16 Horsepower speelt ingetogen en intens

Concert: 16 Horsepower en Grant Lee Buffalo. Gehoord: 8/7 Paradiso, Amsterdam. Herhaling: 10/7 Effenaar, Eindhoven.

Rockgroepen laten zich niet graag overschaduwen door hun voorprogramma. Er zijn legio voorbeelden van 'supporting acts' die halverwege een tournee naar huis werden gestuurd wegens een overmaat aan succes. Het is dapper van Grant Lee Buffalo dat het de veelbelovende groep 16 Horsepower op sleeptouw durft te nemen. Muzikaal hebben beide Amerikaanse groepen wegens hun triobezettingen en hemelbestormende vocalen het een en ander met elkaar gemeen, en 16 Horsepower heeft het voordeel van de verrassing die het als nieuwkomer kan bieden.

Drie jaar geleden gold Grant Lee Buffalo nog als veelbelovend. Zanger Grant Lee Phillips had juist genoeg opgestoken van Neil Young en R.E.M. om een eigen draai te geven aan de rocktraditie. Hij bespeelt een versterkte twaalfsnarige folkgitaar, die hij met behulp van voetpedalen kan laten aanzwellen en jengelen als de sirene van een kermisattractie. Maar het pasverschenen derde album Copperopolis biedt nauwelijks verrassingen, en op het podium wordt een weinig subtiele formule gehanteerd om de muziek wat meer spierballen te geven. Phillips zingt overwegend in mineur, maar de melancholie van oudere nummers als Jupiter and Teardrop wordt overschaduwd door zijn gevecht om de zanglijnen een surrogaat-passie mee te geven.

Op 16 Horsepower hebben de mechanismen van de archetypische rockshow vooralsnog minder vat. Zanger David Eugene Edwards bespeelt zittend op een barkruk de bandoneon, banjo en (slide-)gitaar, terwijl hij met smekende stem en hoge uithalen de geest van wijlen Jeffrey Lee Pierce uit de fles roept. In samenspel met de contrabas en het met kwastjes bespeelde drumstel heeft hij geen bombastische muziek nodig om intense emoties te verwoorden. Zijn muziek is onmiskenbaar geworteld in het zuiden van de Verenigde Staten, met teksten over een wereld waarin de hardwerkende en godvruchtige cowboy nog niet is uitgestorven.

De muziek van het debuutalbum Sackcloth 'n' Ashes kwam in Paradiso tot leven zonder het gebruikelijke vlagvertoon. Edwards bleek zelfs zo verlegen dat hij pas halverwege de zaal in durfde kijken, waarbij hij als een bang konijn in het licht werd gevangen.

Zijn muziek was volkomen naturel en meeslepend, anders dan de hoofdact die op een kunstmatige manier bombastischer wilde klinken dan de nummers toelieten. Misschien is Grant Lee Buffalo zelf te lang in het voorprogramma van de grootschalige optredens van R.E.M. blijven hangen, zodat ze vergeten zijn hoe mooi het is om voor een klein maar dankbaar publiek te spelen.