Val d'Isère

Bij elke start staan dezelfde standjes, lopen dezelfde mensen en ruiken de bonen van Maison du Café even sterk. Het Village Départ is niet weg te denken in de Tour de France. In elke startplaats wordt een oppervlakte ter grootte van een handbalveld omgebouwd tot promo-dorp.

Renners, ploegleiders, soigneurs, officials en veel ondefinieerbare dames lopen kriskras van stand naar stand. Nergens worden in zo'n korte tijd zo veel handen geschud. Frankrijk is het land van handen schudden, de wereld van de Tour de France heeft deze gewoonte vanzelfsprekend overgenomen. Vooral de oud-renners zijn er goed in. Ze worden nog graag herkend en lopen met een prettig soort ijdelheid door het Village Départ. Raymond Poulidor toont zijn geverfde haardos, Bernard Thevenet blijft de Bourgondiër met de glazige ogen.Franse kaasmeisjes serveren een lekker ontbijt. De wijn vloeit al rijkelijk, hoewel het nauwelijks negen uur is. In de kiosk is het een drukte van belang. Coureurs liggen op de grond een krantje te lezen. Journalisten bekijken wat de concurrentie heeft geschreven. Vlakbij de ingang is een standje waar twee kapsters geduldig wachten op een langharige renner. Ze zijn er nog wel, de Lubberdingen van de jaren negentig. Maar met al die regen is het lastig knippen.

    • Jaap Bloembergen