Bolhuis betreurt keuze Krajicek

PAPENDAL, 9 JULI. André Bolhuis, chef de mission van de Nederlandse olympische ploeg, vindt het “doodzonde” dat Wimbledon-winnaar Richard Krajicek niet meedoet in Atlanta. De tennisser heeft zich al geruime tijd geleden afgemeld voor de Olympische Spelen. “Maar als hij zich nog bedenkt, kan hij zo mee. We hebben nog twee plaatsen voor het tennis vrij”, zei Bolhuis gisteren op Papendal.

De oud-hockeyer belde zelfs nog met tennisbondscoach Stanley Franker in Londen en vroeg hem Krajicek om te praten. Dat bleek een vergeefs verzoek. Krajicek verblijft tijdens de Spelen wel in de Verenigde Staten, maar doet mee aan een toernooi in Los Angeles. Bolhuis sprak over “bizarre tegenstellingen”. “Mensen die wel mogen, doen liever iets anders en mensen die niet mogen, willen graag.”

Bolhuis doelde vooral op verspringster Sharon Jaklofsky. Zij sprong zondag in Italië weliswaar de limiet, maar deed dat met te veel rugwind. Toch lijkt NOC*NSF niet te vermurwen. Bolhuis: “We hebben goede afspraken met de atletiekunie gemaakt. Ik vind het daarom nogal kinderachtig dat er zo wordt gezeurd. Zonder te veel rugwind heeft Jaklofsky nog niet de limiet van 6,55 gesprongen.” Jaklofsky heeft donderdag nog een laatste kans in Bellinzona.

Jaklofsky is de enige sporter die zich nu nog bij de olympische ploeg kan voegen. Voor de rest staat alles vast. Nederland gaat met een afvaardiging van 241 deelnemers naar de Spelen. Dat is net geen record. In 1928 in Amsterdam deden er 246 Nederlanders mee. Dat aantal zou nu zijn overschreden als ook, zoals voorheen, de reserves hadden meegeteld. Die behoren in Atlanta niet tot de geaccrediteerden. Bolhuis: “Dat komt omdat de organisatie het aantal van 10.000 deelnemers niet wil overschrijven. Pas als iemand ziek of geblesseerd naar buiten wordt gedragen, mag er een nieuwe naar binnen.”

De chef de mission vertrok gisteravond naar Amerika. Hij heeft aangekondigd dat het zijn laatste Olympische Spelen is. “Het is genoeg geweest. Het was een slopende onderneming.”