Zapman

Tennis altijd een sport gevonden voor jongens en meisjes die zich naar de club laten rijden in de auto van hun ouders. Later krijgen pa en ma een ereplaats op de tribune. Dat doet niets af aan de sport. Weet ik. En trouwens, kleine voetballertjes worden tegenwoordig ook gebracht. Maar zie een vooroordeel eens kwijt te raken.

Een Nederlander moest Wimbledon winnen voor dat gebeurde. Pas toen Krajicek na de laatste bal door zijn knieën zakte, drong tot me door wat een bovenmenselijke inspanning het moet kosten om een tenniswedstrijd lang niet aan de afloop te denken. Wie in een racewagen zit, kan twee uur lang niet anders dan honderd procent racen, anders vliegt hij eruit. Maar tennis. Ik heb geklokt, minder dan twee van de tien minuten wordt er getennist. Teruglopen van het net, twee ballen krijgen, eentje op de grond laten stuiteren. Tussen de games op een stoeltje zitten. Daar kwamen gisteren de buitjes nog bij, tassen pakken, naar binnen. En niet te vergeten het publiek. Niet één grote joelende geluidswal zoals in een voetbalstadion. Maar in de stilte voor iedere opslag, een paar bemoeials die onzin blijven roepen tot de scheidrechter Thank you zegt. Wat er tijdens de finale Krajicek-Washington precies werd geroepen, kon ik niet ontcijferen, er zaten te veel hete aardappels in de kelen. En dan nog je vriendin op de tribune, en je moeder. Gezichtsuitdrukkingen worden daar heen en weer geslingerd tussen tussen ademnood en verademing. Maar jij niet. Niet denken aan de uitslag. Op iedere bal azen en geen seconde denken aan de laatste.

In dezelfde seconde dat Washington ook die in het net sloeg, werd Krajicek door de emotie overmand die hij vier uur lang achter slot en grendel had weten te houden. Zijn knieën werden slap, hij zakte erdoorheen. De aderen in zijn nek zwollen op, en achterover viel hij. En dan gaat het snel. The royal party comes to the court. Handjes geven. De beker. Krajicek laat de deksel er vanaf vallen. De beker krijgt een zoen.

Of de heren zich het mooiste moment van dit toernooi nog voor de geest wisten te halen, wilde de BBC na afloop weten. De verslagen finalist kon zich nog het publiek herinneren dat hem zo had aangemoedigd en een halfnaakte dame die vlak voor ze zouden beginnen over het veld had gerend. En Krajicek, je zag hem in zijn geheugen graven, hij wilde met iets aardigs uit de hoek komen. Maar hij vond daar maar één ding: dat hij gewonnen had, dat was toch wel het mooiste moment geweest van dit toernooi. Al die uren juist daar niet aan gedacht en dan aan niets anders meer kunnen denken.

    • Hans Aarsman