Voorstel unaniem aangenomen; Doema tegen teruggave van oorlogskunst

MOSKOU/DEN HAAG, 8 JULI. Het Russische parlement heeft een wetsontwerp goedgekeurd dat de teruggave van zogeheten 'trofeeënkunst', waaronder de uit Nederland afkomstige Koenigscollectie, ernstig bemoeilijkt.

Met 302 stemmen voor en nul tegen heeft de Staatsdoema vrijdag beslist dat elke overdracht van dit soort kunstwerken apart bij wet moet worden geregeld. Het wetsontwerp ondersteunt de opvatting dat de kunst die het Rode Leger aan het eind van de oorlog heeft meegenomen, als 'gedeeltelijke compensatie' moet worden gezien voor de schade die de Sovjet-Unie tijdens de oorlog is aangedaan.

Als het ontwerp wet wordt, kan de regering of president Jeltsin niet zonder medewerking van het door communisten gedomineerde parlement overgaan tot teruggave van bijvoorbeeld de Koenigscollectie, een oorspronkelijk uit Nederland komende verzameling van ongeveer 330 tekeningen van oude meesters die in 1940 aan de nazi's werd verkocht en later vanuit Duitsland naar de Sovjet-Unie werd getransporteerd. In het verleden heeft Jeltsin tijdens buitenlandse bezoeken wel eens gedeelten van kunstverzamelingen teruggegeven, tot ongenoegen van het parlement.

Om wet te worden moet het ontwerp nog worden goedgekeurd door de Federatieraad (de eerste kamer van het parlement) en door Jeltsin. In Duitsland, het land dat het meest van Rusland terug te verlangen heeft, werd zaterdag de verwachting uitgesproken dat de Russische president dit niet zou doen.

“Zo'n wet van kracht te laten worden zou een zeer onvriendelijke daad zijn en ik ben er zeker van dat Boris Jeltsin niet bereid zal zijn dit te doen”, zei Karl Lamers, buitenlandwoordvoerder van de parlementsfractie van de CDU, de partij van kanselier Kohl. Lamers zei niet waarop hij zijn verwachting baseerde. Ook Klaus Kinkel, de Duitse minister van buitenlandse zaken, reageerde kritisch op de berichten over het in Moskou goedgekeurde wetsvoorstel.

Het vriendschapverdrag dat Duitsland en Rusland in 1990 hebben gesloten bevat een artikel over de wederzijdse teruggave van trofeeënkunst. Besprekingen erover hebben tot nu toe echter weinig opgeleverd. Het afgelopen jaar hebben wel twee toonaangevende musea - de Hermitage in St. Petersburg en het Poesjkin museum in Moskou - spraakmakende tentoonstellingen georganiseerd van hun in de oorlog vergaarde bezittingen. Dat werd al als een stap vooruit beschouwd, omdat de Sovjet-regering lange tijd eenvoudig ontkende de voorwerpen in bezit te hebben.

Een meerderheid in het parlement staat echter op het standpunt dat tijdens de oorlog ook vele Russische kunstwerken zijn vernield of meegeroofd en doorverkocht. Dat de Sovjet-autoriteiten in tegenstelling tot de nazi's hún buit wel goed bijeen hebben gehouden en bewaard, is daarom nog geen reden om de spullen terug te geven.

Robert de Haas, directeur van de Rijksdienst Beeldende Kunst, die namens de Nederlandse overheid met de Russische regering onderhandelt over de teruggave van de Koenigs-collectie, is niet geschrokken over de uitslag van de stemming in de Doema. “Nederland wist, net als Duitsland, dat dit wetsontwerp in de Russische Tweede Kamer lag. Dat het ontwerp nu is aangenomen komt dan ook niet als een verrassing.” De Haas zegt weliswaar 'minder optimistisch' te zijn dan een aantal jaar geleden over de snelheid waarmee de Koenigs-collectie eventueel terugkeert naar Nederland, maar, zo stelt hij: “Dit wetsontwerp houdt nog deuren voor teruggave open.”

“Er bestaat een enorm verschil in de juridische status tussen zogenaamde 'trofeeënkunst', kunstbuit en kunst die illegaal in nazi-Duitsland is terechtgekomen en destijds door het Rode Leger mee naar de Sovjet-Unie is genomen.” Wat betreft de Koenigs-collectie houdt de RBK vast aan het standpunt dat de Koenigs-collectie niet door de toenmalige eigenaar D.G. van Beuningen verkocht had mogen worden aan de bezetters.

Het internationale debat over de kwestie is overigens verhitter dan dat in Rusland zelf. De Russische kranten noch de Russische televisie hebben veel aandacht besteed aan de beslssing van het parlement.