Betere tijden voor land- en tuinbouw in boekjaar '94/'95

ROTTERDAM, 9 JULI. Hoewel de bedrijfsresultaten in de land- en tuinbouw in het boekjaar '94/'95 gemiddeld zijn verbeterd, is er op de bedrijven minder geïnvesteerd. Die daling is al sinds het begin van de jaren negentig gaande. De verdere daling van de investeringen is vooral te wijten aan de melkveehouderij. Dat blijkt uit een drietal rapporten van het Landbouw-Economisch Instituut (LEI-DLO).

In de melkveesector is vorig boekjaar zowel in melkquota als grond en gebouwen minder geld gestoken, vergeleken met het voorgaande boekjaar. Wel werden meer werktuigen aangeschaft.

In de akkerbouw en de varkenshouderij hebben de investeringen zich door een verbetering van de resultaten hersteld. Op de akkerbouwbedrijven lagen de investeringen zelfs op een niveau dat nog niet eerder werd bereikt. De bedrijfsresultaten lagen hier dan ook op een dusdanig niveau dat gemiddeld bijna anderhalve ton uit eigen middelen beschikbaar kwam. Dat is bijna twee maal zoveel als het meerjarig gemiddelde, stelt het LEI. Akkerbouwers investeerden vooral in grond en machines. Varkenshouders besteedden hun geld vooral aan renovatie van stallen.

De akkerbouw heeft vooral geprofiteerd van betere prijzen voor de aardappelen. Dat gold vooral voor consumptie-aardappelen. De totale bedrijfsopbrengsten zijn daardoor gemiddeld met 25 procent toegenomen. Per ondernemer werd gemiddeld ruim een ton aan gezinsinkomen gerealiseerd. Naast een vergroting van de investeringen werden ook de liquiditeiten flink versterkt. Het eigen vermogen nam toe, de solvabiliteit verbeterde met drie procentpunten tot 79 procent. Ook fruittelers hebben het afgelopen jaar financieel beter geboerd, maar de agrariërs met vollegrondsgroenten (prei, bloemkool, wortelen) en bloembollen hebben een slechter jaar achter de rug. Mede dankzij de fors hogere prijs voor appels verdiende de gemiddelde fruitteler met de afgelopen oogst bijna 80.000 gulden. Dat was bijna vijftig mille meer dan in 1994. In het verleden waren de verdiensten in de fruitsector erg slecht. Om die reden heeft het ministerie van Landbouw indertijd een rooiregeling opgesteld. Daarmee konden telers met subsidie hun bomen omhakken om zo de overproduktie te beperken. In de bloemenbollensector liepen de inkomsten iets terug.