Verzet je niet, blijf in gesprek

De kleine groene mannetjes zijn terug! In de jaren vijftig gonsde de Westerse wereld van de UFO-geruchten, daarna werd het even stil, maar in de zenuwzieke jaren negentig, vol van New Age en neo-hippiedom, zijn ze er weer.

Daar leek het gisteren tenminste op, bij de conferentie 'Flying saucers ARE real' in het Amsterdamse Paradiso. Een keur van sprekers liet zijn licht schijnen over het UFO-fenomeen. En daarbij ging het er hard aan toe. Na de introductie door John Hercules (UFO gezien in 1990, “Hercules is mijn codenaam omdat ik binnenkort op Internet ga”), trakteerde de gewezen Engelse politieman Anthony Dodd (UFO gezien in 1978) de zaal op een serie dia's van verminkte beesten. Stieren met gaten in hun buik, schapen zonder hoofd, koeien zonder uier. Vermoedelijk het werk van aliens, op zoek naar informatie over onze diersoorten, of wie weet naar een nieuwe cuisine. Daarna kwamen dia's van mollige meisjes en blozende jongens: allemaal abductees, mensen die zijn meegenomen door UFO's, en na onderzoek weer thuis worden afgezet. “Dit zijn feiten, dames en heren”, aldus Dodd, voordat hij overschakelde naar de verdwijning van een Amerikaans marineschip in het Noordpoolgebied.

Tegen de van dierenliefde doortrokken Brit konden de andere sprekers - kernfysicus Stanton Friedman en 'leading expert' Graham Birdsall - eigenlijk al niet meer op. Al ontpopte vooral Friedman zich als een joviaal-Amerikaanse causeur die moeiteloos vervalste documenten, foute schrijfmachines, en andere tekenen van het 'kosmische Watergate' om UFO's voor het publiek verborgen te houden, aan elkaar praatte.

Nederland kwam er helaas wat bekaaid af. De goedgevulde zaal moest het doen met een kwartiertje zwart-witte amateurbeelden uit een Gulpense flatwijk, niet ver van vliegveld Beek. Daar waren ze: rood-witte lichtpuntjes tegen een inktzwarte hemel. UFO's! En waar kwamen die Limburgse stemmen vandaan: van de galerijflat of uit de vliegende schotels? “Ah, die is mooi. Kijk 's, hij beweegt!” Maar er was weinig te zien. Je vraagt je af waarom er nooit eens een UFO bij daglicht landt in een drukke winkel- en kantoorwijk, de Rotterdamse Alexanderpolder bijvoorbeeld - waar de groene mannetjes even een pitstop kunnen maken bij Burger King. Maar nee, het is altijd weer die desolate Amerikaanse woestijn, of dat spookachtige Britse platteland. Verreweg het leukst aan de hernieuwde UFO-folklore zijn de souvenirs die het oplevert, en die waren in Paradiso volop voorradig. UFO-tjes op pootjes, voor op bureau of schoorsteenmantel. Space-cake in de vorm van vliegende schotels, en natuurlijk: boeken met instructies hoe te handelen bij een alien abduction. Les één: verzet je niet, en blijf met de Extraterrestrials praten.

Praten deed ook een therapeute, terwijl ze respectvol door een vuistdik album met tekeningen bladerde van patiënten die zich een ontmoeting met buitenaardse wezens herinnerden. Daar waren ze weer: de spreekwoordelijke kleine groengrijze mannetjes met hun eeuwige waterhoofden en grote lieve ogen. “Wat zij ervaren is echt, voor hun”, lichtte de vrouw toe, knipperend in de felle lampen van een cameraploeg. “Het behoort tot de werkelijkheid, en dus is het echt, en ja, of het buitenaards is... ik ben er niet aan toe daar een plaatje op te plakken”, gaf ze een kleine cursus postmodern relativisme.

Misschien kunnen we dát plaatje er wel op plakken. UFO-geloof heeft alle elementen van de tegenwoordig zo populaire New Age. Er is religie (de abductie uit deze wereld), er is wetenschap (de hypermoderne techniek van de schotelmannetjes), er is moraal (we kunnen waarschijnlijk veel van hen leren, laten we toch eens ophouden met oorlog, enzovoort - en pas op hoor, anders straffen ze ons!) en er is een complottheorie (de CIA houdt de waarheid achter). In dit universum is geen plaats voor azijnpisserig cynisme: we hebben hier te maken met de positieve, hartgrondige wil om te geloven. Er is echt méér dan het kille, rationele heelal van wetenschap en logica: namelijk kleine groene mannetjes met grote hoofden die in ons geïnteresseerd zijn. De parallellen met de drugscultuur zijn trouwens frappant, zeker in de instructies voor een alien abduction: verzet je niet, laat je meenemen, go with the flow.

Mooi misschien, maar voor een scepticus allemaal wat veel van het goede. Nog voor de feestelijke 'Alien Acid Techno Party', die na afloop van de conferentie tot diep in de nacht zou duren, liet ik me dus maar abducten. Ik vond mezelf thuis terug, in een merkwaardige toestand van innerlijke rust en kosmische liefde. Maar ik had me dan ook gelukkig niet verzet.