Aanscherping voor EMU; EU-lidstaten gemaand over budgetbeleid

BRUSSEL, 9 JULI. Twaalf van de vijftien lidstaten van de Europese Unie hebben gisteren in Brussel te horen gekregen dat ze hun begrotingsdiscipline moeten aanscherpen om zich te kwalificeren voor de economische en monetaire unie (EMU).

Om de nationale schuldquote te verminderen moet Nederland zijn begrotingstekort volgend jaar “substantieel” beneden het EMU-criterium van drie procent brengen.

Die waarschuwing werd gisteren uitgedeeld op de bijeenkomst van de EU-ministers van financiën. Het opstellen van 'aanbevelingen' voor het begrotingsbeleid van de EU-lidstaten gebeurt jaarlijks en behoort tot de procedure in de aanloop tot de EMU, die op 1 januari 1999 van start moet gaan. Eerder dit jaar had de Europese Commissie al vastgelegd dat alleen Denemarken, Luxemburg en Ierland (thans voorzitter van de EU) hun huishoudboekje zodanig op orde hebben dat ze geen extra aansporing nodig hebben.

De Nederlandse minister Zalm zei gisteren zeer goed te kunnen leven met de aanbeveling die zijn collega-bewindslieden hem hebben gedaan. Het verminderen van de begrotingstekort tot onder de drie procent is ook de doelstelling van het kabinet. Zalm wilde niet aangeven wat hij precies verstaat onder “substantieel” minder. Vorig jaar bedroeg het Nederlandse financieringstekort 3,4 procent van het bruto binnenlands produkt (bbp) met als resultaat dat de totale schuldquote met 1,4 procentpunt is toegenomen tot 79 procent, terwijl het EMU-criterium 60 procent is. Voor dit jaar rekent de Nederlandse regering op een begrotingstekort van 2,8 procent.

De EU-ministers van financiën besloten gisteren ook een speciale werkgroep van 'persoonlijke vertegenwoordigers' in te stellen die een uitweg moet vinden in het slepende conflict met de Europese Commissie over financiering van zogeheten Transeuropese netwerken (TEN's) en aparte programma's voor wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling, en voor ondersteuning van het midden- en kleinbedrijf. Santer, gesteund door de Europese regeringsleiders, vindt dit project wezenlijk voor herstel van vertrouwen in de Europese economie en daarmee voor de werkgelegenheid.

Maar over de financiering bestaat al lang onduidelijkheid. De ministers van financiën dringen aan op zuinigheid en willen zich niet vastleggen op het doen van nieuwe uitgaven in de komende jaren. Om die reden werd een eerder voorstel van Santer om de helft van het overschot van naar schatting 4 miljard ecu op de landbouwbegroting te besteden voor de TEN's niet met veel enthousiasme ontvangen. Dat enthousiasme nam nog verder af door het uitbreken van de BSE-affaire, waarvoor de EU extra gelden moet uittrekken.

Op de laatste Europese top, vorige maand in Florence, is min of meer afgesproken dat voor de transeuropese netwerken 1 miljard ecu kan worden besteed. Maar het geld moet dan wel voor een belangrijk deel door bezuinigingen elders op de EU-begroting worden gevonden. De taak van de werkgroep is om de Commissie daarbij te “helpen”. “We moeten er op een acceptabele manier uitkomen anders blijven we rondcirkelen”, aldus Zalm.