fleurine stuitte er op producer Don Sickler, die, toen hij haar haar teksten 'droog' hoorde zingen, onmiddellijk enthousiast werd. Bovendien bleek hij, zonder dat zij het wist, rechthebbende te zijn van de Monk-original Think of one uit haar repertoire.

Sickler, die cd's produceert voor historische labels als Blue Note en Verve, bracht onder meer bassist Christian McBride, saxofonist Ralph Moore, pianiste Renee Rosnes en flugelhornspeler Tom Harrell bijeen in de fameuze opnamestudio van Rudy van Gelder. Fleurine stond er op om tenminste één van haar eigen muzikanten - gitarist Jesse van Ruller, die even later de Thelonious Monkcompetition won - mee te laten spelen.

Witte jazz-zangeressen zijn nog steeds op een hand te tellen. “Zeg nou zelf, als je een affiche ziet van een sprietig meisje, of van een big mama, dan is de keuze toch snel gemaakt?”

Fleurine groeide op in een omgeving waar jazz hoog stond aangeschreven. Fleurine gaf blijk van haar muzikaliteit door wat haar ter ore kwam onmiddellijk na te spelen op de piano. Mooie, romantische liedjes hadden haar voorkeur. “In mijn pubertijd had ik een Sinatra-kick. Elke nacht sliep ik in met Frank Sinatra.”

Een carrière als muzikant zagen haar ouders aanvankelijk niet zitten. Jazz moest een hobby blijven. Dus schreef ze zich in als student Wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam - maar veel heeft ze van die studie niet opgestoken. “Vanaf mijn eerste optreden met een bandje wist ik dat ik van zingen mijn beroep wilde maken.” Zonder dit aan te kondigen bij haar ouders deed ze toelatingsexamen bij twee conservatoria, die haar tot haar verrassing alletwee aannamen. “Toen mijn ouders zagen dat ik succes had, verdween hun angst. Inmiddels zijn zij mijn twee grootste supporters.”

Een recept voor haar on-Nederlandse, energieke zelf-management heeft Fleurine niet. “Wie ergens tweehonderd procent voor gaat vindt het helemaal niet erg om alles zelf te doen”, zegt ze. “Maar de buitenwereld ziet natuurlijk alleen de dingen die goed zijn gegaan. Bij mij gaat alles of heel erg goed, of compleet de mist in. Ik ben vaak genoeg met mijn neus tegen de muur gebotst.”