Recht halen op het justitiebureau

DEN HAAG, 8 JULI. Het justitiebureau. Na het 'blauw' van het politieuniform moet straks ook het zwart van de toga een vertrouwd beeld worden in de stadswijken. Minister Sorgdrager (Justitie) heeft een plan bedacht dat aansluit op haar oorspronkelijke visie op verloedering van binnensteden en criminaliteit: met alleen repressie en strafrecht los je geen problemen op.

De 'volksopstanden' die in beruchte wijken als het Spijkerkwartier in Arnhem en Spangen in Rotterdam ontstonden tegen de drugsproblemen hebben het kabinet doordrongen van de noodzaak de rechtshandhaving dichter bij de bron te brengen. Dat burgers daar het recht in eigen hand namen zonder zich te zeer te bekommeren om de daarvoor aangewezen rechtshandhavers was Sorgdrager al lange tijd een doorn in het oog.

De toename van zichtbare stadswachten en politieagenten op mountainbikes hebben naar de mening van het kabinet een waardevolle bijdrage geleverd aan de bestrijding van de onveiligheidsgevoelens van burgers. De bureau-agent werd vervangen door een behulpzame, actieve rechtshandhaver die tips geeft over inbraakbeveiliging en oog heeft voor potentiële gevaarlijke plekken en enge steegjes, zo was het idee.

Justitie bleef tot nu toe achter bij die ontwikkeling. Met eigen bureaus voor het OM wil Sorgdrager de drempel tot het recht voor de burgers verlagen. Buurtbewoners kunnen op het justitiebureau terecht met vragen over bemiddeling bij een conflict of voor slachtofferhulp. Sinds de invoering van de Wet Terwee, enkele jaren geleden, kunnen burgers zich mengen in het strafproces tegen de dader en schadevergoeding eisen.

De achterliggende gedachte bij de trend om de rechtshandhaving meer op straat te laten afspelen is dat veel ellende kan worden voorkomen door vroegtijdige bemiddeling bij burenruzies, sneller signaleren van spijbelende jongeren, actievere betrokkenheid bij de problemen van drugsverslaafden. Preventie voorkomt volgens minister Sorgdrager haar dat het justitiële apparaat een negentiende-eeuwse “stortplaats” wordt van sociale problemen.

Het idee van het justitiebureau is overigens niet nieuw. In de Verenigde Staten bestaan al langer de zogenoemde justice centers, waar kleinere zaken door bemiddeling worden afgedaan. De Fransen kennen de maisons de justice et du droit, justitiële instanties waar door bemiddeling wordt geprobeerd problemen in de buurt op te lossen en tijdrovende rechterlijke procedures te voorkomen. Volgens veel studies hebben snelle procedures en strafexecuties een positief effect op het afremmen van een criminele loopbaan.

Justitie is niet van plan, zo beklemtoont de minister, te concurreren met de politie, de gemeente of met hulpverleners. Van belang is dat het openbaar ministerie wel de bevoegdheden heeft om “noodzakelijk geachte veranderingen” af te dwingen. Daarbij denkt minister Sorgdrager er bijvoorbeeld aan drugsverslaafden of psychiatrische patiënten onder drang tot behandeling aan te zetten. Officieren van justitie kunnen bovendien een verdachte dagvaarden of iemand voor langere tijd in hechtenis nemen.

Het experiment 'justitie in de buurt' sluit aan bij een aantal projecten in Noord-Nederland. Daar werken al hulpofficieren op politiebureaus om daders sneller te kunnen straffen - het zogenoemde AU-project (aanhouden en uitreiken).

In het rapport over rechtshandhaving en veiligheid neemt het kabinet stelling tegen 'verdubbeling' van de detentiecapaciteit door twee gedetineerden op één cel te plaatsen, zoals in het verleden in de Tweede Kamer wel eens is bepleit. Het kabinet is daar tegen omdat de penitentiaire inrichtingen daarvoor ingrijpend en voor veel geld zouden moeten worden verbouwd. Een andere reden is de 'beheersbaarheid' van de strafinrichtingen. Twee gedetineerden op één cel vergroot de kans op incidenten. Daarom zou het aantal gevangenisbewaarders fors moeten worden uitgebreid.

Volgens het kabinet komt voorlopig nog geen einde aan het naar huis sturen van verdachten wegens het gebrek aan cellen. Het gat zal rond het jaar 2000 zijn gedicht, verwacht Sorgdrager.

Tot die tijd wil het kabinet het beleid voeren dat een gedetineerde eerder aan het eind van zijn staf vervroegd wordt vrijgelaten dan dat een verdachte die nog niet is veroordeeld naar huis wordt gestuurd.